Voordrachten en benoemingen

De Tweede Kamer heeft het recht om de Nationale ombudsman en diens plaatsvervanger, en de Kinderombudsman te kiezen. Daarnaast stelt de Kamer een voordracht op voor de benoeming van leden van de Algemene Rekenkamer, van de Hoge Raad der Nederlanden, alsmede van de leden van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Als regel wordt de eerstgenoemde van zo'n nominatie benoemd.

De benoeming van de Nationale ombudsman geschiedt op basis van een voordracht van drie personen die wordt opgesteld door de vicepresident van de Raad van State, de voorzitter van de Algemene Rekenkamer en de president van de Hoge Raad.

Bij voordracht voor leden van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt een aanbeveling opgesteld door de vicepresident van de Raad van State, de president van de Hoge Raad en de Nationale ombudsman.

Sinds 2010 kan de Tweede Kamer ook besluiten om direct na de verkiezingen te debatteren over de verkiezingsuitslag. Daarmee kan richting worden gegeven aan de kabinetsformatie. In principe bestaat er de mogelijkheid om een voordracht te doen voor de benoeming van de (in)formateur.