Sinds 1848 wordt de Eerste Kamer gekozen door de leden van Provinciale Staten, en vanaf 1922 gebeurt dat op basis van evenredige vertegenwoordiging. In 1956 werd het aantal leden uitgebreid van 50 naar 75.
-
Verkiezing van de Eerste Kamer
De 75 leden van de Eerste Kamer worden eens in de vier jaar door middel van 'getrapte verkiezingen' gekozen. Burgers kiezen de leden van de Provinciale Staten en zij kiezen op hun beurt de leden van de Eerste Kamer.
Periode 1848-1922
Tot 1848 benoemde de koning de Eerste Kamerleden voor het leven. In 1848 werd bepaald dat de Provinciale Staten de leden zouden kiezen. Iedere provincie had een vast aantal afgevaardigden (Zeeland bijvoorbeeld twee en Noord-Holland bijvoorbeeld zes).
De leden werden tot 1922 voor negen jaar gekozen, waarbij om de drie jaar eenderde deel van de Kamer werd vernieuwd. Tot 1922 werd iemand verkozen als hij in de Provinciale Staten de absolute meerderheid behaalde.
Periode 1922-1983
In 1922 werd overgestapt naar het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Alle stemmen tellen sindsdien mee voor de bepaling van de zetelverdeling.
In 1923 werd een ander stelsel voor de verkiezingen ingevoerd. Er werden vier groepen van provincies ingesteld. Om de drie jaar kozen twee van deze groepen de helft van het aantal Eerste Kamerleden. De zittingsduur van de leden was zes jaar.
Vanaf 1983
Sinds de grondwetsherziening van 1983 worden Eerste Kamerleden niet meer voor zes jaar gekozen. In dat jaar werd besloten dat alle leden voortaan om de vier jaar tegelijkertijd door alle provincies worden gekozen.
Sinds een wijziging van de Kieswet in 2010 kunnen partijen geen lijstverbindingen meer aangaan.
Om met een voorkeurstem te worden gekozen, is sinds de wijziging van de Kieswet in 2010 de gehele kiesdeler nodig. Daarvoor was slechts een halve kiesdeler nodig. Dat betekende toen dat bijvoorbeeld in de Staten van die provincie twee stemmen voldoende waren om iemand met voorkeurstemmen in de Eerste Kamer te brengen.
In 2010 werden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen als apart land binnen het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere openbare lichamen van Nederland. Op het moment dat deze verandering ook in een grondwetswijziging is vastgelegd zullen ook de leden van de Eilandsraden van deze eilanden aan de verkiezingen voor de Eerste Kamer deelnemen.
Aantal leden
Het ledental van de Eerste Kamer was niet altijd hetzelfde. Tussen 1815 en 1848 was er geen vast aantal leden (tussen 1815 en 1830 lag het aantal tussen de 40 en 55, na 1830 waren er ongeveer 30 leden). In de periode 1848-1888 waren er 39 leden. Vanaf 1888 werd het aantal 50 en in 1956 volgde de uitbreiding tot 75 leden.
Meer over
Website Eerste Kamer
