Groningse industrieel en weldoener, die door zijn provincie naar de Eerste Kamer werd afgevaardigd. Grote, forse man, die bekendheid genoot doordat hij veel schonk aan stichtingen en verenigingen. Zijn rijkdom dankte hij aan het kapitaal dat zijn vader had opgebouwd via een aardappelmeelfabriek. Hijzelf werd daarvan in 1890 na het overlijden van zijn vader directeur.