Baron uit Den Haag, die werkzaam was bij de Staatsspoorwegen en op Java directeur van een spoorwegmaatschappij. Na zijn repatriėring twee jaar Tweede Kamerlid voor het district Den Haag. De Staten van Zuid-Holland kozen hem in 1888 tot Eerste Kamerlid. Bracht als Kamerlid volgens het Handelsblad spaarzaam 'heldere' adviezen uit. Schoonzoon van Fransen van de Putte en zoon van een minister van Buitenlandse Zaken.