Telg uit katholieke regentenfamilie van oude Gelderse adel. Trad in de voetsporen van zijn voorvaderen en was als 26-jarige al een gepromoveerd jurist en één van de jongste burgemeesters van Nederland. Combineerde vele jaren het burgemeesterschap van Hillegom met het voorzitterschap van de Koninklijke Vereniging voor Bloembollencultuur en was daarnaast senator voor de KVP. Besloot zijn loopbaan als Commissaris van de Koningin in Overijssel. Man met een aangeboren gevoel voor cultuur, doortastend en dynamisch. Iemand van veel doen en weinig praten, meer zakenman dan bestuurder.
KVP
functie(s) in de periode 1960-1972: lid Eerste Kamer, Commissaris van de Koning(in)
heemraad polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden, van 1 mei 1932 tot 1 juni 1937
secretaris polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden, vanaf 1 juni 1937
lid bestuur Schuttersgilde "Claudius Civillis" te Pannerden
voorzitter Koninklijke Vereniging van bloembollencultuur, van 1947 tot 1964
hoofdingeland Hoogheemraadschap van Rijnland
plaatsvervangend dijkgraaf Hoogheemraadschap van Rijnland
voorzitter PTT-kamer voor Zuid-Holland, omstreeks 1959
voorzitter College van Curatoren Technische Hogeschool Twente te Enschede, van 1964 tot 1972
voorzitter en lid Commissie van Bestuur Kaderschool Gemeentepolitie, omstreeks 1966
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
erevoorzitter Koninklijke Vereniging van Bloembollencultuur
Opleiding
voortgezet onderwijs
gymnasium-a, R.K. "Sint Canisius College" te Nijmegen
academische studie
Nederlands recht, Rijksuniversiteit Leiden, tot 20 februari 1933
promotie
rechtsgeleerdheid, Katholieke Universiteit Nijmegen, 31 maart 1936
Activiteiten
als parlementariër
Was woordvoerder binnenlandse zaken in de Eerste Kamer. Hield zich verder bezig met land- en tuinbouw.
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
Zwagers van hem waren burgemeester van Pannerden en van Beuningen, ooms van hem waren ondere andere burgemeester van Pannerden, burgemeester van Klimmen, burgemeester van Horssen en van Groesbeek, burgemeester van Beek en Donk en gedeputeerde van Gelderland
Zijn vader was burgemeester van Pannerden (1905-1928)
Zijn echtgenote was een (Franstalige) Belgische
verkiezingen
Werd in 1960 en 1963 gekozen door Groep IV: Zuid-Holland
ridderorden
Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 23 april 1957
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 15 april 1966
Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 1 mei 1972
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Ridderschap van Gelderland
preses L.S.V. "Minerva"
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De Wegenwet" (dissertatie, 1936)
literatuur/documentatie
Th. de Roos-van Rooden, "Een burgemeester van stand. Otto van Nispen en Hillegom" (2005)
Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
Wie is dat? 1956
Familie/gezin
echtgeno(o)t(e)/partner
J.M.J.M.H. van Biervliet, Jeanne Marie Josephe Mathilde Hélène
kinderen
1 dochter
vader
Jhr. F.L.M. van Nispen van Pannerden, Frans Lodewijk Marie