Uitkeringen leden Koninklijk Huis

Koning Willem Alexander, koningin Maxima en prinses Beatrix krijgen jaarlijks een onbelaste uitkering. Zo ontvangt koning Willem-Alexander in 2016 € 5,4 miljoen, waarvan ongeveer € 4,5 miljoen als tegemoetkoming voor personeels- en materiële kosten. Daarnaast gelden nog enkele andere voordelen, bijvoorbeeld het gebruik van paleizen en op belastinggebied.

Wie krijgen een uitkering?

In de Grondwet is vastgelegd dat de koning(in) jaarlijks een uitkering van het Rijk ontvangt. In de Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis is vastgelegd welke leden van het Koninklijk Huis nog meer een jaarlijkse uitkering ontvangen. Het gaat daarbij om de volgende leden:

  • de echtgeno(o)te van de koning(in);
  • de vermoedelijke troonopvolger (vanaf de leeftijd van 18 jaar);
  • de echtgeno(o)t(e) van de vermoedelijke troonopvolger.

Wetten over de uitkering en belastingvrijstellingen van leden van het Koninklijk Huis kunnen volgens de Grondwet alleen aangenomen worden met tweederde meerderheid in zowel de Tweede als Eerste Kamer.

Voormalig staatshoofd

Als de koning(in) afstand van de troon heeft gedaan, blijft deze een uitkering ontvangen zolang de betrokkene lid is van het Koninklijk Huis. Dit moet dan geregeld worden in de Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis.

Gevolgen overlijden koning(in) of vermoedelijke troonopvolger

In de Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis staat dat bij overlijden van de koning(in) of de vermoedelijke troonopvolger binnen twee jaar een uitkering geregeld moet worden voor zijn of haar overlevende echtgeno(o)t(e) zolang deze lid is van het Koninklijk Huis. Tot die tijd ontvangt deze de uitkering die hij of zij zonder het overlijden van de echtgeno(o)t(e) gekregen zou hebben.

Samenstelling uitkering

De uitkeringen van de leden van het Koninklijk Huis zijn samengesteld uit twee onderdelen, de zgn. 'componenten':

  • een A-component 'het inkomen';
  • een B-component voor personele en materiële uitgaven. Hieronder vallen uitgaven voor het personeel dat direct voor de leden van het Koninklijk Huis werkt en overige kosten, zoals die voor het Koninklijk Huisarchief en kantoordiensten.

Uitkeringen in 2016

In de begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2016 zijn de volgende uitkeringen begroot:

 

Uitkeringen in €

A-component

B-component

Totale uitkering

koning Willem-Alexander

866.000

4.540.000

5.406.000

koningin Máxima

343.000

591.000

934.000

prinses Beatrix

489.000

975.000

1.464.000

Totaal

   

7.804.000

De andere leden van het Koninklijk Huis ontvangen geen uitkering.

Vrijstelling belastingplicht

In de Grondwet is een aantal belastingvrijstellingen vastgelegd:

  • over de uitkeringen van de leden van het Koninklijk Huis hoeven geen persoonlijke belastingen betaald te worden. Met andere woorden over de uitkeringen wordt geen loon- en inkomstenbelasting betaald;
  • de leden van het Koninklijk Huis die een uitkering genieten hoeven geen persoonlijke belastingen te betalen over de vermogensbestanddelen die dienstbaar zijn aan de uitoefening van hun functie;
  • wat de koning(in) of vermoedelijke troonopvolger erft of krijgt van een lid van het Koninklijk Huis is vrij van de rechten van successie, overgang en schenking. Koningin Beatrix en prins Willem-Alexander hoeven dus geen successierechten te betalen over hun erfenissen of schenkingen van andere leden van het Koninklijk Huis;
  • er bestaat een mogelijkheid om via de wet verdere belastingvrijstellingen toe te kennen.

Over andere inkomsten dan de uitkering en over privé-vermogen moeten de betreffende leden van het Koninklijk Huis wel belasting betalen.

De belastingvrijdom stond al in 1815 in de Grondwet. Bij de partiële grondwetsherziening in 1972 is de kwestie uitvoerig besproken (Kamerdosssier 10.683). Basis daarvoor was een advies van een commissie-Simons (rapport kamerstuk 10.173). Die commissie onder voorzitterschap van prof. D. Simons adviseerde de belastingvrijdom op te heffen voor het privé-inkomen en privé-vermogen, maar die te handhaven voor de rijksbijdagen, voor inkomsten uit het Kroondomein en voor de successiebelasting.

Uitgangspunt was dat de belastingvrijdom slechts kon vervallen voorzover leden van het koninklijk huis daardoor in de toekomst niet het privé-vermogen of privé-inkomsten zouden moeten aanspreken voor het uitoefenen van hun functie. Vanuit de Tweede Kamer vroegen enkelen leden om over het deel dat als inkomen moet worden beschouwd, wel belasting te heffen. Een meerderheid en het kabinet wees dat af. Zij achtte het niet mogelijk een duidelijke scheiding aan te brengen tussen 'functionele kosten' en 'inkomen'.

In maart 2008 verwierp de Tweede Kamer een motie-Brinkman (PVV) waarin gevraagd werd de grondwettelijke belastingvrijdom te schrappen. Voor stemden PVV, SP, Partij voor de Dieren en GroenLinks.

Emolumenten

Naast de uitkering en de belastingvrijstelling geniet de koning(in) nog enkele voordelen:

  • het Rijk stelt paleizen voor gebruik ter beschikking;
  • het genot van de jacht op Staatsdomeinen behorend tot of voortvloeiend uit het Kroondomein.

Declarabele kosten

Voor het Koninklijk Huis worden verder zogenaamde 'functionele kosten' gemaakt die worden betaald uit de begrotingen van de ministeries. Voor deze declaraties is in 2016 € 27 miljoen gereserveerd. Het gaat hier om de kosten van hofpersoneel voor zover die niet zijn opgenomen in de B-component van de uitkering, en om algemene kosten in verband met onder meer het gebruik van paleizen, auto's, paarden en rijtuigen.

 

Raming functionele kosten in €

 

Personeel Dienst van het Koninklijk Huis

16.711.000

Materieel Dienst van het Koninklijk Huis

9.105.000

Materiële uitgaven faunabeheer

297.000

Uitgaven voor luchtvaartuigen

883.000

Onderhoud Groene Draeck

51.000

Bezoeken aan het Caribische deel van het Konikrijk

80.000

Totaal

27.127.000

Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

Naast deze declaraties zijn in de rijksbegroting voor 2016 ook doorbelaste uitgaven van andere begrotingen opgenomen. Het gaat hierbij om uitgaven voor communicatie door de RVD, de taken van het Militaire Huis van het Koninklijk Huis voor ceremonieel en begeleiding en de ambtlijke ondersteuning van het staatshoofd door het Kabinet der Koningin.

 

Raming over 2016 in €

 

Doorbelaste personele uitgaven

4.153.000

Doorbelaste materiële uitgaven

1.551.000

Totaal

5.704.000

waarvan RVD

1.580.000

waarvan Militair Huis

1.781.000

waarvan Kabinet der Koningin

2.343.000


Meer over