Tweede Kamerleden

De Tweede Kamer bestaat uit 150 parlementariërs: volksvertegenwoordigers die op basis van evenredige vertegenwoordiging voor een periode van in principe vier jaar worden gekozen via de kandidatenlijst van een politieke partij. Tweede Kamerleden zijn normaal gesproken lid van de fractie van de betreffende partij. Volgens de Grondwet stemmen Kamerleden 'zonder last', waardoor ze een onafhankelijke positie hebben. Zij controleren de regering en treden op als medewetgevers.

Tweede Kamerleden kunnen niet worden vervolgd of voor de rechter gedaagd voor hetgeen zij in de Tweede Kamer, mondeling of schriftelijk, te berde brengen. Ministers en staatssecretarissen mogen, behalve tijdelijk tijdens de kabinetsformatie na de verkiezingen, geen lid zijn van de Tweede Kamer.

Gekozen volksvertegenwoordigers

De Staten-Generaal (het Nederlandse parlement) bestaan uit een Eerste en een Tweede Kamer die het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigen. De Tweede Kamer heeft 150 leden die via een systeem van evenredige vertegenwoordiging gekozen worden. Tweede Kamerleden zijn dus gekozen volksvertegenwoordigers.

Wie mag Tweede Kamerlid zijn?

Tweede Kamerleden moeten de Nederlandse nationaliteit hebben, minimaal 18 jaar oud zijn en mogen niet uitgesloten zijn van het kiesrecht. Voor uitsluiting van het kiesrecht is een rechterlijke uitspraak nodig; het hebben van een strafblad betekent nog niet dat iemand is uitgezonderd van het kiesrecht.

Een Tweede Kamerlid mag volgens de Grondwet niet tegelijkertijd één van de volgende functies vervullen:

Een minister of staatssecretaris die zijn functie ter beschikking heeft gesteld, mag wel Tweede Kamerlid zijn totdat er een beslissing is genomen over het al dan niet voortzetten van het ambt van minister of staatssecretaris. Na de verkiezingen kunnen demissionaire ministers en staatssecretarissen van het oude kabinet dus tevens Tweede Kamerlid zijn zolang er nog geen nieuw kabinet is beëdigd.

Het feit dat ministers en staatssecretarissen geen Kamerlid mogen zijn draagt bij aan de onafhankelijke, controlerende positie van de Tweede Kamer ten opzichte van het kabinet.

In de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement is vastgelegd dat Kamerleden geen plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad mogen zijn.

Daarnaast mogen parlementariërs tijdens hun Kamerlidmaatschap niet tegelijkertijd één van de volgende functies uitoefenen:

  • commissaris van de Koning(in);
  • militair ambtenaar in werkelijke dienst;
  • ambtenaar bij de Raad van State, de Algemene Rekenkamer of het bureau van de Nationale ombudsman;
  • ambtenaar bij een ministerie of daaronder vallende instellingen, diensten en bedrijven;
  • lid van de Raad van bestuur of de Raad van advies van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank;
  • lid van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Toelating tot de Tweede Kamer

Tweede Kamerleden worden op basis van de verkiezingsuitslag benoemd door de voorzitter van het centraal stembureau. Deze verstrekt de benoemde een schriftelijke verklaring, die met een aantal andere schriftelijke verklaringen (de zogenaamde geloofsbrieven) moet worden ingeleverd bij de Tweede Kamer.

De Tweede Kamercommissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven onderzoekt vervolgens of de benoeming tot Tweede Kamerlid terecht is, gelet op de stembusuitslag en aan de hand van de regels over het lidmaatschap. De commissie kijkt ook of de uitslag van de verkiezingen juist is vastgesteld, en of er geen onregelmatigheden zijn geweest bij de stemming. Zij krijgt daarvoor de beschikking over de (verzegelde) pakketten stembiljetten. Op basis van dit onderzoek besluit de Tweede Kamer (in de oude samenstelling) over de toelating als lid. Indien de Kamer daarmee instemt (en dat gebeurt eigenlijk altijd) kan worden overgegaan tot de beëdiging.

Zittingsduur

Zowel partijen als leden zelf kunnen besluiten dat een Kamerlidmaatschap niet wordt voortgezet. Daarbij kunnen persoonlijke redenen een rol spelen, maar het kan ook dat de partij niet tevreden is over iemands functioneren. Daarnaast kunnen partijen grenzen stellen aan de duur van het lidmaatschap. Bij het CDA mogen Kamerleden bijvoorbeeld maximaal drie periodes volmaken.

Er bestaat natuurlijk ook altijd de kans dat iemand zich wel kandidaat stelt, maar vervolgens niet wordt herkozen. Een aantal van hen wordt later opnieuw lid, ter vervulling van een vacature.

Een deel van de Tweede Kamerleden vertrekt tussentijds. Dat is vooral het geval door benoemingen tot minister of staatssecretaris, omdat die ambten niet verenigbaar zijn met het Kamerlidmaatschap. Daarnaast stromen leden soms door naar andere functies, kunnen er conflicten ontstaan of kan ziekte tot vertrek dwingen.

Zowel door wisselend kiezersgedrag als door grotere doorstroming bij verkiezingen en door tussentijds vertrek is de parlementaire ervaring sterkt afgenomen.

Onafhankelijkheid en onschendbaarheid

Artikel 67, lid 3 van de Grondwet bepaalt dat leden van de Staten-Generaal in de Kamer stemmen zonder last. Hoewel Tweede Kamerleden gekozen worden via de kandidatenlijst van een politieke partij, hebben zij formeel een onafhankelijke positie.

Tweede Kamerleden sluiten zich echter aan bij de Tweede Kamerfractie van de partij waarvoor ze gekozen zijn. Zo'n fractie streeft ernaar om eensgezind standpunten in te nemen. Afwijkend stemgedrag is uitzondering en wordt tegengegaan (fractiediscipline).

Tweede Kamerleden kunnen volgens de Grondwet niet worden vervolgd of voor de rechter worden aangesproken voor wat zij in vergaderingen van de Staten-Generaal hebben gezegd of in commissieverband hebben gezegd of geschreven.

Afsplitsingen

Een enkele keer komt het voor dat een Tweede Kamerlid na verloop van tijd uit een fractie stapt en verder gaat als onafhankelijk Kamerlid of zich aansluit bij de fractie van een andere partij.

Nevenfuncties

Voor zowel leden van Eerste als Tweede Kamer is het mogelijk om nevenfuncties te hebben naast het Kamerlidmaatschap. Er is echter een groot verschil in hoe dit ingevuld kan worden. Eerste Kamerleden besteden als regels wekelijks slechts één dag aan de werkzaamheden in de Eerste Kamer. Zij hebben hierdoor voldoende tijd om ernaast een ander beroep uit te oefenen. Het Eerste Kamerlidmaatschap wordt soms zelfs gezien als nevenfunctie naast andere werkzaamheden.

Tweede Kamerleden zijn fulltime politici. Dit maakt het lastiger om nevenfuncties uit te voeren die veel tijd vergen. Voor de Eerste en Tweede Kamerleden bestaat wel het risico dat hen belangenverstrengeling wordt verweten vanwege nevenfuncties. Soms ontstond daardoor zelfs ophef.

Inkomen

Een 'gewoon' lid van de Tweede Kamer ontvangt per 1 januari 2016 een schadeloosstelling van ruim 107 duizend euro op jaarbasis, inclusief vakantiegeld en een eindejaarsuitkering. De voorzitter, ondervoorzitters en fractievoorzitters ontvangen daar bovenop, afhankelijk van hun functie of de grootte van hun fractie, een toelage. Tweede Kamerleden ontvangen verder allerlei onkostenvergoedingen.


Meer over