Jhr. H.A.D. Coenen

H.A.D. Coenen
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Steenfabrikant en burgemeester uit Zutphen die bijna een kwart eeuw Eerste Kamerlid was. Moest in 1876 tijdelijk terugtreden als senator, omdat hij niet meer voldeed aan de grondwettelijke eisen voor het lidmaatschap. Toen dat bij de verkiezingen van 1877 wel weer het geval was, kozen de Staten van Gelderland hem opnieuw tot Eerste Kamerlid. Lokale grootheid in Zutphen en als ondernemer ook actief op spoorweggebied. In de Eerste Kamer voerde hij nauwelijks het woord.

liberaal
functie(s) in de periode 1871-1876: lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Activiteiten
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Hendrikus Albertus Diedericus

titulatuur en naam

Jhr. H.A.D. Coenen Hendrikus Albertus Diedericus

geboorteplaats en -datum

Maarssenbroek (Utr.), 21 februari 1818

overlijdensplaats en -datum

Zutphen, 3 mei 1907

Partij/stroming

stroming(en)

liberaal

Hoofdfuncties/beroepen

  • steenfabrikant te Boxtel, tot 1848
  • steenfabrikant te Zutphen, vanaf 1848
  • lid gemeenteraad van Zutphen, van oktober 1851 tot september 1869
  • wethouder van Zutphen, van 6 maart 1854 tot 1 mei 1865
  • burgemeester van Zutphen, van 1 mei 1865 tot 1 oktober 1894
  • lid Provinciale Staten van Gelderland, van november 1866 tot 1870 (voor het kiesdistrict Zutphen)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 27 maart 1871 tot 23 mei 1876 (voor Gelderland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1877 tot 11 oktober 1884 (voor Gelderland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887 (voor Gelderland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor Gelderland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 15 september 1896 (voor Gelderland)

Nevenfuncties

  • lid College van Regenten over het Huis van Arrest (later Gevangenissen) te Zutphen, vanaf 5 december 1869 (nog in 1901)
  • voorzitter Raad van Commissarissen Westphaalse Spoorwegmaatschappij
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandsche Herverzekering-Maatschappij te Zutphen, omstreeks 1889
  • commissaris voor den weg van Zutphen naar Apeldoorn en Dieren, omstreeks 1889
  • commissaris voor den weg van Zutphen op Emmerik, omstreeks 1889

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van november 1881 tot januari 1882
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1884 tot juli 1884
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1885 tot juli 1885
  • voorzitter Commissie voor de Verzoekschriften (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 17 september 1889 tot september 1890
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1889 tot april 1890
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1893 tot december 1894
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juli 1895 tot september 1895
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 2 september 1896 tot 3 september 1896

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak vrij zelden in de Eerste Kamer; vanaf de zitting 1885/86 in het geheel niet
  • Interpelleerde in 1875 de minister van Binnenlandse Zaken over een vermeende inmenging bij verkiezingen

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1890 tot de negen liberalen die vóór het wetsvoorstel stemden ter goedkeuring van de overeenkomst met de spoorwegmaatschappijen over de verdeling van spoorlijnen

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Na de verkiezingen van 1887 hij pas op 21 september als Eerste Kamerlid toegelaten, omdat er een bezwaarschrift was ingediend. De commissie voor de geloofsbrieven zag geen bezwaar tegen toelating. Bij de stemming in Provinciale Staten van Gelderland ontstond discussie over de geldigheid, omdat 28 blanco stemmen waren uitgebracht en Coenen 27 stemmen had behaald. De stemming werd op voorstel van een Statenlid nietig verklaard en er volgde een nieuwe stemming.
  • Had een goede naam als burgemeester van Zutphen, door zijn inzet voor de bloei van de stad en voor stadsuitbreiding

uit de privésfeer

  • Medeoprichter van de Westphaalse Spoorwegmaatschappij
  • Was gehuwd met een kleindochter van B.F.W. van Westerholt, lid Notabelenvergadering
  • Een zoon van hem was gemeenteontvanger van Zutphen, een schoonzoon wethouder
  • Een zwager van hem, jhr. W.Ch.Th. van Nahuys, was burgemeester van respectievelijk Diepenheim, Stad en Ambt Ommen, Wijhe, Enschede en Zwolle

verkiezingen

  • Versloeg in 1871 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Gelderland met 35 tegen 16 stemmen jhr. C.J.C.H. van Nispen tot Sevenaer
  • Versloeg in 1877 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland W.A.A.J. baron Schimmelpenninck van der Oye met 30 tegen 27 stemmen
  • Werd in 1884 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland met 36 van de 60 stemmen herkozen. G.W. graaf van Rechteren van Appeltern kreeg 19 stemmen.
  • Kreeg in 1887 bij de verkiezing van Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Gelderland 32 van de 49 stemmen
  • Versloeg in 1888 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland met 31 tegen 30 stemmen jhr. F.X.J. van Nispen tot Pannerden (r.k.)
  • Werd in 1896 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland met 30 tegen 28 stemmen verslagen door F.J.M.A. Reekers (r.k.)

woonplaats(en)/adres(sen)

Zutphen

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, mei 1889

predicaten/adellijke titels

  • jonkheer, 23 mei 1845

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, 623

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Rijssen, 16 augustus 1855

echtgeno(o)t(e)/partner

L.Ch.E.M. barones van Ittersum, Louise Charlotte Elisabeth Marie

kinderen

4 zoons en 2 dochters

vader

H.A.A. Coenen, Hendrik Arend Albert

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, 18 oktober 1786

beroep vader

landeigenaar en rentenier

moeder

H. van Kuyk, Hendrika

geboorteplaats en/of -datum

Maarssenbroek, 12 mei 1796

beroep grootvader (vaderskant)

schepen van Utrecht


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.