Gefortuneerde zoon van Utrechtse regent en schoonzoon van een burgemeester van de Domstad. Vergrootte zijn bezit nog door twee rijke huwelijken. Bekleedde belangrijke waterstaatkundige functies en was stadsbestuurder. Moest in 1787 naar Bremen vluchten. Had zitting in de Nationale Vergadering en later van het Wetgevend Lichaam tijdens Lodewijk Napoleon.