Telg van een vooraanstaande Tielse regentenfamilie, die in zijn stad tijdens de Republiek afwisselend schepen en burgemeester was. Verdween in 1795 uit het bestuur, maar keerde daarin vanaf 1806 terug. Was toen opnieuw lid van de stedelijke raad. Vanaf 1814 lid van de Staten-Generaal (en na 1815) van de Tweede Kamer.