Brabantse bestuurder uit de Bataafs-Franse tijd en onder Willem I. Advocaat in Den Bosch en in 1796 gekozen tot lid van de Nationale Vergadering. Legde in 1798 wel de eed tegen het federalisme en het stadhouderlijk bewind af, maar trok zich toch terug uit het parlement. Onder koning Lodewijk werd hij lid van het Wetgevend Lichaam en in 1807 (tot de annexatie) landdrost van Brabant. Legde het in 1829 bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer af tegen een oppositionele kandidaat, maar werd in 1831 alsnog gekozen. Verdedigde in de Kamer steeds het regeringsbeleid.