
CDA
in de periode 1991-2010: lid Tweede Kamer, minister
voornamen (roepnaam)
personalia
Meerssen, 13 september 1949
levensbeschouwing
Rooms-Katholiek
partij/stroming
CDA (Christen-Democratisch Appèl)
loopbaan
- -lerares Individueel Huishoud- en Nijverheidsonderwijs en Lager Huishoud- en Nijverheidsonderwijs, van 1969 tot 1971
- -lerares LEAO-school (Lager Economisch-Administratief Onderwijs) en schooldecaan, van 1971 tot 1980
- -lid gemeenteraad van Maastricht, van 3 september 1974 tot juni 1991
- -directeur CAVV (Centrum Administratieve Vakopleiding van Volwassenen) te Maastricht, van 1980 tot 1987
- -directeur TCL (Technologie Centrum Limburg), van 1987 tot 1991
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 juni 1991 tot 22 juli 2002
- -minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(pen), van 22 juli 2002 tot 22 februari 2007 (per 1 oktober 2003 naamswijziging ministerie ('Wetenschap' i.p.v. 'Wetenschappen'))
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 januari 2003 tot 27 mei 2003
- -lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 november 2006 tot 22 februari 2007
- -minister van Economische Zaken, van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010
- -lid Raad van Bestuur IAE (Internationaal Energie Agentschap), vanaf 1 september 2011
partijpolitieke functies
- -vicefractievoorzitter CDA gemeenteraad van Maastricht, van 1985 tot 1991
- -lid bestuur CDA-bureau Limburg, omstreeks maart 1995
- -fractiesecretaris CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 april 1997 tot 26 mei 1998
- -lid fractiebestuur CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 januari 2001 tot 9 oktober 2001
- -vicefractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 9 oktober 2001 tot 22 juli 2002
nevenfuncties
- -lid bestuur Stichting "Nieuwe Werkvormen"
- -lid bestuur Stichting "Type Tech"
- -lid externe evaluatiecommissie Academie voor Beeldende Kunsten Rijkshogeschool te Maastricht
- -lid bestuur toneelgezelschap "'t Vervolg" te Maastricht
- -lid Raad van Bestuur Rijkshogeschool Maastricht, vanaf maart 1992 (nog in 1998)
- -lid plaatselijk bestuur "Jeanne d'Arc College" te Maastricht, vanaf januari 1995 (nog in 1998)
- -lid Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad, van november 1995 tot juli 2002
- -lid bestuur Technische Hogeschool Rijswijk, van 1 april 1999 tot 18 juli 2002
- -voorzitter R.K. Scheepvaartvereniging "Sint Nicolaas"
- -voorzitter "Het Kantoor", samenwerkingsverband binnenvaart
- -lid begeleidingscommissie interregionaal programma Zeeland-Vlaanderen
- -lid Raad van Toezicht Domstad PABO Utrecht
- -voorzitter Stichting "Matty Niël"
- -vicevoorzitter Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad, van 1 januari 2001 tot juli 2002
- -lid bestuur Opera Zuid te Maastricht
- -vicevoorzitter Innovatieplatform, van april 2007 tot 1 mei 2010
- -voorzitter Raad van Toezicht Stichting Alzheimer, vanaf 2011
afgeleide functies, presidia etc.
- -lid Presidium (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 27 mei 1997 tot 22 juli 2002
- -vierde ondervoorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 mei 1997 tot 19 mei 1998
- -tweede ondervoorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 mei 1998 tot 23 mei 2002
- -voorzitter vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 22 september 1998 tot oktober 2001
- -eerste ondervoorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 juni 2002 tot 22 juli 2002
erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
lid Comité van Aanbeveling hospice Calando, Dirksland, omstreeks juni 1999 tot juli 2002
opleiding
- -m.u.l.o.
hoger beroepsonderwijs
- -Kweekschool voor onderwijzers/onderwijzeressen te Maastricht, tot 1969 (hoofdakte)
- -MO-Engels (akte MO-A)
post-academisch onderwijs
- -hoger management voor non-profitinstellingen, ISW (Instituut voor Sociale Wetenschappen)
- -bedrijfskunde, KHBO, Open Universiteit
activiteiten
- -Hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met binnenlandse zaken en onderwijs
- -Bracht in 1999 met Ruud Luchtenveld (VVD) een initiatiefwet tot stand inzake de vrijstelling van OZB voor substraatteelt
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- -Stelde in 2002 een taakgroep vernieuwing basisvorming in, die onderzoek moest doen naar de kerndoelen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs
- -Bracht in 2004 de Nota Onderwijs, Integratie en Burgerschap uit. Daarin worden maatregelen aangekondigd op het gebied van het onderwijsachterstandenbeleid en ten aanzien van het tegengaan van segregatie. Verder worden regels aangekondigd over schoolstichting en inrichting van islamitische scholen en voor betere inbedding van burgerschapskunde in het onderwijs.
- -In 2004 werd op haar ministerie de operatie "Kappen in dor hout" uitgevoerd, waarbij van de 1111 ministeriële regelingen er 612 werden geschrapt
- -Diende in 2005 het wetsvoorstel regeling onderbouw voortgezet onderwijs in
- -Diende in 2006 een wetsvoorstel in over buitenschoolse opvang voor leerlingen van basisscholen. Dit voorstel werd door haar opvolger in het Staatsblad gebracht.
- -Besloot in 2007 als minister van Economische Zaken om de juridische splitsing van energiebedrijven in publieke netwerkbedrijven en geprivatiseerde leveringsbedrijven alsnog mogelijk te maken. Bij de behandeling van de Splitsingswet had minister Wijn op aandrang van de Eerste Kamer toegezegd het splitsingartikel nog niet in werking te laten treden.
- -In 2008 verwierp de Eerste Kamer het door haar verdedigde wetsvoorstel Aanbestedingswet, waarmee een modern wettelijk kader voor het aanbesteden van (overheids)opdrachten moest worden geschapen. Het wetsvoorstel was in 2006 door minister Brinkhorst ingediend en met succes door minister Wijn in de Tweede Kamer verdedigd.
- -Verdedigde in 2009 samen met minister Cramer in Barendrecht het kabinetsbesluit om ondergronds (en deels onder een woonwijk) CO2 op te slaan
als bewindspersoon (wetgeving)
- -Bracht in 2002 de Wet regeling leerlinggebonden financiering in het Staatsblad (Stb. 54). Hierdoor wordt een leerlinggebonden budget (in de wandelgang 'rugzakje' genoemd) ingevoerd voor het reguliere onderwijs, en komt er een geobjectiveerde systematiek van indicatiestelling en de vorming van regionale expertisecentra (REC's), uitgaande van de bestaande scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs . De wet maakt het mogelijk dat leerlingen met een handicap zoveel mogelijk onderwijs kunnen volgen op reguliere scholen voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs. Het wetsvoorstel was in 2001 ingediend door staatssecretaris Adelmund.
- -Bracht in 2003 een wet (Stb. 16) tot stand waardoor de bestedingsvrijheid van scholen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs wordt vergroot. Om de onderwijskwaliteit te verbeteren worden de bestaande budgetten voor onder meer management, personeelsbeleid en nascholing samengevoegd tot één schoolbudget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, dat scholen naar eigen inzicht mogen besteden.
- -Bracht in 2004 een wet (Stb. 253) tot stand, waardoor de bekostiging van onderwijs in allochtone, levende talen (OALT) met ingang van 1 augustus 2004 wordt beëindigd.
- -Bracht in 2004 de Wet beroepen in het onderwijs (Stb. 344) tot stand. De wet regelt de vaststelling van bekwaamheidseisen voor onderwijsgevenden en voor onderwijsgerelateerde werkzaamheden van ander personeel in de sectoren primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en educatie. In benoemings- en bekwaamheidsartikelen wordt voortaan verwezen naar bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bekwaamheidseisen in plaats van naar bewijzen van bekwaamheid. De wet regelt verder dat scholen beleid ontwikkelen voor het onderhouden van de bekwaamheid van hun personeel. Ook worden de voorschriften van de Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs opgenomen in de desbetreffende sectorwetten.
- -Bracht in 2005 een nieuwe Spellingwet (Stb. 66) tot stand, die de Spellingswet 1947 vervangt. Overheidsorganisaties en door de overheid bekostigde onderwijsinstellingen worden verplicht de spelling te gebruiken zoals vastgesteld door de Nederlandse Taalunie. Dit geldt eveneens voor examens waarvoor wettelijke voorschriften zijn vastgesteld.
- -Bracht in 2005 een wet (Stb. 423) tot invoering van lumpsumpbekostiging in het primair onderwijs tot stand. Scholen krijgen meer bestedingsvrijheid en de gedetailleerde regels in het kader van de declaratiebekostiging vervallen. Scholen krijgen de vrijheid een eigen personeelsbeleid te voeren en zelf te bepalen hoe wordt geïnvesteerd in onderwijskundige vernieuwingen. Door bevoegde gezagsorganen en scholen meer beleidsvrijheid te geven, kunnen zij onderwijs en zorg op maat bieden en zich beter profileren.
- -Bracht in 2005 een wet (Stb. 641) tot afschaffing van het lesgeld voor 16- en 17-jarigen in het voortgezet onderwijs en v.m.b.o. (Stb. 641) tot stand. De tegemoetkoming in de onderwijskosten wordt eveneens afgeschaft.
- -Bracht in 2005 een wet (Stb. 698) tot stand die zorgt voor flexibilisering van de schooltijden voor basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs, scholen voor speciaal onderwijs, scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs. Scholen krijgen meer ruimte om, met instemming van de ouders en het personeel vertegenwoordigd in de medezeggenschapsraad, een rooster te plannen dat optimaal aansluit bij de eigen situatie.
- -Bracht in 2006 een wijziging (Stb. 281) van de Wet op het voortgezet onderwijs tot stand over de bepalingen voor de basisvorming in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Hierdoor wordt het aantal trajecten tussen de bovenbouw van het primair onderwijs en het vervolgtraject in de verschillende schoolsoorten in het voortgezet onderwijs vergroot. Scholen kunnen zelf beslissen hoe zij de kerndoelen in de onderwijsprogramma's uitwerken. Hierdoor krijgen zij de mogelijkheid de collectieve en schooleigen doelen zo aantrekkelijk mogelijk aan te bieden.
- -Bracht in 2006 een wet (Stb. 297) tot stand waardoor financiële middelen voor schoolbegeleiding niet langer aan gemeenten, maar aan schoolbesturen worden uitgekeerd. Scholen kunnen zelf beslissen of en in welke vorm zij schoolbegeleiding inkopen. Er wordt tevens een basis voor de structurele bekostiging van het onderwijs aan zieke leerlingen gelegd.
- -Bracht in 2006 de Wet medezeggenschap op scholen (Stb. 590) tot stand. De wet bevat regels over medezeggenschap in de sectoren van het primair en voortgezet onderwijs (VO). De positie van de medezeggenschapsraden is via deze nieuwe wet versterkt. Een versterkte positie van de medezeggenschapsraden is nodig om te kunnen fungeren als gelijkwaardige overlegpartner voor het schoolbestuur, die steeds meer mogelijkheden hebben gekregen voor het voeren van een eigen beleid. De huidige mogelijkheid op godsdienstige of levensbeschouwelijke gronden een ontheffing te krijgen van de wetgeving, komt te vervallen. Iedere school moet voldoen aan de voorgestelde basisstructuur. Het wetsvoorstel was in 2005 ingediend door staatssecretaris Rutte.
- -Bracht in 2006 de Wet op de archeologische monumentenzorg in het Staatsblad (Stb. 42). Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een Europees Verdrag tot bescherming van het archeologische erfgoed. Bij uitvoering van ruimtelijke en milieutechnische werken moet veiligstelling van archeologische monumenten worden gewaarborgd. Het wetsvoorstel was ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Van der Laan.
- -Bracht in 2006 een wijziging (Stb. 291) van de Wet op het primair onderwijs tot stand, waardoor er een wettelijke regeling komt voor de verantwoordelijkheid voor tussenschoolse opvang (overblijven)
- -Bracht in 2006 een wet (Stb. 590) inzake regeling van buitenschoolse opvang tot stand. Door de wet krijgen ouders de zekerheid dat sluitende afspraken worden gemaakt tussen school en buitenschoolse opvang over de opvang van leerlingen in het basisonderwijs na schooltijd. De opvang wordt een gezamenlijke aangelegenheid van het bevoegd gezag en de ouders. De verantwoordelijkheid voor de organisatie van de buitenschoolse opvang komt bij het bevoegd gezag van de basisschool te liggen.
- -Bracht in 2009 de Dienstenwet (Stb. 503) tot stand. Deze wet implementeert de Europese dienstenrichtlijn voor diensten op de interne markt. Belemmeringen voor vrije vestiging van dienstverrichters in de Europese Unie worden weggenomen
wetenswaardigheden
- -Was in juli 2002 tijdens de formatie-Balkenende onderhandelaar namens het CDA
- -Kwam in april en oktober 2004 in de Tweede Kamer onder vuur te liggen, omdat zij de Kamer onvolledig zou hebben ingelicht over een fraudeaffaire bij de Technische Hogeschool Rijswijk, waarvan zij drie jaar bestuurslid was. Een motie waarin werd 'geconstateerd' dat zij de Kamer onvolledig had geïnformeerd, werd verworpen.
- -Werd bij de verkiezing van Tweede Kamervoorzitter in 2006 in de derde ronde verslagen door Gerdi Verbeet (PvdA). Zij kreeg 66 stemmen, Verbeet 78 stemmen.
uit de privésfeer
- -Groeide op in een traditioneel kerkelijk arbeidersgezin
- -Haar eerste echtgenoot was adjunct-directeur van een m.e.a.o.-school
verkiezingen
- -Was in 2002 en 2003 bij de Tweede Kamerverkiezingen nummer 2 op de CDA-kandidatenlijst
- -Was bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 nummer 3 op de CDA-kandidatenlijst
ridderorden
Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 3 december 2010
publicaties/bronnen
- -Theo Sniekers, "Een 'dame' in de politiek", Limburgs Dagblad, 6 januari 1993
- -Aukje van Roessel, "De eeuwige tweede man", Groene Amsterdammer, 29 oktober 2004
familie/gezin
weduwe
2e echtgeno(o)t(e)/partner
L.J.L. Buytendijk, (Lou)
Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.
