SDAP, PvdA
functie(s) in de periode 1929-1948: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Evert (Evert)
titulatuur en naam
E. Kupers Evert (Evert)
geboorteplaats en -datum
Groningen, 5 januari 1885
overlijdensplaats en -datum
Bloemendaal, 23 januari 1965
levensbeschouwing
geen godsdienst
Partij/stroming
partij(en)
- SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij), van 5 januari 1903 tot 9 februari 1946
- PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 9 februari 1946
Hoofdfuncties/beroepen
- kleermakersleerling in het bedrijf van zijn vader, vanaf 1899
- tweede secretaris Nederlandsche Bond van Mannelijke en Vrouwelijke Arbeiders in de kledingindustrie en Aanverwante Vakken, van 1904 tot 1907
- secretaris-penningmeester Bond van arbeiders in de kledingindustrie, van 1907 tot 1909
- voorzitter Bond van arbeiders in de kledingindustrie, van 1909 tot 1915
- tweede secretaris NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van 1915 tot mei 1919
- eerste secretaris NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van mei 1919 tot mei 1925
- tweede voorzitter NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van mei 1925 tot september 1928
- lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 12 april 1927 tot 28 april 1931
- voorzitter NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van 27 september 1928 tot 16 juli 1940 (op verlof gestuurd door de Duitsers)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1929 tot 27 juli 1948
- ambtenaar belast met toezicht op naleving van de c.a.o.'s in het bakkerijbedrijf, vanaf 1940
- verkoper van schriftelijke cursussen in de bijenteelt, omstreeks 1941
- voorzitter NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van mei 1945 tot 14 december 1949
gevangenschap/internering
- gevangenschap te Amsterdam, februari 1941 (twaalf dagen; na de februaristaking)
- gevangenschap te Utrecht en Apeldoorn, van 24 maart 1945 tot 10 april 1945
Partijpolitieke functies
overzicht
- lid SDAP-commissie actie en propaganda tegen extremisme (Commissie van Vijf), vanaf 1933
- lid commissie herziening tactiek SDAP, van juni 1933 tot november 1933
- voorzitter koloniale commissie SDAP en NVV, vanaf oktober 1933
- lid Centrale-Plancommissie SDAP, vanaf augustus 1935
- voorzitter koloniale commissie (illegale) SDAP, van 1944 tot 1945
Nevenfuncties
- secretaris afdeling Socialistische Jongeren Vereniging "De Zaaier"
- tweede secretaris coöperatie "De Toekomst", van 1905 tot 1907
- voorzitter Algemene Woningbouwvereniging "Amsterdam", vanaf 1910
- lid bestuur zangvereniging "De Volksstem"
- lid redactie "De Vakbeweging", vanaf mei 1919
- lid Staatscommissie inzake de ziekteverzekering van arbeiders (Staatscommissie-Koolen), vanaf juni 1919
- lid Centrale Gezondheidsraad, vanaf 1921
- lid Raad van Toezicht Rijksverzekeringsbank, vanaf 1921
- secretaris-penningmeester Nationale Woningraad
- ondervoorzitter Hoge Raad van Arbeid, van 1928 tot 1940
- lid generale raad IVvV (Internationaal Verbond van Vakverenigingen), van 1928 tot 1936
- lid Commissie van Advies voor de werkloosheidsverzekering, omstreeks 1928 (nog in 1933)
- lid College van Toezicht, bedoeld in art. 119 der Ziektewet, vanaf 1 augustus 1929 (nog in 1946)
- vicepresident Internationale Arbeidsconferentie te Genève, vanaf 1932
- lid Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau, van 1934 tot 1947
- vicevoorzitter IVvV (Internationaal Verbond van Vakverenigingen), van 1936 tot 1948
- lid commissie over de 'blijvende werkloosheid' en haar bestrijding (Hoge Raad van Arbeid), 1939
- voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Centrale Arbeiders Verzekeringsbank
- voorzitter Raad van Commissarissen N.V. "De Arbeiderspers"
- plaatsvervangend lid bestuur Fonds, bedoeld in art. 125 der Ziektewet, omstreeks 1938
- lid Staatscommissie sociale verzekering kleine zelfstandigen (Staatscommissie-Van Bruggen), van 17 april 1940 tot september 1942
- voorzitter Stichting van de Arbeid, van 1945 tot 1949
- lid Nationale Advies Commissie (adviescollege voor de samenstelling van de Voorlopige Staten-Generaal), van 20 juli 1945 tot november 1945
- lid Staatscommissie herziening Woningwet (Staatscommissie-Van den Bergh), van februari 1947 tot 9 mei 1950
- lid dagelijks bestuur Nederlandse Rode Kruis, van 1948 tot 1958
- lid bestuur SER (Sociaal-Economische Raad), vanaf 1950
- voorzitter commissie verbetering financiële positie militaire oorlogsslachtoffers, van 3 januari 1951 tot 16 september 1952
- voorzitter Nationaal Comité Hulpverlening Hongaarse Volk, van 2 november 1956 tot 1 december 1957
- lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandse Spoorwegen, omstreeks 1958
- voorzitter bestuur Algemeen Werkloosheidsfonds, omstreeks 1959
Opleiding
primair onderwijs
- lagere school te Groningen
Activiteiten
als parlementariër
- Hield zich als Tweede Kamerlid vooral bezig met sociale zaken en arbeidsaangelegenheden; sprak ook regelmatig over landbouw en Indische zaken
- Interpelleerde in 1932 minister Slotemaker de Bruïne over de besluiten en voornemens der regering aangaande de arbeidsvoorwaarden in en de inkrimping van de werkverschaffingen, de verlagingen van de steunnormen voor werkloze arbeiders, de verdeling van de kosten der werkloosheidsvoorzieningen tussen Rijk en gemeenten en de bevordering van de woningbouw
- Interpelleerde in 1933 minister Slotemaker de Bruïne over zijn besluit de steun aan werkloze arbeiders te verlagen
- Interpelleerde in 1934 minister Slotemaker de Bruïne over zijn besluit de steun aan werkloze arbeiders in Twente te verlagen, de verlaging van de lonen in de werkverschaffingen en het algemeen beleid inzake werklozenondersteuning
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
- Ontliep in 1941 gevangenschap in een gijzelaarskamp vanwege tandartsbezoek
- Tijdens de Tweede Wereldoorlog bekleedde hij enkele functies, die hem in staat stelde door het land te reizen om zo contacten te onderhouden met vakbondsbestuurders
woonplaats(en)/adres(sen)
- Groningen, tot 1907
- Amsterdam, vanaf 1907
- Hilversum, Soestdijksche Straatweg 10
- Amsterdam, Amstel 224, omstreeks 1931
- Bloemendaal, Essenlaan 5, vanaf april 1931 (nog in 1955)
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 17 september 1946
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 28 april 1951
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid socialistische jongelingsvereniging "De Zaaier", vanaf 1901
- lid kleermakersvereniging "Vooruitgang door Broederschap", vanaf 1903
- lid Bond van arbeiders in de kledingindustrie afdeling Groningen, vanaf 1903
- lid NVWG (Nederlandsche Vereeniging voor Waardevast Geld), van 1934 tot 1936 (lobbyclub vóór devaluatie van de gulden)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "De plannen van het NVV inzake de ziekenverzekering" (1921)
- diverse artikelen, onder meer in "De Socialistische Gids"
literatuur/documentatie
- B. Reinalda, "Kupers, Evert", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel VIII, 132
- S. Witteboon, "Evert Kupers. Werker strijder bouwer" (1949)
- Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
- Wie is dat? 1956
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland
archivalia
archief-E. Kupers, IISG
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 19 mei 1909
echtgeno(o)t(e)/partner
C.M.G. Thönissen, Constantina Maria Geeske
kinderen
4 zoons
vader
J. Kupers, Jan (oorspronkelijk Kuipers)
geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 23 oktober 1849
beroep vader
kleermaker (thuiswerker)
moeder
A. Kema, Anje (tweede echtgenote)
geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 2 oktober 1843
beroep grootvader (vaderskant)
beroep grootvader (moederskant)
veehouder