Mr. A.Ph.J. De Moor

Volgzaam zuidelijk lid van de Tweede Kamer onder Willem I. Steunde diens financiële beleid en behoorde in 1830 tot de minderheid van de Zuid-Nederlanders die tegen splitsing van het koninkrijk waren. Was in Antwerpen advocaat en rechter en later openbaar aanklager.

regeringsgezinden ten tijde van Willem I
functie(s) in de periode 1817-1830: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Opleiding
  5. Activiteiten
  6. Wetenswaardigheden
  7. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Antoon Philips Joseph

titulatuur en naam

Mr. A.Ph.J. De Moor Antoon Philips Joseph

geboorteplaats en -datum

Antwerpen, 4 april 1764

overlijdensplaats en -datum

Antwerpen, 1 oktober 1839

Partij/stroming

stroming(en)

regeringsgezind (onder Willem I)

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Antwerpen
  • administrateur municipaliteit van Antwerpen
  • rechter, Criminele rechtbank te Antwerpen, vanaf 1800
  • lid raad van Antwerpen
  • procureur des keizers, departement van de beide Nethen, van 1812 tot 1815
  • procureur des konings te Antwerpen, vanaf 1815
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 oktober 1817 tot 16 oktober 1820 (voor de provincie Antwerpen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 31 oktober 1821 tot 18 oktober 1830 (voor de provincie Antwerpen)

Opleiding

academische studie

  • rechten (licentiaat)

Activiteiten

als parlementariër

  • Was in 1819 één van de weinige zuidelijke leden die vóór de ontwerp-tienjarige begroting 1820-1830 stemde
  • Behoorde in 1822 tot de acht zuidelijke leden die vóór het wetsvoorstel over de personele belasting stemden
  • Antwoordde in 1829 ontkennend op de vraag of er een jury moest komen bij de provinciale hoven en criminele rechtbanken, zoals door het lid De Brouckère was voorgesteld
  • In 1829 stemden hij en Deprez als enigen van de zuidelijke leden tegen het initiatiefwetsvoorstel-Barthelémy c.s. over herziening van de wet op de rechterlijke organisatie
  • Stemde als enige zuidelijke lid in 1830 tegen een wet over belastingheffing op koffie, omdat hij daarvan schadelijke gevolgen vreesde voor de handel in Antwerpen
  • Beantwoordde in 1830 als één van de weinige zuidelijke leden de vraag of tot scheiding van Noord en Zuid moest worden overgegaan met "neen"

Wetenswaardigheden

woonplaats(en)/adres(sen)

Antwerpen

Familie/gezin

vader

J.J. De Moor, Jacob Joseph

moeder

J.J. Cremers, Johanna Josepha