Advocaat uit Zupthen en predikantszoon, die tijdens de Republiek tot de felste patriotten behoorde. Werd daarom in 1788 verbannen uit Gelderland en in 1790 buiten de amnestie gelaten. Na de Bataafse omwenteling lid van het bestuur in Zutphen en van de Nationale Vergadering. Kwam na de staatsgreep van januari 1798 in het radicale unitarische Uitvoerend Bewind. Had na juni 1798 nog wel zitting in het Vertegenwoordigend Lichaam, maar vervulde verder alleen nog juridische en ambtelijke functies.