Mr. D. (Daam) Fockema

D. Fockema
bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

Fries liberaal Tweede Kamerlid in de periode vóór 1848. Afkomstig uit een deftige familie uit Dokkum, waar zijn vader fabrikant en burgemeester was. Advocaat in Leeuwarden en daar later ook notaris. Volmacht ten Landdage van Friesland en actief in de Patriottenbeweging. Bekleedde in de Bataafse Tijd bestuurlijke functies en werd in 1817 lid van de stedelijke raad van Leeuwarden. In 1822 door de Staten gekozen tot Tweede Kamerlid en daar één van de belangrijkste opposanten tegen de politiek van Willem I en Willem II. In 1830 verliet hij de Kamer uit moedeloosheid over de geringe bereidheid tot hervormingen, maar in 1831 werd hij weer lid.

financiële oppositie
functie(s) in de periode 1822-1834: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Daam (Daam)

titulatuur en naam

Mr. D. Fockema Daam (Daam)

geboorteplaats en -datum

Dokkum, 6 juni 1771

overlijdensplaats en -datum

Leeuwarden, 31 juli 1855

Partij/stroming

stroming(en)

  • gematigd patriot (vóór 1802)
  • oppositioneel (onder Willem I) (behoorde tot de "financiële oppositie")

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Dokkum, van 29 januari 1793 tot oktober 1793
  • advocaat te Leeuwarden, vanaf oktober 1793
  • notaris te Leeuwarden, van mei 1794 tot 1802
  • volmacht ten landdage van Friesland, vanaf februari 1794 (voor de grietenij Dantumadeel)
  • secretaris revolutionair comité, 1795
  • lid voorlopig bestuur van Leeuwarden, vanaf 1796
  • secretaris Intermediair Uitvoerend Bewind der Bataafse Republiek, van 21 juni 1798 tot 3 maart 1799
  • lid departementaal bestuur, departement van de Eems, van 16 juni 1799 tot 21 juni 1802
  • raadsheer Hof van Friesland, van 7 september 1802 tot 1 november 1811 (benoemd 24 augustus 1802)
  • notaris te Leeuwarden, van 15 september 1811 tot 12 oktober 1822
  • lid stedelijke raad van Leeuwarden, van 1817 tot 1824
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 oktober 1822 tot 7 april 1830 (voor Friesland)
  • lid Provinciale Staten van Friesland, van 5 juli 1831 tot 18 oktober 1831 (voor de landelijke stand, district Bergum)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 oktober 1831 tot 20 oktober 1834 (voor Friesland)

Nevenfuncties

  • lid commissie voor het ontwerpen van de Nationale wetboeken, van 1807 tot 1808
  • voorzitter Kamer van Notarissen, vanaf 1811
  • lid commissie tot redactie ener wet op de rechterlijke instellingen en rechtspleging, vanaf 18 november 1811

Opleiding

primair onderwijs

  • lagere school te Dokkum

voortgezet onderwijs

  • Latijnse school te Dokkum, van 1780 tot 16 juli 1787

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Groningen, van 29 augustus 1787 tot 19 januari 1793

Activiteiten

als parlementariër

  • Stemde in 1822 tegen oprichting van het Amortisatie Syndicaat
  • Behoorde in 1833 tot de 16 leden die tegen de begroting 1834 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Trad in april 1830 af als Tweede Kamerlid uit moedeloosheid ten aanzien van zijn oppositie, maar keerde in 1831 nog voor drie jaar terug
  • Tegenstander van de volhardingspolitiek tegenover België

uit de privésfeer

  • Zijn vader was fabrikant, lid van de vroedschap en burgemeester van Dokkum, lid van de Staten van Friesland (voor en na 1814)
  • Zijn oudste broer was lid van Gedeputeerde Staten van Friesland

niet-aanvaarde politieke functies

  • raadsheer Hof van Friesland, juli 1795 (na de removatie van de zittende raadsheren)
  • lid Raad van State, februari 1841 (geweigerd)
  • lid Provinciale Staten van Friesland, 1841
  • lid Eerste Kamer, augustus 1848 (geweigerd vanwege hoge leeftijd)

woonplaats(en)/adres(sen)

Leeuwarden, vanaf 1793

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Unie, 23 april 1808
  • Ridder in de Orde van de Reünie, 7 maart 1812
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1840

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, vanaf juni 1827
  • lid Friesch Genootschap der Kunsten en Wetenschappen, vanaf juni 1830
  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf juli 1831

hobby's

geschiedkundige

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "De poenis earamque diversitate ratione imputationis" (dissertatie, 1793)
  • "Iets betrekkelijk de afscheiding van het Zuiden en Noorden van de Nederlanden" (1831)
  • "Proeven betrekkelijk de staatshuishouding in Nederland" (1834)
  • "Proeven van taal- en geschiedkunde" (1836)
  • "Schetsen van de Friesche geschiedenis in het algemeen en wegens het strafrecht in het bijzonder" (1840-1846, 3 dln.)

literatuur/documentatie

  • A. Telting, "Levensberigt van Daam Fockema", in: Handelingen en Levensberigten van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden" (1856)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 606
  • A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel VI, 42
  • Ned. Patriciaat, 1963

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

publicaties over en van letterkundigen

biografie

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

ongehuwd

vader

J. Fockema, Johannes

geboorteplaats en/of -datum

Dokkum, 12 maart 1745

moeder

T. van Kleffens, Trijntje

geboorteplaats en/of -datum

Dokkum, 26 februari 1748

beroep grootvader (vaderskant)

burgemeester van Dokkum

beroep grootvader (moederskant)

burgemeester van Dokkum

familierelaties