Officier en bestuurder. Moest als patriot in 1787 de dienst verlaten en werd in de Bataafse tijd weer actief als aanvoerder van een burgerwacht bij de inval van de Engelsen en Russen. Vervulde vanaf 1803 bestuursfuncties in Overijssel en maakte een kleine twee jaar deel uit van het Wetgevend Lichaam. Vanaf 1819 zesenhalf jaar Tweede Kamerlid.