Maastrichtse advocaat en zoon van de burgemeester van Roermond. Tijdens de Belgische opstand was hij Nederlands gezind en pas in 1840 werd hij weer Statenlid. In 1847 districtscommissaris en kort daarna griffier van de Staten. Als Kamerlid overwegend liberaal, maar wel tegenstander van afschaffing van de doodstraf en van de Lager-onderwijswet van Kappeyne.