(Mede)wetgeving

De Tweede Kamer is medewetgever. Dat komt tot uiting in diverse parlementaire rechten. De Tweede Kamer stemt over alle wetsvoorstellen, bepaalt mede de tekst van wetsvoorstellen en Tweede Kamerleden kunnen zelf een wetsvoorstel indienen.

Dankzij het recht om wetsvoorstellen te wijzigen, heeft de Tweede Kamer ook invloed op de begroting. De Tweede Kamer moet het doen van uitgaven toestaan en kan begrotingsposten verhogen of verlagen.

Bij verdragen heeft de Kamer de mogelijkheid om te vragen om uitdrukkelijke goedkeuring. Dit geldt eveneens voor belangrijke plannen op het gebied van de ruimtelijke ordening (de zogenaamde pkb's, planologische kernbeslissingen) en bij uitvoeringsmaatregelen (algemene maatregelen van bestuur).

Sinds 2004 kunnen Tweede Kamerleden tevens een initiatiefnota uitbrengen, waarmee zij een maatschappelijk probleem op de politieke agenda kunnen plaatsen. Dit kan later tot wetgeving leiden.

Aannemen of verwerpen van wetsvoorstellen

Ieder wetsvoorstel komt bij de Tweede Kamer in stemming. Dat gebeurt soms zonder dat er in de Kamer over gesproken is, maar soms ook na een uitgebreide schriftelijke en mondelinge behandeling. Dat is afhankelijk van de omvang en betekenis van het wetsvoorstel. Soms wordt alleen een klein onderdeel van een wet vanwege technische redenen gewijzigd. Dan is uitvoerige behandeling niet nodig. Als de Tweede Kamer zonder debat stemt over een wetsvoorstel spreken we van een hamerstuk.

Een wetsvoorstel wordt na aanneming doorgestuurd naar de Eerste Kamer, die het wetsvoorstel eveneens bespreekt en er ook over stemt.

Aannemen of verwerpen artikelen of onderdelen wetsvoorstellen

Voordat een wetsvoorstel in stemming komt, wordt ook gestemd over alle onderdelen van het wetsvoorstel. Ingewikkelde wetsvoorstellen bestaan soms uit tientallen onderdelen en artikelen. Het kan voorkomen dat een bepaald onderdeel of artikel van een wetsvoorstel wordt verworpen, maar dat het wetsvoorstel zelf wel wordt aangenomen.

Recht van amendement

Met dit recht kan de Tweede Kamer mede de tekst van het wetsvoorstel bepalen, (en uiteindelijk, als de Eerste Kamer met een voorstel instemt ook van de wet).

Tweede Kamerleden hebben het recht om wijzigingen (amendementen) voor te stellen op de tekst van het wetsvoorstel.

Een amendement mag niet strijdig zijn aan de strekking van het wetsvoorstel. Als er bijvoorbeeld een wetsvoorstel is ingediend om bepaalde misdaden strenger te bestraffen, dan mag niet een amendement worden ingediend om die strafmaat juist te verlagen.

Het recht van amendement wordt beperkt door de mogelijkheid van de regering om een wetsvoorstel in te trekken. Bovendien wordt een amendement pas in de tekst opgenomen als het artikel waarop het betrekking heeft, is aangenomen.

Budgetrecht

Als de regering uitgaven wil doen, dan heeft zij daar toestemming voor de Tweede en Eerste Kamer voor nodig. In de begroting worden voor die uitgaven begrotingsposten opgenomen. Daarin staat het maximumbedrag dat mag worden uitgegeven.

De begrotingen worden jaarlijks op de Derde Dinsdag van September in de vorm van wetsvoorstellen ingediend. Er zijn begrotingen voor ieder ministerie en voor een aantal fondsen voor een speciaal doel, zoals het Gemeentefonds en het Mobiliteitsfonds.

Via het recht van amendement kan de Tweede Kamer begrotingsposten verhogen of verlagen. Als regel geldt hierbij dat als een verhoging wordt voorgesteld, moet worden aangegeven waar het geld daarvoor vandaan moet komen.

Als de regering tussentijds meer wil uitgeven, dan dient zijn een wetsvoorstel in tot wijziging van begroting (een zogenaamde suppletoire begroting).

Zowel over gewone begrotingen als over suppletoire begrotingen wordt door de Tweede Kamer gestemd, waarna (na aanneming) het betreffende wetsvoorstel wordt doorgestuurd. Verwerping van een begroting is sinds 1919 niet meer voorgekomen.

Recht van initiatief

Als een Tweede Kamerlid iets wettelijk geregeld wil zien, en de regering geen wetsvoorstel wil indienen, kan dat Kamerlid zelf met een wetsvoorstel komen. De behandeling van zo'n initiatiefwetsvoorstel gaat op dezelfde wijze als een 'gewoon' wetsvoorstel, maar het Kamerlid (of Kamerleden) die het voorstel aanhangig heeft gemaakt, verdedigt het zelf in de Tweede Kamer. Hij kan zich daarbij door anderen laten bijstaan.

Als de Tweede Kamer het voorstel aanneemt, wordt het bij de Eerste Kamer ingediend. Het Tweede Kamerlid verdedigt in het algemeen het voorstel ook in de Eerste Kamer.

De behandeling van een initiatiefvoorstel wordt ook bijgewoond door de minister of staatssecretaris op wiens beleidsterrein het voorstel betrekking heeft. Na aanneming is de regering namelijk verantwoordelijk voor het van kracht worden van de wet en voor de uitvoering daarvan.

Goedkeuring van verdragen

Internationale verdragen worden door de regering gesloten. In de regel komt het parlement daar niet direct bij te pas. Zij worden stilzwijgend goedgekeurd. Voor sommige verdragen geldt dat altijd instemming van het parlement nodig is. Bovendien kan eenvijfde deel van de Tweede of Eerste Kamer de regering binnen dertig dagen uitdrukkelijke goedkeuring vragen. In dat laatste geval dient de regering een voorstel voor een zogenaamde goedkeuringswet in.

Een voorstel voor een goedkeuringswet wordt op dezelfde wijze als andere wetsvoorstellen door beide Kamers behandeld. Wijzigingen (amendering) van het verdrag zijn overigens niet mogelijk.

Goedkeuring Structuurvisie en AMvB's

Belangrijke plannen op het gebied van de ruimtelijke ordening worden opgenomen in een voorgenomen Structuurvisie. De Tweede Kamer kan binnen vier weken na het verschijnen daarvan vragen om openbare behandeling. Een recent voorbeeld is de Structuurvisie Windenergie op land.

Ook bij uitvoeringsbesluiten van bepaalde wetten (algemene maatregelen van bestuur) geldt soms de mogelijkheid voor de Tweede Kamer om te vragen om uitdrukkelijke goedkeuring. Als daarom wordt gevraagd, dient de regering een speciaal goedkeuringswetsvoorstel in.