bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
Uit een Delftse familie afkomstige bestuurder en gerechtelijk ambtenaar van met name de Admiraliteit op de Maze. Was later bestuurder in Leiden (maire in de Franse tijd). Had in 1814 zitting in de Notabelenvergadering. Overleed vier dagen na afloop daarvan.
functie(s) in de periode 1814: lid notabelenvergadering
tweede equipagemeester, Admiraliteit op de Maze, van 1762 tot 1784
schepen, Hove en Hoge Vierschaar van Schieland, vanaf 1762
advocaat te Rotterdam, van 1764 tot 1780
adjunct-reviseur, Gerechtshoven van Gelderland en Groningen, 1774
raad en advocaat-fiscaal Admiraliteit op de Maze, vanaf 1780
lid departement van Marine, 1782
secretaris van Rotterdam, van mei 1784 tot februari 1785
raad en thesaurier-generaal, Unie der Verenigde Provincies, van 21 februari 1785 tot 21 oktober 1787
raadsheer Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland, van 2 februari 1788 tot januari 1795
adjunct-reviseur, Gerechtshoven van Gelderland en Groningen, van 1788 tot januari 1795
ambteloos, van januari 1795 tot 1 juni 1803
hoofdschout van Leiden, van 1 juni 1803 tot 1 juni 1806
hoofdofficier (groot-baljuw) van Leiden, van 1 juni 1806 tot 1 januari 1808
burgemeester van Leiden, van 1 januari 1808 tot 1 januari 1811
maire van Leiden, van 1 januari 1811 tot december 1813
lid Vergadering van Notabelen, 29 en 30 maart 1814 (voor het departement Monden van de Maas)
Nevenfuncties
lid College van Curatoren Hogeschool te Leiden, omstreeks 1808 en nog in 1809
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
beschermheer Genootschap der beschouwende en werkdadige wis-, bouw- natuur-, reken- en teekenkunde onder de zinspreuk "Mathesis Scientiarum Genitrix" te Leiden, omstreeks 1809
Opleiding
voortgezet onderwijs
Latijnse School te Delft
academische studie
Romeins en hedendaags recht, Hogeschool te Utrecht, van september 1758 tot 1761
Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, 24 augustus 1761
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
Zijn vader was pensionaris van Delft en raad en advocaat-fiscaal van de Admiraliteit van de Maze
niet-aanvaarde politieke functies
Weigerde tussen 1795 en 1803 diverse bestuursfuncties
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
directeur (Hollandsche) Koninklijke Maatschappij der Wetenschappen, vanaf 1804
lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 1806
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 151
A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel II, 174