Ambtenaar en koloniaal bestuurder van de ethische koloniale richting. Begon in 1897 als ambtenaar op de Algemene Secretarie in Buitenzorg en was later directeur onderwijs en erediensten. Vanaf 1917 vijf jaar secretaris-generaal van het ministerie van Koloniën en daarna terug in Indië vicepresident van de Raad van Nederlandsch-Indië. Bleef dat echter nog geen twee jaar, na een verloren ambtelijke strijd met departementshoofden en gouvernementssecretaris Welter over zijn grote centralisatiedrang. Terug in Nederland hoogleraar in Rotterdam. Overleefde Duitse kampen, maar overleed kort na de bevrijding.