Secretaris-generaal van Justitie en staatsraad. Werd na een loopbaan in Nederlands-Indië bij de rechterlijke macht en in de advocatuur een bekwame wetgevingsjurist op het ministerie van Justitie. Vanwege zijn minder goede leidinggevende capaciteiten had minister Loeff liever een ander (een katholiek) tot secretaris-generaal benoemd, maar toen die niet beschikbaar was, werd hij in 1904 toch belast met de ambtelijke leiding van het departement. Na zeven jaar werd hij in de Raad van State benoemd, waarin hij bijna vijfentwintig jaar zitting had.