moderaat of gematigd liberaal, 'pragmatisch' liberaal
functie(s) in de periode 1841-1852: lid Tweede Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Johan Theodoor Hendrik
titulatuur en naam
Mr. J.Th.H. Nedermeijer ridder van Rosenthal Johan Theodoor Hendrik
opmerkingen over de naam en/of titel
Achternaam was oorspronkelijk 'Nedermeijer von Rosenthal'
geboorteplaats en -datum
Culemborg, 27 maart 1792 (Culemborg heette toentertijd Kuilenburg)
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 31 januari 1857
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
niet-kerkelijke levensbeschouwing
vrijmetselaar (tevens)
Partij/stroming
stroming(en)
- moderaat of gematigd liberaal (voor 1849)
- 'pragmatisch' liberaal (vanaf 1849)
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te Arnhem, van 1816 tot 1817
- substituut-officier van justitie, rechtbank van eerste aanleg te Arnhem, van 1 juli 1817 tot 1 november 1821
- auditeur-militair bij het provinciaal commandement te Gelderland, van 1 november 1821 tot 1 oktober 1841
- waarnemend rijksadvocaat te Gelderland, van 15 februari 1831 tot 30 juni 1832
- lid stedelijke raad van Arnhem, van 5 oktober 1833 tot 1 november 1849
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 oktober 1841 tot 13 februari 1849 (voor Gelderland)
- wethouder van Arnhem, van 21 oktober 1841 tot 1 november 1849
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 1 november 1849 (voor het kiesdistrict Arnhem)
- minister van Justitie, van 1 november 1849 tot 15 juli 1852
- tijdelijk minister voor de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke, van 1 november 1849 tot 15 juli 1852
- ambteloos (hield zich bezig met juridische en historische studies)
(in)formateurschap(pen)
- kabinetsformateur (samen met J.R. Thorbecke), van 3 oktober 1849 tot 15 oktober 1849
Nevenfuncties
lid Staatscommissie herziening strafrecht en rechtspleging van land- en zeemacht, vanaf 2 oktober 1841
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1843 tot mei 1844
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1849 tot september 1849
Opleiding
voortgezet onderwijs
academische studie
- Romeins en hedendaags recht, Hogeschool te Leiden, vanaf 23 september 1811 (ging in dienst)
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 18 oktober 1814 tot 24 juni 1816
Activiteiten
als parlementariër
- Behoorde in 1843 tot de 24 leden die vóór het (verworpen) wetsvoorstel tot regeling van 's Rijks openbare schuld stemden
- Behoorde in 1843 tot de 24 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1844 en 1845 stemden. De begroting werd met 33 tegen 24 stemmen aangenomen.
- Stemde in 1843 en 1845 geregeld tegen begrotingshoofdstukken
- Behoorde in 1844 tot de 25 leden die tegen de ontwerp-wet inzake de buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen.
- Behoorde in 1845 tot de 24 leden die tegen het wetsvoorstel over het tarief voor in-, uit- en doorvoerde stemden. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 24 stemmen aangenomen.
- Behoorde in 1845 tot de 19 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1846 en 1847 stemden. De begroting werd met 37 tegen 19 stemmen aangenomen.
- Beantwoordde in 1845 de vraag of er vanuit de Tweede Kamer een voorstel tot Grondwetsherziening moest worden gedaan met "ja"
- Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen.
- Diende in 1845 twee initiatiefvoorstellen tot herziening van de Grondwet over de samenstelling van de raden in plattelandsgemeenten en steden. De voorstellen werden later ingetrokken.
- Behoorde in 1847 tot de 23 leden die tegen hoofdstuk IV (Justitie) van de begroting voor 1848 en 1849 stemden. De begroting werd met 35 tegen 23 stemmen aangenomen.
- Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen.
- Stemde in 1848 bij de eerste lezing tegen hoofdstuk III, en bij beide lezingen tegen de hoofdstukken VI en X van de nieuwe Grondwet
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Wees in 1851 in het K.B. over de inrichting van de rijkspolitie de minister van Justitie aan als hoofd daarvan. De procureurs-generaal fungeerden als directeuren van politie.
- Trok het door hem in 1851 in de Tweede Kamer verdedigde ontwerp-Wet op vereeniging en vergadering in, nadat tijdens de behandeling veel kritiek was geuit en wijzigingen van het ontwerp onvoldoende werden geacht
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1850 samen met Thorbecke de Wet op het Nederlanderschap tot stand. Deze bepaalde dat burgers door geboorte uit in op het grondgebied van het Rijk in Europa gevestigde ouders het Nederlanderschap verkregen. Naturalisatie was mogelijk bij wet. Door het aannemen van naturalisatie in een vreemd land of vijfjarig verblijf in een vreemd land met het oogmerk om niet terug te keren, ging het Nederlanderschap verloren.
- Bracht in 1850 de Wet inzake het recht van (parlementaire) enquête tot stand. Deze bepaalt hoe een enquête kan worden ingesteld, hoe de oproeping van getuigen moet plaatsvinden, op welke wijze de verhoren moeten geschieden en welke straffen er staan op weigering te verschijnen. Ministers konden niet worden verhoord. De verhoren dienden in het Kamergebouw plaats te vinden.
- Bracht in 1852 de wet tot regeling der afkondiging van algemeene maatregelen van inwendig bestuur van den Staat tot stand. AMvB's treden in werking nadat de afkondiging bekend kan zijn (uiterlijk de eenentwintigste dag na publicatie). Afkondiging geschiedt door plaatsing in het Staatsblad.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Keerde zich in 1848 bij de Grondwetsherziening tegen het beperken van het lidmaatschap van de Eerste Kamer tot de allerrijksten (en was de enige die om die reden tegen stemde)
- Trad af als minister nadat de Tweede Kamer op 14 mei 1852 artikel 1 van zijn wetsvoorstel betreffende de samenstelling der rechterlijke macht en het beleid der justitie met 44 tegen 15 stemmen had verworpen. Diende op 17 mei 1852 zijn ontslag in, wat hem twee maanden later werd verleend.
uit de privésfeer
- Zijn vader was auditeur-militair te Wesel, schepen van Culemborg en schout van het gemene land van Culemborg (1792-1797)
anekdotes en citaten
- Over hem werd gezegd dat Nedermeijer liberaal en Van Rosenthal antirevolutionair was
verkiezingen
- Versloeg in 1841 J.M. de Kempenaer. Kreeg in de derde stemmingsronde in de Staten van Gelderland 48 stemmen, tegen 33 voor De Kempenaer.
- Werd in 1848 in de kiesdistricten Arnhem en Harderwijk gekozen en nam zijn benoeming aan in Arnhem. Versloeg in Harderwijk G. Groen van Prinsterer (a.r.).
- Werd in 1848 in het district Doetinchem na herstemming verslagen door jhr. J.A.Ch.A. van Nispen tot Sevenaer
woonplaats(en)/adres(sen)
- Arnhem (stad)
- Arnhem, buitenplaats Remenenk, van 1823 tot 1830
- 's-Gravenhage, van november 1849 tot 31 januari 1857
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 oktober 1842
predicaten/adellijke titels
- ridder, 21 september 1834
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 1852
militaire dienst
- dienstplichtig militair, tot 1811
- korporaal, omstreeks 1815
Publicaties van/over
lijst van publicaties
zie voor zijn geschriften: NNBW IX, p.886
literatuur/documentatie
- B. Koene, "De man die op Thorbecke moest passen. Politicus, vrijmetselaar en slavenvriend Jan Nedermeijer van Rosenthal, 1792-1857" (2021)
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 884
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
publicaties over en van letterkundigen
biografie
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Velp (Gld.), 28 augustus 1823
echtgeno(o)t(e)/partner
J.W. baronesse van Eck van Overbeek, Jeannette Wilhelmine
kinderen
2 zonen en 4 dochters
vader
Mr. H.H.C. von Rosenthal, Hans Heinrich Conrad
geboorteplaats en/of -datum
Weissenfels (Saksen), 22 juli 1762
moeder
L.A. Bosch, Louise Anna
geboorteplaats en/of -datum
Culemborg, 23 januari 1791
beroep grootvader (vaderskant)
wijnkoper