regeringsgezinden ten tijde van Willem I en Willem II
functie(s) in de periode 1823-1843: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Joseph
titulatuur en naam
Mr. J. Gockinga Joseph
geboorteplaats en -datum
Groningen, 28 mei 1778
overlijdensplaats en -datum
Groningen, 29 oktober 1851
levensbeschouwing
Gereformeerd (Ned. Hervormd)
Partij/stroming
stroming(en)
- regeringsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II)
- conservatief
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te Groningen, vanaf 1801
- commissaris der verpondingen, arrondissement Appingedam, van 1805 tot 1815
- ontvanger der middelen te water en te land
- ontvanger der registratie, vanaf 1810
- inspecteur registratie-, zegel- en hypotheekrechten in de provincie Groningen en het landschap Drenthe, vanaf 1815
- rechter ter instructie in de rechtbank van eerste aanleg te Groningen, van 1 januari 1820 tot 1 maart 1827
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 oktober 1823 tot 17 oktober 1825 (voor de provincie Groningen)
- vicepresident rechtbank van eerste aanleg te Groningen, van 1 maart 1827 tot 1 januari 1831
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 oktober 1827 tot 16 oktober 1843 (voor de provincie Groningen; in 1834 toegelaten op 23 oktober)
- president rechtbank van eerste aanleg te Groningen, van 1 januari 1831 tot 1 oktober 1838
- raadsheer Provinciaal Gerechtshof te Groningen, van 1 oktober 1838 tot 1 november 1839
- vicepresident Provinciaal Gerechtshof te Groningen, van 1 november 1839 tot 15 januari 1843
- president Provinciaal Gerechtshof te Groningen, van 15 januari 1843 tot 14 september 1848
Nevenfuncties
- president commissie voor de landbouw in Groningen
- lid College van Curatoren Hogeschool te Groningen, van 1839 tot 5 juni 1851
Opleiding
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Groningen, van 10 juli 1795 tot 18 maart 1801
Activiteiten
als parlementariër
- Was in 1828 één van de vier leden die tegen het regeringsvoorstel tot intrekking van de wet ter beteugeling van onrust en kwaadwilligheid stemde
- Behoorde in 1833 tot de minderheid die vóór een wetsvoorstel tot verhoging van de accijns op turf stemde. Het wetsvoorstel werden verworpen met 36 tegen 13 stemmen.
- Behoorde in 1833 tot de 16 leden die tegen de begroting 1834/1835 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.
- Behoorde in 1835 tot de 15 leden die tegen de begroting 1836/1837 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.
- Behoorde in 1838 tot de 16 leden die vóór een (verworpen) wetsvoorstel over het tarief voor de rechten op in- en uit- en doorvoer stemden
Wetenswaardigheden
algemeen
- Zijn zoon, C.H. Gockinga, was president van de Hoge Raad
- Volgde zijn vader op als Tweede Kamerlid
- Stelde zich in 1843 niet herkiesbaar
woonplaats(en)/adres(sen)
Groningen
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 27 juli 1829
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Observationes ex iure civilii selectae" (dissertatie, 1801)
literatuur/documentatie
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel VIII, 612
- Nederland's Adelsboek, 1993
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
archivalia
RA Groningen, familiearchief Gockinga
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Groningen, 11 oktober 1802
echtgeno(o)t(e)/partner
C. Modderman, Catharina
kinderen
3 zoons en 6 dochters
vader
Mr. C.H. Gockinga, Campegius Hermannus
geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 14 februari 1748
moeder
A.M. van Sijsen, Alagonda Maria
geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 27 maart 1750
beroep grootvader (vaderskant)
- raadsheer Hof van Groningen
- gedeputeerde ter Staten-Generaal
familierelaties