Landbouwer, die in 1965 Cals opvolgde als KVP-Tweede Kamerlid toen die minister-president werd. Was daarmee één van de eerste Kamerleden uit 'het Nieuwe Land', waar hij zelf tot de landbouwpioniers behoorde. Aan zijn zachte 'g' was te horen dat hij afkomstig was uit Brabant. Was vanaf 1951 bestuurder van de Noordoostpolder en werd in 1962 bij de instelling van de gemeente wethouder. Vervulde vele functies op landbouwgebied en maakte zich sterk voor het opzetten van coöperaties. Voerde in de anderhalf jaar dat hij Kamerlid was niet in het openbaar het woord. Bescheiden, zelfs enigszins verlegen man.