Negentiende-eeuws Commissaris van de Koning in Drenthe; ijverig behartiger van de belangen van zijn provincie. Na zijn rechtenstudie advocaat en subsituut-officier van justitie en in 1838 op jonge leeftijd advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Gold als een bekwaam jurist. In Drenthe bevorderde hij de oprichting van waterschappen, zette hij zich in voor het behoud van hunnebedden en bewerkstelligde hij dat Schoonebeek een zelfstandige gemeente werd.