Jhr.Mr. H.L. (Ludolf) Wichers

foto Jhr.Mr. H.L. (Ludolf) Wichers
bron: Verburg, M.E., Geschiedenis van het Ministerie van Justitie, deel 1, 1798-1898

Groningse jurist, die kortstondig minister van Justitie was in het kabinet-De Kempenaer. Stamde uit een voorname familie en begon zijn loopbaan als procureur in Winschoten. Was later officier van justitie en daarna voorzitter van de Gerechtshoven in Nederlands-Indië. Sloot zijn loopbaan af als staatsraad. Bracht als minister de eerste Vreemdelingenwet tot stand.

liberaal
in de periode 1844-1853: minister, lid Raad van State

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen (roepnaam)

Hendrik Ludolf (Ludolf)

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Roden, 21 juni 1800

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 4 maart 1853

3.

Hoofdfuncties/beroepen (3/7)

  • voorzitter Hoog-Gerechtshof en Hoog-Militair Gerechtshof in Nederlands-Indië, van januari 1846 tot februari 1849
  • minister van Justitie, van 4 juni 1849 tot 1 november 1849 (vanaf 25 augustus met verlof)
  • lid Raad van State, van 1 november 1849 tot 4 maart 1853 (benoemd bij K.B. van 30 oktober 1849)

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

4.

Nevenfuncties

lid Ridderschap van Groningen

5.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

6.

Activiteiten

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1849 de Wet tot regeling der toelating en uitzetting van vreemdelingen tot stand. Vreemdelingen moesten hun geldige buitenlandse paspoort laten visiteren door een Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaar en zich bij aankomst melden bij het hoofd van de politie voor het verkrijgen van een binnenlandse reis- en verblijfpas. Uitzetting kon alleen plaatsvinden bij het ontbreken van voldoende middelen van bestaan of op last des Konings.

7.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd in december 1845 naar Nederlands-Indië gezonden om de Gouverneur-Generaal behulpzaam te zijn met het invoeren van de wetboeken voor Nederlands-Indië. Bekleedde tevens het voorzitterschap van beide Hoog-Gerechtshoven. Keerde op 30 april 1849 terug in 's-Gravenhage.
  • Hem werd op 25 augustus 1849 vanwege zijn gezondheid voor onbepaalde tijd verlof verleend

uit de privésfeer
Zijn vader was commies van Financiën te Groningen en lid van de Raad van Justitie te Kaap de Goede Hoop

verkiezingen
  • Was in 1850 Tweede Kamerkandidaat in het district Groningen, maar werd niet gekozen

8.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

9.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.