PvdA-senator die veel belangrijke functies bekleedde in het culturele leven. Was directeur van de Federatie van Kunstenaarsvereniging, secretaris van de Raad voor de Kunst, directeur van de Amsterdamse Toneelschool en oprichter en directeur van een Instituut voor Theateronderzoek. Eind jaren zestig was hij enige tijd voorzitter van de VPRO, die toen in opspraak kwam vanwege omstreden radio- en tv-programma's. In de oorlog actief bij Vrij Nederland en veroordeeld tot dwangarbeid. In de PvdA-Eerste Kamerfractie gewaardeerd vanwege zijn bezadigde oordelen.