Waterstaatkundige die na een opleiding bij de genie in Zwolle, de stad waar zijn vader burgemeester was, werkzaam werd bij de provinciale waterstaat. Was vervolgens docent aan de officiersscholen in Medemblik en Breda. Als ingenieur daarna betrokken bij diverse grote waterstaatkundige werken, zoals de aanleg van het Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg. Werd in 1847 docent aan de Koninklijke Academie in Delft. Omdat hij kort na zijn benoeming in de Raad van State werd getroffen door een hersenontsteking, was hij nauwelijks actief als staatsraad.