CHU
functie(s) in de periode 1922-1930: lid Eerste Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Herman
titulatuur en naam
Mr. H. Verkouteren Herman
geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 15 maart 1856
overlijdensplaats en -datum
Amsterdam, 4 juni 1930
levensbeschouwing
Hervormd: orthodox
Partij/stroming
partij(en)
- CHK (Christelijk-Historische Kiezersbond), tot 16 april 1903
- CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
- CHU (Christelijk-Historische unie), vanaf 9 juli 1908
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat en procureur te Amsterdam, vanaf 1880
- lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 5 juli 1904 tot juli 1922 (1904-1919 voor het kiesdistrict Weesp)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 25 juli 1922 tot 18 september 1923
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1923 tot 4 juni 1930
Partijpolitieke functies
overzicht
- secretaris Christelijk-Historische Kiezersbond, tot 16 april 1903
- lid hoofdredactie partijblad "De Nederlander", van 1 januari 1897 tot 1 oktober 1901
- secretaris fusiecommissie VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij) en CH-Kiezersbond, 1903
- lid hoofdbestuur CHP, vanaf 16 april 1903
- lid hoofdredactie "De Nederlander, vanaf april 1903 (na de fusie van Vrije-AR en CHKB)
- secretaris CHU, van juli 1908 tot juli 1918
- secretaris CHU Kamerkring Noord-Holland, tot 1925
- lid hoofdbestuur CHU, van 1926 tot 1929
Nevenfuncties
- auditeur dienstdoende Schutterij van Amsterdam, vanaf 5 oktober 1894 (nog in 1904)
- lid Commissie van aanslag Bedrijfsbelasting 7e inspectie te Amsterdam, omstreeks 1904
- voorzitter Commissie ex. art. 86 Ongevallenwet 1901, omstreeks 1904
- secretaris College van Regenten der gevangenissen te Amsterdam, vanaf 31 mei 1905 (nog in 1923)
- lid Commissie van aanslag bedrijfs- en andere inkomsten, achtste kantoor te Amsterdam, omstreeks 1910
- voorzitter Militieraad, eerste district Noord-Holland, omstreeks 1916 (nog in 1919)
- voorzitter Invaliditeits-rentecommissie te Amsterdam I, omstreeks 1916 (nog in 1919)
- ondervoorzitter Raad van Arbeid te Amsterdam, omstreeks 1919 (nog in 1923)
- lid distributiegerecht van eerste aanleg in Noord-Holland, vanaf 8 januari 1919 (nog in 1928)
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 7 april 1926 tot 18 juli 1926
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 19 maart 1929 tot 18 juni 1929
Opleiding
voortgezet onderwijs
academische studie
- rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1873 tot 17 juni 1880
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Eerste Kamer onder andere over onderwijs, justitie, buitenlandse zaken, defensie en Indische aangelegenheden
opvallend stemgedrag
- Stemde in 1929 samen met drie fractiegenoten tegen het wetsvoorstel tot wijziging van de Ziektewet van minister Slotemaker
Wetenswaardigheden
algemeen
- Behoorde tot de conservatieve vleugel van de CHU. Zie over zijn ultraconservatieve opvattingen over het onderwijs: P.J. Oud, "Het Jongste Verleden", deel II
- Moest in 1918 aftreden als partijsecretaris, nadat hij zich op een verkiezingsbijeenkomst te Durgerdam negatief had uitgelaten over het algemeen mannenkiesrecht en stemrecht voor minvermogenden
- Behoorde in 1924 tot een groep in de CHU ('goedgezinden') die zich keerden tegen de koers van de partij en die onder meer om krachtiger steun voor de bezuinigingspolitiek van Colijn vroeg
uit de privésfeer
- Zijn grootvader was burgemeester van Geertruidenberg
anekdotes en citaten
- Waarschuwde in 1923 bij de behandeling van een wijziging van de Kieswet voor het gebruik van Germanismen, zoals 'voorwoord' in plaats van 'inleiding' en zei dat iedere aankomende jongen zich bevoegd achtte nieuwe woorden te smeden als 'fiets' [dat woord was al in 1897 in de Tweede Kamer gebruikt].
- Zei in 1927 bij de behandeling van een wetje om invoering van het zevende leerjaar op 1 september 1927 af te dwingen: "Als de werklui nog knapper worden, (...), dan is het heelemaal niet meer om te doen, dan willen ze allemaal vrijgestelde worden en liever werkstakingen organiseeren dan werken."
verkiezingen
- Werd bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1909 na herstemming in Amsterdam VI verslagen door de vrije-liberaal W.H. de Beaufort
- Werd in 1913 bij een tussentijdse verkiezing in het district Amsterdam VI verslagen door de vrije-liberaal B. Nierstrasz
- Versloeg in 1922 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland in de derde stemmingsronde F.M. Wibaut (sdap) met 30 tegen 29 stemmen
- Werd in 1923 en 1929 tot Eerste Kamerlid gekozen door Groep III: Noord-Holland en Friesland
woonplaats(en)/adres(sen)
Amsterdam, Prinsengracht 510, omstreeks 1915 (nog in 1923)
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 maart 1926
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "Over artikel 153 Grondwet (over huisvrede)" (dissertatie, 1880)
- "De Woningwet" (1900)
- "Rein leven" (1905)
- "Lichaamsoefening" (1906)
- "Grondwetsherziening" (1907)
- "Politiek" (1908)
- "De rechten der minderheden" (1910)
- "De Christelijke beginselen in het recht" (1910)
- "De oorzaken van degeneratie" (1911)
- "Grondwetsherziening" (1912)
- "Republiek of monarchie" (1912)
- "Waterloo" (1915)
literatuur/documentatie
- P.J. Oud, "Het Jongste Verleden", deel II, 75
- "Het Vaderland", 4 juni 1930
- H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919"
- Ned. Patriciaat 1928
archivalia
IISG, archief-Verkouteren
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 17 juni 1886
echtgeno(o)t(e)/partner
P.E.A. Brun, Pauline Elisabeth Amelie
vader
Dr. M.I. Verkouteren, Marinus Isaäk
geboorteplaats en/of -datum
Geertruidenberg, 6 juni 1819
beroep vader
arts
moeder
S.J.Ph. Ameshoff, Sophia Johanna Philippina
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 27 augustus 1822
beroep grootvader (vaderskant)
notaris te Geertruidenberg
beroep grootvader (moederskant)
koopman
familierelaties
- Achterkleinzoon van A. Ameshoff, lid Notabelenvergadering