Veelbelovend ARP-Tweede Kamerlid, dat op jonge leeftijd in de Ardennen verongelukte. Secretaris van het CNV en vertrouweling van Bruins Slot. Was europarlementariër en woordvoerder economische zaken. Speelde een belangrijke rol in de bouwcrisis van 1960. Kwam toen tegenover zijn partijgenoot minister Zijlstra te staan. Werd door velen gezien als een toekomstig minister. Tweede Kamervoorzitter Kortenhorst noemde hem in zijn herdenkingsrede "één van onzer gaafste en één onzer meest belovende medeleden".
ARP
functie(s) in de periode 1953-1961: lid Tweede Kamer, lid Europees Parlement (vóór 1979)
adjunct-secretaris hoofdafdeling Sociale Zaken, Stichting voor de Landbouw, van 1 september 1946 tot 1 januari 1951
economisch adviseur CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van 1 januari 1951 tot mei 1953
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 april 1953 tot 10 januari 1961
secretaris (belast met internationale zaken, sociaal-economische onderwerpen en scholing en vorming) CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van mei 1953 tot 10 januari 1961
lid Gemeenschappelijke Vergadering van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, van 6 mei 1955 tot 1 januari 1958
lid Europees Parlement, van 1 januari 1958 tot 10 januari 1961 (aangewezen door de Staten-Generaal)
Partijpolitieke functies
overzicht
lid bestuur ARP kiesvereniging Scheveningen, tot 1949
secretaris ARP afdeling Den Dolder
voorzitter ARJOS (Anti-Revolutionaire Jongeren Studieclubs), afdeling Den Dolder, van 1951 tot 1953
belast met het verzorgen van de radio-uitzendingen van de ARP, vanaf oktober 1957
Nevenfuncties
docent economie CISCA (Centraal Instituut voor Christelijke Sociale Arbeid), tot 1953
lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1953 tot 1959
lid Centrale Adviescommissie voor de Prijspolitiek, omstreeks 1954
lid Hoofdcommissie voor de Industrialisatie, omstreeks 1954
lid CPC (Centrale Plancommissie), omstreeks 1954
lid Comité d'action pour les États-Unis d'Europe (Comité-Monnet), vanaf 1955
lid bestuur NCRV (Nederlandse Christelijke Radio Vereniging), omstreeks 1955 tot 1958
tweede voorzitter NCRV (Nederlandse Christelijke Radio Vereniging), van 1958 tot 10 januari 1961
lid Centrale Commissie voor de Statistiek
lid Raad van Commissarissen N.V. Levensverzekeringsmaatschappij UBO en de N.V. Algemene Verzekeringsmaatschappij UBO
lid Commissie van Advies inzake de Europese Landbouw-integratie
lid werkcommissie van het Nationaal Comité Congres Londen 1959
afgeleide functies, presidia etc.
lid Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa, van mei 1954 tot september 1954
voorzitter vaste commissie voor Kernenergie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 16 november 1956 tot 10 januari 1961
voorzitter vaste commissie voor Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 16 november 1956 tot 10 januari 1961
vicevoorzitter Europees Parlement, van 1958 tot 10 januari 1961
voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp premiespaarregelingen en winstdelingsspaarregelingen voor werknemers (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 4 oktober 1960 tot 10 januari 1961
Opleiding
voortgezet onderwijs
Christelijke Hogere Burgerschool te Dordrecht, tot juni 1940
academische studie
economie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 29 augustus 1940 tot 23 juni 1950 (onderbroken tijdens de bezetting; kandidaatsexamen in 1946)
Activiteiten
als parlementariër
Hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met economische zaken, sociale zaken en buitenlandse zaken (Europese samenwerking)
Was in 1957 één van de woordvoerders van zijn fractie in het debat over de nota inzake de bestedingsbeperking
Was in 1957 één van de woordvoerders van zijn fractie bij de behandeling van het wetsvoorstel tot goedkeuring van het E.E.G.-verdrag
opvallend stemgedrag
Behoorde in 1953 tot de minderheid van zijn fractie die vóór het wetsvoorstel regeling toezicht op verkoop landbouwgronden stemde
Stemde in 1954 als enige van zijn fractie vóór de ontwerp-Schoolgeldwet
Behoorde in 1960 met Van Eibergen en Van Nierop tot de minderheid van zijn fractie die vóór een (verworpen) motie-Burger over het loonbeleid stemde
Wetenswaardigheden
algemeen
Werd in 1956 genoemd als mogelijke staatssecretaris voor ambtenarenzaken. Toen de ARP alsnog een tweede ministerszetel kreeg, ging een benoeming niet door.
Was tijdens de eerste formatiepoging van De Quay in 1959 kandidaat-minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, maar trok zich samen met Biewenga (ARP-kandidaat voor Landbouw) op het laatste moment terug, omdat in zijn eigen partij onrust was ontstaan over het passeren van lijsttrekker en minister Jelle Zijlstra.
Was in mei 1959 één van de ondertekenaars van een brief aan het Centraal Comité van de ARP waarin een aantal antirevolutionairen hun verontrusting uitspraken over het in hun ogen te weinig sociaal-christelijke karakter van het kabinet-De Quay
Speelde een belangrijke rol in de kabinetscrisis van 1960 over het bouwbeleid. Verdedigde in een radiopraatje na afloop van de crisis het beleid van de fractie.
Werd op 11 januari 1961 herdacht in de Tweede Kamer. Namens het kabinet sprak daarbij minister Cals.
uit de privésfeer
Verongelukte tussen Marche en Bastogne toen een uit tegengestelde richting komende vrachtwagen door zijn rem schoot en op de verkeerde weghelft terecht kwam.
verkiezingen
In 1959 bij de Tweede Kamerverkiezingen nummer 4 op de ARP-kandidatenlijst