Verzekeringsdeskundige die een belangrijke rol speelde op het gebied van de sociale zekerheid en enige jaren CHU-Eerste Kamerlid was. Als voorzitter van een Raad van Arbeid en later lid (en voorzitter) van de Verzekeringskamer goed ingevoerd in de sociale wetgeving. Leidde een Staatscommissie over het toekomstige sociale zekerheidsstelsel. Als CHU-senator ook woordvoerder op justitiegebied. Bereidde zijn bijdragen in de Kamer altijd gedegen voor en bleef tot op hoge leeftijd actief.
CHU
functie(s) in de periode 1956-1963: lid Eerste Kamer
wiskundig adviseur, Pensioenfonds Nederlands Hervormde predikanten
wiskundig adviseur, Pensioenfonds Glasfabriek te Leerdam
voorzitter Staatscommissie sociale verzekering kleine zelfstandigen, van 17 april 1940 tot 30 september 1942
lid Ziekenfondsraad, van 4 januari 1949 tot 1 januari 1955
voorzitter Staatscommissie wettelijke regeling bouwkassen, van 1950 tot 1952
voorzitter Vereniging van Verzekeringwetenschap, omstreeks 1950 tot 1 oktober 1957
plaatsvervangend kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1 april 1952 tot 1959
plaatsvervangend voorzitter Raad van Beroep te Amsterdam, van 1955 tot 1959
plaatsvervangend voorzitter Raad van Beroep te Haarlem, van 1955 tot 1959
plaatsvervangend lid Spoorwegongevallenraad
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter commissie van rapporteurs voor de algemene financiële beschouwingen over de rijksbegroting 1957 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), december 1956
voorzitter commissie van rapporteurs voor de begroting van Binnenlandse Zaken etc. alleen voor bezitsvorming en PBO 1959 (Eerste Kamer der Staten-Generaal)
voorzitter commissie van rapporteurs over het wetsontwerp-Algemene Kinderbijslagwet (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van januari 1962 tot april 1962
Opleiding
voortgezet onderwijs
Openbare Hogere Burgerschool te Goes
staatsexamen
academische studie
wis- en natuurkunde (kandidaats), Rijksuniversiteit Leiden, vanaf 21 september 1907 (kandidaatsexamen 13 februari 1913)
wis- en natuurkunde (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Utrecht, tot 9 december 1915
Nederlands recht, Vrije Universiteit te Amsterdam, tot 8 december 1927
Activiteiten
als parlementariër
Was woordvoerder justitie, sociale zaken, pensioenwetgeving en volksgezondheid van de CHU-Eerste Kamerfractie
Wetenswaardigheden
algemeen
Werd in 1931 juni tot Statenlid benoemd in de vacature-J. Schokking, die burgemeester van Katwijk was geworden. Kon echter geen zitting nemen.
In oktober 1961 één van de 12 parlementsleden, die een verklaring ondertekenden waarin 200 personen aandrongen op het nakomen door Nederland van de belofte inzake het zelfbeschikkingsrecht van Nieuw-Guinea
uit de privésfeer
Zijn vader was bevriend met jhr. De Savornin Lohman, die afgevaardigde voor het district Goes was
verkiezingen
Werd in 1956 gekozen door Groep III: Noord-Holland en Friesland
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 23 oktober 1946
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 30 juni 1954 (vanwege zijn pensionering)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De hoofdstelling der axonomatie" (dissertatie, 1915)
"De Ziektewet, handboek voor de practijk" (met B.C. Slotemaker, 1935)
"Wat zeggen ze er van?", in opdracht van de Centrale Pers- en Propaganda Commissie samengest. door: J. van Bruggen ... [et al.] ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Christelijk-Historische Unie op 9 Juli 1948
artikelen in de sociale verzekeringsgids, verzekeringsbode, verzekerheidsarchief, economisch statistische berichten, stemmen destijds, evangelie en maatschappij, arbeid
literatuur/documentatie
"Mr.Dr. J. van Bruggen (merkwaardige carrière) vandaag zeventig jaar", in: Nieuwe Haagse Courant, 12 juni 1959
Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)