C.J. (Kees) Kuiper

C.J. Kuiper
bron: Katholiek Documentatiecentrum Nijmegen

Katholieke vakbondsbestuurder, die als Tweede Kamerlid voor de RKSP opkwam voor de arbeidersbelangen. Was aanvankelijk metaalbewerker en kwam in 1905 in het bestuur van de katholieke metaalbewerkersbond. Was verder redacteur van diverse vakbondsbladen en van 'de Volkskrant', toentertijd de krant van de katholieke vakbeweging. Behoorde in 1923 tot de tien dissidenten in de RK-fractie die zorgden voor verwerping van de Vlootwet. Geschiedschrijver van de katholieke vakbeweging.

Algemeene Bond (RKSP), RKSP
functie(s) in de periode 1918-1942: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Cornelis Jacobus (Kees)

titulatuur en naam

C.J. Kuiper Cornelis Jacobus (Kees)

geboorteplaats en -datum

Baambrugge (gem. Abcoude-Baambrugge), 9 mei 1875

overlijdensplaats en -datum

Utrecht, 4 april 1951

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

partij(en)

RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij)

Hoofdfuncties/beroepen

  • leerling smidsbedrijf te Ouderkerk aan de Amstel, vanaf 1888
  • metaalbewerker, Spoorwagenfabriek "Beynes" te Haarlem, vanaf 1897
  • bezoldigd lid bestuur, Nederlandse R.K. Metaalbewerkersbond "Sint Eloy", van 1905 tot 1906
  • secretaris Nederlandse R.K. Metaalbewerkersbond "Sint Eloy", van 1906 tot 1907
  • propagandist Nederlandse R.K. Metaalbewerkersbond "Sint Eloy", van 1907 tot 1910
  • voorzitter Nederlandse R.K. Metaalbewerkersbond "Sint Eloy", van 1910 tot 1910
  • penningmeester Bureau voor R.K. Vakorganisatie, van 1914 tot 1940
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 19 januari 1942
  • lid gemeenteraad van Utrecht, van 6 september 1927 tot 1 oktober 1929

Partijpolitieke functies

overzicht

  • lid fractiebestuur (tweede secretaris) RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, omstreeks 1923 tot mei 1936
  • penningmeester fractie RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van mei 1936 tot mei 1940

lijsttrekkerschappen

  • lijstaanvoerder Rooms-Katholieken Tweede Kamerverkiezingen 1922 (in de kieskring Dordrecht)
  • lijstaanvoerder RKSP Tweede Kamerverkiezingen 1933 (in de kieskring Tilburg)

Nevenfuncties

  • voorzitter R.K. Metaalbewerkersbond "Sint Eloy" afdeling Haarlem
  • lid dagelijks bestuur RKWV (Rooms-Katholiek Werkliedenverbond), tot 1940
  • redacteur weekblad "R.K. Vakbeweging", van 1916 tot 1925
  • medewerker dagblad "De Volkskrant", van 1918 tot 1931
  • medewerker "Het Verbondsblad" (later "Herstel"), van 1918 tot 1941
  • lid Commissie voor de Economische Politiek, omstreeks 1919
  • lid Staatscommissie inzake het socialisatie-vraagstuk (Staatscommissie-Nolens), van 11 maart 1920 tot 2 april 1927
  • redacteur tijdschrift "Lering en Leiding", van 1926 tot 1941
  • voorzitter Raad van Commissarissen Nederlandsche Arbeidersbank te Utrecht
  • lid vaste commissie bedoeld in art. 7 der Bedrijfsvergunningenwet 1938, vanaf 1938
  • lid Staatscommissie sociale verzekering kleine zelfstandigen (Staatscommissie-Van Bruggen), van 17 april 1940 tot september 1942
  • lid bestuur Nijverheidsorganisatie TNO, omstreeks 1946

afgeleide functies, presidia etc.

  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk X (Arbeid, Handel en Nijverheid) 1931 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk X (Economische Zaken en Arbeid) 1933 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk XI (Sociale Zaken) 1934 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk XII (Sociale Zaken) 1937 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)

Opleiding

primair onderwijs

  • lagere school te Baambrugge
  • lagere school te Loenersloot

cursussen

  • sociale cursussen van Prof. Aalberse en Prof. Aengenent (op latere leeftijd)

Activiteiten

als parlementariër

  • Hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met sociale vraagstukken en pensioenen

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1919 tot de minderheid van de R.K.-fractie die vóór de motie-Bomans over bezuinigingen op het leger stemde
  • Behoorde in 1921 tot de negen leden van zijn fractie die vóór het wetsvoorstel wijziging van de rijksuitkering aan de gemeenten stemden
  • Stemde in 1923 met negen andere Katholieken tegen de ontwerp-Vlootwet, waardoor dit ontwerp met 50 tegen 49 stemmen werd verworpen. Dit leidde tot de ontslagaanvrage door het tweede kabinet-Ruijs de Beerenbrouck.
  • Behoorde in 1925 tot de zeven leden van zijn fractie die vóór een (verworpen) initiatiefwetsvoorstel-Van der Waerden stemden over een onderzoek door de Staatscommissie inzake socialisatie naar kartelvorming
  • Behoorde in 1925 tot de dertien leden van zijn fractie die (met o.a. de SDAP) tegen het initiatiefwetsvoorstel-Westerman over Franse les in het lager onderwijs stemden
  • Behoorde in 1930 tot de twaalf leden van zijn fractie die tegen een amendement-Boon c.s. stemden dat de benoeming van vrouwen tot burgemeester of gemeentesecretaris mogelijk maakte
  • Behoorde in 1932 tot de acht leden van zijn fractie die tegen een wetsvoorstel stemden over verlaging van uitkeringen aan gemeenten en provincies, ten einde tot salarisverlaging van hun ambtenaren te komen
  • In 1932 stemden hij en Van der Meijs als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) mote-Kupers over toepassing van de crisisregeling voor de werkloosheidsverzekering op de werklozenkassen voor het bouwbedrijf
  • Behoorde in 1934 tot de zes leden van zijn fractie die tegen de ontwerp-Wegenwet tegengaan lintbebouwing stemden

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Zijn tweede echtgenote was een schoonzus van H.G.M. Hermans, Tweede Kamerlid

verkiezingen

  • Eindigde in november 1913 bij een tussentijdse verkiezing in het kiesdistrict Amsterdam III als derde achter J. Oudegeest (sdap) en P. Otto (ul)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Utrecht, Adelaarstraat 61, omstreeks 1923 (nog in 1938)
  • Bilthoven, van oktober 1929 tot 1931

ridderorden

  • Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, 30 augustus 1921
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1927

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid ANMB (Algemene Nederlandse Metaalbewerkers Bond), van 1899 tot 1903
  • lid R.K. Metaalbewerkersbond "Sint Eloy", vanaf 1903

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "De Katholieke Vakbeweging in Nederland" (1923)
  • "Uit het Rijk van den Arbeid" (2 delen, 1927)

literatuur/documentatie

  • J. van Meeuwen, "Kuiper, Cornelis Jacobus", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel V, 157
  • J.A. Righart, "Kuiper, Cornelis Jacobus (1875-1951)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 366
  • Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)

Biografisch Woordenboek(en)

  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Abcoude (gem. Abcoude-Proostdij), 25 mei 1900 (echtgenote overleden 25 februari 1931)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te 's-Gravenhage, 9 januari 1935

echtgeno(o)t(e)/partner

C.H. Koopmanschap, Cornelia Hillegonda

2e echtgeno(o)t(e)/partner

M.J.L. Geelen, Maria Josephina Laurence

vader

J.C. Kuiper, Johannes Cornelis

geboorteplaats en/of -datum

Loenersloot, 20 februari 1842

beroep vader

spoorwegbeambte

moeder

T. Heemskerk, Teuntje

geboorteplaats en/of -datum

Baambrugge, 27 september 1847