financiële oppositie, moderaat of gematigd liberaal, 'pragmatisch' liberaal
functie(s) in de periode 1840-1854: buitengewoon lid Tweede Kamer, lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Maximiliaan Jacob
titulatuur en naam
Mr. M.J. de Man Maximiliaan Jacob
geboorteplaats en -datum
Nijmegen, 23 juni 1788
overlijdensplaats en -datum
Nijmegen, 22 december 1854
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
- "financiële oppositie" (ten tijde van koning Willem I en koning Willem II)
- 'pragmatisch' liberaal (vanaf 1849)
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te Nijmegen, vanaf 1810
- lid stedelijke raad van Nijmegen
- wethouder van Nijmegen, omstreeks 1829 (nog in 1849)
- lid Provinciale Staten van Gelderland, van 4 juli 1826 tot 5 augustus 1840 (voor de steden, Nijmegen)
- buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 augustus 1840 tot 5 september 1840 (voor Gelderland)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 oktober 1840 tot 13 februari 1849 (voor Gelderland)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (voor het kiesdistrict Enschede)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 26 april 1853 (voor het kiesdistrict Almelo)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juni 1853 tot 22 december 1854 (voor het kiesdistrict Almelo)
Nevenfuncties
- lid Staatscommissie pensioenen voor burgerlijke ambtenaren en hun weduwen en wezen, vanaf september 1844
- lid Staatscommissie tot onderzoek van de rekening der koloniale remises, 1846
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1842 tot mei 1842
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1843 tot oktober 1843
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1845 tot april 1846
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1847 tot juli 1847
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1847 tot maart 1848
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 19 september 1848 tot 8 oktober 1848 (voorzitter eerste afdeling)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1849 tot september 1849
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1849 tot april 1850
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1850 tot mei 1851
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1851 tot november 1851
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1853 tot augustus 1853
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1853 tot februari 1854
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1854 tot november 1854
Opleiding
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, van 27 september 1806 tot 19 april 1810
Activiteiten
als parlementariër
- Behoorde in 1843 tot de 24 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1844 en 1845 stemden. De begroting werd met 33 tegen 24 stemmen aangenomen.
- Behoorde in 1844 tot de 25 leden die tegen de ontwerp-wet inzake de (vrijwillige) geldlening en buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen.
- Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden
- Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemden, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening
- Beantwoordde in 1845 de vraag of er vanuit de Tweede Kamer een voorstel tot Grondwetsherziening moest worden gedaan met "ja"
- Behoorde in 1845 tot de 19 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1846 en 1847 stemden. De begroting werd met 37 tegen 19 stemmen aangenomen.
- Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen.
- Behoorde in 1847 tot de 23 leden die tegen hoofdstuk IV (Justitie) van de begroting voor 1848 en 1849 stemden. De begroting werd met 35 tegen 23 stemmen aangenomen.
- Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen.
- Stemde in 1847 tegen hoofdstuk II van de begroting
- Stemde in 1848 tegen de hoofdstukken II en IV van de nieuwe Grondwet
- Behoorde in 1854 tot de 19 leden die tegen het wetsvoorstel tot vaststelling van het reglement op het beleid der regering van Nederlandsch-Indië stemden
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd in september en oktober 1848 en in februari 1851 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet
- Was in 1849 het eerste Kamerlid dat een motie (van orde) indiende. Hij vroeg daarin een overeenkomst met de Nederlandsche Handel-Maatschappij eerst aan de Tweede Kamer voor te leggen. De motie werd verworpen.
uit de privésfeer
- Zijn vader was schepen van Nijmegen
verkiezingen
- Werd in 1848 in het district Nijmegen verslagen door jhr. G.E.G.C.K. Dommer van Poldersveldt en in het district Elst door A.W. Engelen.
- Werd in december 1848 bij een naverkiezing in het district Enschede gekozen. Versloeg H. van Sonsbeeck. Werd bij naverkiezingen in het district Harderwijk na herstemming verslagen door G. Groen van Prinsterer (a.r.).
- Werd in 1850 bij de algemene verkiezingen in de districten Arnhem en Almelo in de eerste stemmingsronde gekozen. Nam zijn benoeming aan in het district Almelo. Versloeg in Arnhem onder anderen G. Groen van Prinsterer en Æ. baron Mackay (a.r.) en in Almelo onder anderen B.G. ten Pol.
- Werd in 1853 in de eerste stemmingsronde gekozen. Versloeg onder anderen G. graaf Schimmelpenninck en S.A. van Hoogstraten
- Versloeg in 1854 bij de periodieke verkiezingen S.A. van Hoogstraten
woonplaats(en)/adres(sen)
Nijmegen
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
Ned. Patriciaat, 1940
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Nijmegen, 29 april 1812
echtgeno(o)t(e)/partner
A.C. Quack, Anna Catharina
kinderen
6 zonen en 4 dochters (en 1 jong-gestorven kind)
vader
Dr. M.W. de Man, Matthijs Willem
geboorteplaats en/of -datum
Nijmegen, 15 maart 1761
beroep vader
arts (tweede stadsgeneesheer van Nijmegen)
moeder
J.M. Pieck, Johanna Margaretha
geboorteplaats en/of -datum
Stevensbeek, 10 september 1764
beroep grootvader (vaderskant)
stadsgeneesheer