Bekende en zeer vermogende Leidse burger en burgemeesterszoon, die zijn stad diende als vroedschapslid en raadslid, en als bestuurder en begunstiger van diverse liefdadigheidsinstellingen. Werd in 1814 door de vorst tot Grondwetsnotabele benoemd en mocht in 1815 als (buitengewoon) lid eveneens meebeslissen over de herziene Grondwet.