Artikel 104: Uitoefening wetgevende magt

103
Artikel 104
105

De wetgevende magt wordt gezamenlijk door den Koning en de Staten-Generaal uitgeoefend.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Het Vertegenwoordigend Lichaam is datgene, welk het geheele Volk vertegenwoordigt, en, in deszelfs naam, wetten geeft, overeenkomstig het voorschrift der Staatregeling.

1805

Het vaststellen van Wetten behoort aan de Vergaderig van Hun Hoog Mogende.

1806

De Wet wordt in Holland vastgesteld door zamenstemming van den Koning en het Wetgevend Ligchaam i.

De Koning kan in sommige gevallen door de Wet speciaal worden geautoriseerd, om het Wetgevend gezag zonder de medewerking der Vergadering van Hun Hoog Mogenden uitteoefenen.

1815

De wetgevende magt wordt gezamenlijk door den Koning en de Staten-Generaal uitgeoefend.

1840: art 106, 1848: art 104, 1887: art 109, 1917: art 109, 1922: art 110, 1938: art 112, 1948: art 112, 1953: art 119, 1956: art 119, 1963: art 119, 1972: art 119
1983

De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.

1987: art 81, 1995: art 81, 1999: art 81, 2000: art 81, 2002: art 81, 2005: art 81, 2006: art 81, 2008: art 81, 2017: art 81, 2018: art 81, 2022: art 81