A. (Annemarie) Jorritsma-Lebbink

foto A. (Annemarie) Jorritsma-Lebbinkvergrootglas Annemarie Jorritsma (1950) is sinds 9 juni 2015 Eerste Kamerlid voor de VVD en sinds 24 november 2015 fractievoorzitter. In 1982 begon haar Haagse politieke loopbaan als Tweede Kamerlid, nadat zij eerder raadslid in Bolsward was. In het kabinet-Kok I was mevrouw Jorritsma minister van Verkeer en Waterstaat en in het kabinet-Kok II minister van Economische Zaken en vicepremier. Nadat zij in 2002 de verkiezing tot Kamervoorzitter had verloren, verliet zij de Tweede Kamer. Na waarnemend burgemeester van Delfzijl te zijn geweest, was mevrouw Jorritsma in 2003-2015 burgemeester van Almere. Tevens was zij zeven jaar voorzitter van de VNG.

VVD
in de periode 1982-heden: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, fractievoorzitter EK, minister, viceminister-president

voornaam (roepnaam)

Annemarie (Annemarie)

personalia

geboorteplaats en -datum
Hengelo (Gld.), 1 juni 1950

levensbeschouwing
Doopsgezind

partij/stroming

partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 1973

hoofdfuncties en beroepen

  • medewerkster reisbureau te Wolvega, van 1969 tot 1971
  • secretaresse van een exportmanager te Dieren, van 1971 tot 1974
  • freelancemedewerker VVV Friesland, van 1974 tot 1982
  • lid gemeenteraad van Bolsward, van 5 september 1978 tot 1 februari 1989
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1982 tot 4 juni 1986
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 juli 1986 tot 22 augustus 1994
  • minister van Verkeer en Waterstaat, van 22 augustus 1994 tot 3 augustus 1998
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 3 augustus 1998
  • minister van Economische Zaken en viceminister-president, van 3 augustus 1998 tot 22 juli 2002
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 mei 2002 tot 30 januari 2003
  • waarnemend burgemeester van Delfzijl, van 11 februari 2003 tot 16 augustus 2003
  • burgemeester van Almere, van 16 augustus 2003 tot 9 september 2015 (van 16 augustus tot 9 september 2015 waarnemend)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, vanaf 9 juni 2015
  • fractievoorzitter VVD Eerste Kamer der Staten-Generaal, vanaf 24 november 2015

activiteiten

als parlementariër
  • Was in de periode 1982-1994 woordvoerster verkeer en waterstaat en onderwijs van de VVD-Tweede Kamerfactie. Hield zich ook bezig met ruimtelijke ordening (o.a. openluchtrecreatie en de Waddenzee), volkshuisvesting (herziening van de Woningwet) en emancipatiebeleid. Voerde in 1989 het woord bij de behandeling van een wetsvoorstel over zwangerschaps- en bevallingsverlof.
  • Interpelleerde op 15 maart 1990 minister Maij-Weggen over uitspraken over het reiskostenforfait
  • In de periode 2002-2003 was zij woordvoerster sociale zaken
  • Voerde in 2016 het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel Omgevingswet

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Verdedigde in 1995 samen met minister De Boer het kabinetsstandpunt over aanleg van de Betuweroute (22.589)
  • Bracht in 1995 met minister De Boer de Planologische kernbeslissing over de uitbreiding van Schiphol met een vijfde landingsbaan tot stand (23.552)
  • Verdedigde in 1995 met succes de afspraken over de verzelfstandiging van de N.V. Nederlandse Spoorwegen. Daarbij wordt voortgebouwd op het in 1993 genomen besluit tot verzelfstandiging. NS moet in vijf jaar financieel en zakelijk op 'eigen benen' staan en grotere reizigersstromen nastreven. Concurrentie op het spoor wordt mogelijk. De overheidsbijdragen worden tot 2000 afgebouwd naar nul. Vanaf 1 januari 1996 mag NS zelf de tarieven en algemene voorwaarden bepalen. Daarna is ook het voorzieningenniveau een zaak van NS. NS mag onrendabele lijnen aan de overheid verkopen. De minister blijft verantwoordelijk voor de infrastructuur en voor de toegang van maatschappijen op het spoornet. De afspraken waren op 29 juni 1995 contractueel vastgelegd. (18.986)
  • Bracht in 1996 de Nota Veiligheidsbeleid Burgerluchtvaart uit. Doel is het beleid in samenhang en los van incidenten uiteen te zetten. Dat verschaft tevens een basis voor een gestructureerde discussie over de verdere ontwikkeling en uitvoering van het luchtvaartveiligheidsbeleid. De veiligheid betreft de gehele keten van vliegtuigontwerp, -onderhoud, -productie, vluchtuitvoering, bekwaamheid van boord- en grondpersoneel, luchtverkeersbeveiliging, uitrusting en inrichting van luchthavens, vervoer van gevaarlijke stoffen en beveiligingsmaatregelen. De luchtvaartsector omvat de activiteiten van de grote commerciële luchtvaart, de kleine zakelijke luchtvaart, de recreatieve luchtvaart en de kennisinfrastructuur. Internationale harmonisatie van veiligheidsregelgeving wordt gestimuleerd en (internationale) controle wordt versterkt. De wetgeving zal op een aantal punten worden aangepast en verbeterd, waardoor doelmatigheid en inzichterlijkheid moeten worden vergroot. (24.804)
  • Verdedigde in 1996 en 1997 samen met minister De Boer in Tweede en Eerste Kamer met succes het door het kabinet gekozen tracé voor de Hogesnelheidslijn (HSL), waarvan onder meer een tunnel onder het Groene Hart deel uitmaakt (22.026)
  • Bracht in 1996 de Nota Marktwerking in het regionaal openbaar vervoer uit. Hierin wordt het traject geschetst om gefaseerd te komen tot marktwerking in het openbaar vervoer en over de gevolgen daarvan voor de decentrale overheden en vervoersbedrijven. Openbaar-vervoersconcessies moeten openbaar aanbesteed worden. De nota is de uitwerking van een eerder kabinetsstandpunt uit 1995 over het advies van de commissie-Brokx. Om te voorkomen dat er veel (regionale) vervoerbewijzen komen, wordt gekozen voor onderzoek naar invoering van een nationaal elektronisch kaartsysteem. (25.088)
  • Bracht in 1997 samen met minister De Boer de Nota regionale-luchthavenstrategie (RELUS) uit. Deze nota gaat in op de herijking van de financieel-bestuurlijke verhoudingen tussen rijk en bestaande regionale luchthavens. Uitgangspunten van het beleid rond regionale luchthavens zijn onder meer: verbetering van de leefbaarheid rond luchthavens, grotere selectiviteit in de rijksbetrokkenheid en een meer marktconforme exploitatie van de infrastructuur. Het rijk zal zich geleidelijk terugtrekken uit de eigendoms- en exploitatieverhoudingen van regionale luchthavens. (25.230)
  • Bracht in 1997 samen met minister De Boer een discussienota over de toekomst van de luchtvaart in Nederland uit
  • Nam in 1997 het besluit het aantal nachtvluchten op Schiphol te beperken. Dit besluit werd toegelicht in een brief van haar en minister De Boer over geluidzones rond Schiphol. Daarin werd tevens ingegaan op de aanleg van een vijfde baan. (25.466)
  • Diende in 1997 het wetsvoorstel Telecommunicatiewet in en verdedigde dit in 1998 in de Tweede Kamer. Het voorstel werd door staatssecretaris Monique de Vries in het Staatsblad gebracht. (25.533)
  • Diende in 1997 het wetsvoorstel Wet op het rekeningrijden in. Hiermee moest een systeem van heffingen in de spits op drukke wegen in de Randstad worden ingevoerd. Het wetsvoorstel werd in 2000 ingetrokken en vervangen door een nieuw wetsvoorstel. (25.816)
  • Verdedigde in 1997 met succes het besluit om vliegveld Beek (Maastricht-Aachen Airport) uit te breiden en om op beperkte schaal nachtvluchten toe te staan (25.230)
  • Verdedigde in 1998 in de Tweede Kamer met succes de Tunnelwet Westerschelde, die machtigt tot oprichting van een NV voor het bouwen, onderhouden en exploiteren van een tunnel onder de Westerschelde. De wet werd door haar opvolgster in het Staatsblad gebracht. (25.675)
  • Bracht in 2000 de notitie 'Publieke belangen en marktordening. Liberalisering en privatisering in netwerksectoren' uit. De notitie behandelt de vraag hoe de overheid haar verantwoordelijkheid voor publieke belangen in netwerksectoren op een effectieve en doelmatige wijze kan waarborgen. Het gaat hierbij met name om de garantie van universele dienstverlening, bescherming van gebonden klanten, leveringszekerheid, kwaliteit van de dienstverlening en het voorkomen van negatieve effecten voor milieu, veiligheid en volksgezondheid. (27.018)
  • Stelde in 2000 samen met minister De Vries het Actal (Adviescollege toetsing administratieve lasten) in
  • Verdedigde in 2002 samen met staatssecretaris Van Hoof met succes de beslissing om de F16 op termijn te vervangen door de Amerikaanse Joint Strike Fighter. Daarbij waren de mogelijkheden voor de Nederlandse industrie om te participeren in de 'System Development and Demonstration' (ontwikkelingsfase) een doorslaggevende factor.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1995 de Deltawet grote rivieren (Stb. 210) tot stand. Door onder meer (urgente) dijkverhogingen en verbreding van rivieren moeten overstromingen in het rivierengebied worden voorkomen. Een noodprocedure met één basisbesluit van het provinciaal bestuur en verkorting van de termijnen voor inspraak en beroep moeten tot snelle realisatie van 140 kilometer aan dijkverzwaringen leiden. Het wetsvoorstel werd in de Eerste Kamer verdedigd door minister De Boer. (24.109)
  • Bracht in 1995 de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 525) tot stand. De regels over het vervoer via zowel het spoor, de weg als het water van onder meer ontplofbare, brandbare, giftige en bijtende stoffen worden ondergebracht in één wet. De Wet gevaarlijke stoffen wordt ingetrokken. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door minister Maij-Weggen. (23.250)
  • Bracht in 1995 de Tijdelijke wet vrachtverdeling Noord-Zuidvervoer (Stb. 590) tot stand. Hiermee wordt het goederenvervoer per schip vanuit Nederland naar België en Frankrijk geregeld. De wet regelt een beheerste overgang naar een vrijere marktwerking. Het model combineert de binding van tonnage aan een beurssysteem met een voldoende mate van commerciële flexibilisering in tarieven en vervoerscondities. De werkingsduur is beperkt tot en met 1999, of zoveel eerder als de Europese regelgeving voor geleidelijke liberalisatie van de toerbeurtsystemen in werking treedt. (24.134)
  • Bracht in 1996 de Wet op de Waterkeringen (Stb. 8) tot stand. Deze wet stelt regels inzake de te waarborgen mate van beveiliging en de verlening van financiële bijdragen door het Rijk m.b.t. de kosten van waterkeringen. Beoogd wordt het niveau van beveiliging tegen overstromingen te waarborgen. Het wetsvoorstel was in 1989 ingediend door minister Smit-Kroes. (21.195)
  • Bracht in 1996 een wijziging (Stb. 257) van de Wegenverkeerswet tot stand, waardoor de Rijksdienst voor het Wegverkeer werd verzelfstandigd (22.961)
  • Bracht in 1996 de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur (Stb. 319) en een wet (Stb. 320) in verband met liberalisering van kabelgebonden telecommunicatie-inrichtingen tot stand. Deze wetten voorzien in het mogelijk maken van concurrentie met KPN bij het aanbieden van kabelgebonden infrastructuur. (24.164, 24.163)
  • Bracht in 1996 de wet tot stand inzake goedkeuring van de op 17 januari 1995 te Antwerpen tot stand gekomen verdragen met het Vlaamse gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde en, respectievelijk de afvoer van het water van de Maas (24.451)
  • Bracht in 1996 de Wet pleziervaartuigen (Stb. 605) tot stand. Deze wet geeft uitvoering aan een EG-richtlijn over de veiligheid van pleziervaartuigen; deze vaartuigen moeten aan essentiële veiligheidseisen voldoen. Fabrikanten moeten vaartuigen ter goedkeuring laten beoordelen. (24.689)
  • Bracht in 1997 de Vergunningenwet Westerschelde (Stb. 258) tot stand, waardoor Vlaanderen alle bestuursrechterlijke vergunningen krijgt die nodig zijn op grond van het in 1996 tot stand gekomen Verdrag inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde. (25.187)
  • Bracht in 1997 een wijziging (Stb. 296) van de Wet telecommunicatievoorzieningen tot stand tot liberalisering van spraaktelefoniedienst. Door de wijziging worden concessiehouders ertoe verplicht hun spraaktelefoonnetten te koppelen met de netten van nieuwe aanbieders. (25.331)
  • Bracht in 1997 een wijziging (Stb. 578) van de Spoorwegwet en van de Wet personenvervoer tot stand tot implementatie van een EG-richtlijn. Het stelsel van het eenzijdig opleggen van een openbare dienstverplichting op spoorweggebied wordt vervangen door de mogelijkheid om een openbaar dienstcontract te sluiten. Doel is onder meer bevordering van concurrentie tussen spoorwegondernemingen in Europa. (24.042)
  • Bracht in 1997 de Wet veilen van schaarse frequenties voor systemen van digitale mobiele telecommunicatie (Stb. 566) tot stand. Hierdoor kan bij deze veiling het principe van de vrije concurrentie worden toegepast. (25.171)
  • Bracht in 1997 de Zeevaartbemanningswet (Stb. 757) tot stand, die voorschriften bevat voor de bemanning van zeeschepen die onder Nederlandse vlag varen. De reder is verantwoordelijk voor de samenstelling van de bemanning. (25.233)
  • Bracht in 1998 de Planwet verkeer en vervoer (Stb. 423) tot stand, die de verhoudingen tussen Rijk, provincie en gemeente op het gebied van verkeer en vervoer regelt, alsmede de planning op dit gebied. (25.337)
  • Bracht in 1999 als minister van Economische Zaken een wijziging (Stb. 260) van de Elektriciteitswet 1998 tot stand inzake netbeheer en levering van elektriciteit aan beschermde afnemers. Hiermee wordt een verdere stap gezet naar liberalisering van de elektriciteitsmarkt, zoals die eerder was vastgelegd in een EG-richtlijn. Er komt onder meer een toezichtsregime voor de vaststelling van tarieven voor kleingebruikers. (26.303)
  • Bracht in 2000 de Gaswet (Stb. 305) tot stand, waardoor de gassector geleidelijk zal worden geliberaliseerd. De mogelijkheden voor levering en in- en uitvoer van gas voor het gebruik van infrastructuur voor gastransport worden verruimd. De minister houdt toezicht op de tarieven en bewaakt dat de gaslevering op peil blijft. De Nederlandse Gasunie blijft belast met de planmatige winning van gas in Nederland. (26.463)
  • Bracht in 2000 de Overgangswet elektriciteitsproductiesector (Stb. 607) tot stand. De wet regelde de overgang en afwikkeling van de niet-marktconforme kosten van de elektriciteitsproductiesector, die voortvloeiden uit contracten en investeringen die in het verleden waren aangegaan en waartoe een commercieel bedrijf in een geliberaliseerde elektriciteitsmarkt niet zou besluiten. (27.250)

wetenswaardigheden

woonplaats
Almere

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.