Prof.Dr. W.A.F.G. (Willem) Vermeend

foto Prof.Dr. W.A.F.G. (Willem) Vermeendvergrootglas Fiscale 'whizzkid', die na docent aan de Leidse universiteit te zijn geweest een actief Tweede Kamerlid voor de PvdA werd. Tijdens zijn lidmaatschap enkele jaren parttime hoogleraar belastingrecht in Groningen en Maastricht. Ontpopte zich als Kamerlid al als vindingrijk wetgever, onder meer via een fiscale regeling om langdurig werklozen aan werk te helpen. Als staatssecretaris in de kabinetten-Kok was hij met Zalm architect van de ingrijpende belastingherziening, die in 2001 als het belastingplan voor de 21e eeuw van kracht werd. Als minister van Sociale Zaken bracht hij een veelomvattende wijziging van de uitvoering van de werknemersverzekeringen tot stand. Hij is nu hoogleraar in Maastricht en adviseur bij Boer & Croon. Politicus die steeds 'alle cijfers' kende.

PvdA
in de periode 1984-2002: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister

voornamen (roepnaam)

Wilhelmus Adrianus Franciscus Gabriël (Willem)

personalia

geboorteplaats en -datum
Zuilen (thans gemeente Utrecht), 21 december 1948

partij/stroming

partij(en)
PvdA (Partij van de Arbeid)

hoofdfuncties en beroepen

  • wetenschappelijk medewerker en universitair docent fiscaal recht, Rijksuniversiteit Leiden, van 1975 tot 1984
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 juni 1984 tot 22 augustus 1994
  • bijzonder hoogleraar belastingrecht, Rijksuniversiteit Groningen, van november 1991 tot 1 januari 1993 (1 dag per week)
  • bijzonder hoogleraar in het Europees belastingrecht, Rijksuniversiteit Limburg te Maastricht, van mei 1991 tot augustus 1994 (vanwege de Stichting Wetenschapsbeoefening, 1 dag per week)
  • staatssecretaris van Financiën (belast met fiscale aangelegenheden en financiën lagere overheden), van 22 augustus 1994 tot 24 maart 2000
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 3 augustus 1998
  • minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 24 maart 2000 tot 22 juli 2002
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 mei 2002 tot 26 juli 2002
  • hoogleraar Europees fiscaal recht en fiscale economie, Universiteit Maastricht, vanaf 1 september 2002
  • lid directie financieel verkoop- en advies, kantoor "Meeus Groep" te Breda, van april 2003 tot 2005
  • senior adviseur "BCG" (Boer & Croon) Process Managers Group, vanaf 2003
  • mede-eigenaar/directeur/grootaandeelhouder "TSS Cross Media Group" (integratie van telecom, internet en broadcast)
  • hoogleraar 'economie 4.0', Open Universiteit te Heerlen, vanaf 1 september 2014

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris belast met 1. fiscale aangelegenheden en alle aangelegenheden de Belastingdienst betreffende; 2. aangelegenheden beteffende de financiën van lagere overheden; 3. het muntwezen, inclusief De Nederlandse Munt; 4. de Domeinen en het voormalige Rijksinkoopbureau 5. de Staatsloterij; 6. het Vacatiegeldenbesluit.

activiteiten

als parlementariër
  • Was fiscaal specialist PvdA-fractie en ondere andere woordvoerder bij aangelegenheden betreffende de studiefinanciering
  • Diende in 1986 een initiatiefwetsvoorstel in tot het tegengaan van oneigenlijk gebruik in de wet op de vennootschapsbelasting. Het voorstel werd ingetrokken, nadat het was overgenomen door de regering. (19.729)
  • Diende in 1986 samen met zijn fractiegenoot Jeltje van Nieuwenhoven een initiatiefwetsvoorstel in om kinderopvang fiscaal te bevorderen. Dit voorstel werd in 1995 ingetrokken, nadat een regeringsvoorstel was aangenomen. (19.750)
  • Bracht in 1986 samen met zijn fractiegenoot Frans Moor een initiatiefwet inzake bevordering van werkgelegenheid voor langdurig werklozen tot stand (wet Vermeend/Moor). (19.323)
  • Bracht in 1987 via een initiatiefwetsvoorstel (ingediend samen met Frans Moor, Gerrit Gerritse en Robin Linschoten) een wet tot wijziging van de wet bevordering werkgelegenheid voor langdurig werklozen tot stand. (19.909)
  • Diende in 1987 samen met Aad Nuis (D66) een motie van afkeuring in tegen minister Deetman over diens beleid inzake de invoering van het nieuwe stelsel van studiefinanciering. De motie werd verworpen met PvdA, D66, PPR en PSP vóór.
  • Bracht in 1988 via een initiatiefwetsvoorstel (ingediend met zijn fractiegenoot Ad Melkert) een wet tot stand inzake invoering van vervroegde afschrijving voor milieu-investeringen (20.872)
  • Bracht in 1993 via een initiatiefwetsvoorstel (ingediend samen met de CDA'er Tom Vreugdenhil) een wet tot stand over het fiscaal stimuleren van werknemersparticipaties en spaar- em winstdelingsregelingen. (20.982)
  • Bracht in 1994 samen met zijn fractiegenoten Ad Melkert en Koos van der Vaart een initiatiefwet tot stand over het fiscaal bevorderen van investeringen van particulieren in het milieu ('groen' beleggen) (23.197)
  • Bracht in 1994 samen met Tom Vreugdenhil (CDA) een initiatiefwet tot stand inzake invoering van vervroegde afschrijving voor hoogwaardige technlogische kapitaalgoederen (23.071)
  • Bracht in 1994 samen met Tom Vreugdenhil (CDA) een initiatiefwet tot budgetneutrale afschaffing van de vermogensbelasting op ondernemingsvermogen tot stand (23.571)

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 1996 de Nota intensivering van bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van belasting- en douanewetgeving uit (17.050)
  • Bracht in 1996 samen met staatssecretaris Van de Vondervoort de Nota Lokale lastendruk uit. Hierin worden de verschillen in de lokale lastendruk beschreven en geanalyseerd. In de periode 1990-1996 zijn die lasten aanmerkelijk toegenomen, vooral door toename van de rioolrechten, reinigingsheffingen en onroerend-zaakbelasting. Verder zijn heffingen door waterschappen gestegen. Er blijken grote verschillen tussen gemeenten te bestaan. Een gezamenlijke aanpak door centrale en decentrale overheden moet dit beperken. Verder zijn betere monitoring en betere ramingen wenselijk. Ook moeten de gevolgen van rijksbeleid voor de gemeentelijke uitgaven beter in beeld worden gebracht. Tariefdifferentiatie door gemeenten zal meer worden toegestaan. (25.011)
  • Bracht in 1999 samen met minister Zalm het Belastingplan voor de 21e eeuw, een ingrijpende wijziging van het belastingstelsel, uit en verdedigde in 2000 in de Tweede Kamer met succes de wetsvoorstellen om dat stelsel in te voeren. Belangrijkste elementen van deze herziening zijn: invoering van een drie-boxenstelsel en van een rendementsheffing voor inkomsten uit vermogen, verlaging van tarieven, vermindering van het aantal aftrekposten en vervanging van de belasting vrije sommen door heffingskortingen. (25.810)
  • In 2002 aanvaardde Tweede Kamer het door hem verdedigde wetsvoorstel tot goedkeuring van de opzegging van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid met Marokko. Reden voor de opzegging was de weigering van Marokko om mee te werken aan controle op fraude met sociale uitkeringen. Toen in december 2002 Marokko alsnog een verdragswijziging had geratificeerd over medewerking aan de fraudebestrijding, trok minister De Geus het wetsvoorstel in. (28.275)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1994 samen met minister De Boer de Wet belastingen op milieugrondslag in het Staatsblad (Stb. 923). Hierdoor wordt een verbruiksbelasting ingevoerd op grondwater en op afvalstoffen. Doel is het bevorderen van een zuiniger gebruik van water en het tegengaan van belasting van het milieu door schadelijke afvalstoffen. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door staatssecretaris Van Amelsvoort en minister Alders. (22.849)
  • Bracht in 1994 een wet (Stb. 930) tot stand die kinderopvang fiscaal aantrekkelijker maakt (23.483, 23.781)
  • Bracht in 1994 samen met staatssecretaris Van de Vondervoort de Wet waardering onroerende zaken (Stb. 874) tot stand, waarbij de onroerend-goedbelasting wordt vervangen door een onroerend-zaakbelasting. Door een nieuw waarderingssysteem moet grotere rechtszekerheid en doelmatigheid worden bereikt en het aantal conflicten afnemen. Er komt een Waarderingskamer die een coördinerende rol moet spelen. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door de staatssecretarissen Van Amelsvoort en De Graaff-Nauta. (22.885)
  • Bracht in 1995 de Wet belasting zware motorrijtuigen (Eurovignet) (Stb. 563) tot stand. Doel is onder andere de kosten van de infrastructuur aan de gebruikers van bepaalde wegen toe te rekenen. (24.070)
  • Bracht in 1995 een wet (Stb. 606) tot stand die het doen van elektronische aangifte mogelijk maakte. (24.341)
  • Bracht in 1995 met minister De Boer en minister Wijers de Wet invoering regulerende energieheffing ('ecotax') (Stb. 662) tot stand. Een extra belasting op aardgas, elektriciteit en minerale oliën moet energiebesparing bevorderen en zo bijdragen aan de vermindering van de uitstoot van kooldioxide. (24.250, 24.344)
  • Bracht in 1996 met staatssecretaris Van de Vondervoort de Financiële-Verhoudingswet 1996 (Stb. 576) tot stand. De wet herziet de verdeelsleutel van het gemeentefonds, waardoor een betere aansluiting moet ontstaan met de kostenstructuren in de verschillende gemeenten. Gemeenten met zware taken op het gebied van leefbaarheid, minderheden, werkgelegenheid en veiligheid moeten beter worden bedeeld; er was sprake van scheefgroei. Het nieuwe verdeelstelsel gaat uit van een kader waarbinnen verschillen tussen gemeenten in kostenstructuren en in het vermogen om eigen middelen te verwerven worden gewogen. Daarnaast is er een (flexibel) verdeelmodel met maatstaven en gewichten, waarmee rekening wordt gehouden met de specifieke taken van een gemeente. (24.552)
  • Bracht in 1999 samen met staatssecretaris Hoogervorst de Wet fiscale behandeling pensioenen (Stb. 211) tot stand. Diverse belasting- en sociale verzekeringswetten worden gewijzigd om fiscale maatregelen voor de flexibilisering en individualisering van pensioenregelingen in te voeren. Enkele maatregelen zijn: de mogelijkheid om pensioen op te bouwen wordt ook fiscaal niet langer afhankelijk gesteld van een verplichte werkgeversbijdrage. Werknemers kunnen voortaan zelf keuzes maken uit verschillende modules voor aanvullende pensioenopbouw; werkgevers en werknemers kunnen hierover samen afspraken maken in het arbeidsvoorwaardenoverleg. Behalve voor de voldoening van lijfrentepremies kan het spaarloon voortaan ook gebruikt worden voor de voldoening van de premie van de aanvullende pensioenopbouw. Uitgangspunt is een pensioen tot 70 procent van het eindloon, opgebouwd in 35 dienstjaren en de maximale opbouw is daarom 2 procent per jaar; bij opbouw op basis van middelloon is dit maximaal 2,25 procent. (26.060)
  • Bracht in 2001 als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen met staatssecretaris Hoogervorst de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) (Stb. 624) tot stand. Door deze wet wordt de organisatie van de uitvoering van taken van de overheid met betrekking tot werknemersverzekeringen gewijzigd. Daardoor komt er één loket voor mensen die op zoek zijn naar werk en voor het aanvragen van een uitkering. De nieuwe organisatie wordt verder onder meer belast met het innen van de premies voor werknemersverzekeringen en met het bevorderen van reïntegratie. Er komt een Raad voor Werk en Inkomen, die subsidies toekent en beleidsvoorstellen doet. De Centrale Organisatie Werk en Inkomen (CWI) krijgt 130 regionale kantoren. De uitvoering van de premie-inning, claimbeoordelingen en uitkeringsverzorging geschiedt door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). De gemeenten houden een aantal taken op het gebied van sociale zekerheid (zoals uitvoering van de Bijstandswet). De Arbeidsvoorzieningwet 1996 en Organisatiewet Sociale Verzekeringen 1996 worden ingetrokken. (27.588)
  • Bracht in 2001 de Wet verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorziening (Stb. 691) tot stand. Hierdoor worden werkzaamheden die de Arbeidsvoorzieningsorganisatie verricht in het kader van de reïntegratie van arbeidsgehandicapten en moeilijk plaatsbare werkzoekenden overgeheveld naar het privaatrechtelijke bedrijf KLIQ. (27.549)

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Auto en fiscus" (met A. Grotenhuis, 1981)
  • "Fiscale investeringskwaliteiten: een onderzoek naar de werking van vervroegde afschrijving, investeringsaftrek en de Wet Investeringsrekening" (dissertatie, 1983)
  • "Tweeverdieners" (1984)
  • "De achterkant van het belasting- en premiebiljet" (1992)
  • "Een onparlementair stelsel: over het toezicht van nationale parlementen op de besluitvorming van de Europese Gemeenschappen" (inaugurele rede, 1993)
  • "Compendium van het Europees belastingrecht" (met H.A. Kogels, 1994)
  • "Greening taxes: the Dutch model: ten years of experience and the remaining challenge" (met J. van der Vaart, 1998)
  • "Fiscaal voordelig sparen via de werkgever" (met K. van Ballegooijen, bew. door L. Wapperom, 2002)
  • "De Kredietcrisis" (2008)
  • "De WIJ economie. De opkomst van de WIJ Economie en de ondergang van de IK economie" (2009)
  • "De euro, Europa en onze economische toekomst" (met R. van Gessel, 2010)
  • "De onstuitbare opmars van de digitale wereld" (met B. Brussen, 2012)
  • "Het nieuwe beleggen: beleggen en sparen na de crisis" (met P.P. de Vries, 2013)
  • "De revolutie van economie 4.0" (oratie, 2014)
  • diverse publicaties op het terrein van belastingen en het belastingrecht

literatuur/documentatie
Toof Brader en Marja Vuijsje, "Haagse portretten. Tweede-Kamerleden, ministers, staatssecretarissen" (1995, 1999)

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.