Haarlems PvdA-Tweede Kamerlid met een zachte stem, maar wel met veel gezag sprekend. Maakte vooral furore in debatten over de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, zoals bij die over de Drie van Breda en de zaak-Aantjes. Zijn motie in 1972 in het debat over de Drie van Breda (drie Duitse oorlogsmisdadigers) deed het kabinet-Biesheuvel besluiten af te zien van gratieverlening. Was verder woordvoerder cultuur, mediabeleid en drugsbeleid. Zette zich sterk in voor verbetering van de positie van oorlogsgetroffenen en verdedigde de journalistieke vrijheid. Was oorspronkelijk vrijzinnig-democraat en kwam uit de wetenschappelijke denktank van de PvdA en was daar medewerker van Joop den Uyl.