Uit een Amsterdamse regentenfamilie stammende volksvertegenwoordiger en minister. Was in de Bataafse tijd advocaat en werd in 1805 lid van het Wetgevend Lichaam. In 1808 kwam hij onder koning Lodewijk in de Staatsraad en werd hij directeur-generaal van de publieke schuld. Onder soeverein vorst Willem was hij de eerste die de leiding had van het ministerie van Financien (vanaf 1815 voerde hij ook de titel minister). Verdedigde de voorstellen om de invoerrechten te verhogen op suiker en koffie. Werd later overvleugeld en vervangen door directeur-generaal van de indirecte belastingen Appelius. Stond niet al te goed aangeschreven en leed enkele parlementaire nederlagen.