Lid van de Raad van State ten tijde van Willem I en Willem II. Begon zijn juridische loopbaan in de Kaapprovincie en bleef daar tot 1806. Werd toen rechter, onder meer in Gelderland en bij het Keizerlijk Gerechtshof. Na de herwonnen zelfstandigheid belastinginspecteur, auditeur-militair en griffier van de Staten in het noordelijk deel van Holland. Schoonzoon van minister en generaal J.W. Janssens.