Mr. F. (Frits) Korthals Altes

foto Mr. F. (Frits) Korthals Altesvergrootglas Vooraanstaand Rotterdams advocaat met grote staat van dienst in de VVD. Was onder meer geruime tijd secretaris en voorzitter van zijn partij. Probeerde als voorzitter van de VVD tot tweemaal toe tevergeefs het kabinet-Van Agt/Wiegel ten val te brengen, omdat er van het beoogde puinruimen niets terecht kwam. Minister van Justitie in eerste kabinet-Lubbers en tweede kabinet-Lubbers. Vond bij zijn aantreden, dat "oerstaatszaken" niet in gevaar mochten komen. Vergde daarom het uiterste van de rechterlijke macht en de politie, maar verwierf brede steun in het parlement. In 1997 de eerste liberale voorzitter van de Eerste Kamer sinds 1900. Kleine welsprekende heer; volbloed jurist. Toegewijd en krachtdadig bestuurder, die van zijn medewerkers een zelfde houding en loyaliteit verlangde.

VVD
in de periode 1981-2001: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, fractievoorzitter EK, voorzitter Eerste Kamer, minister, minister van staat

voornaam (roepnaam)

Frederik (Frits)

personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 15 mei 1931

levensbeschouwing
Remonstrants

partij/stroming

partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf april 1956

hoofdfuncties en beroepen

  • advocaat advocatenkantoor "Dutilh, Van der Hoeven & Slager" (voor fusie 1 januari 1970 kantoor Mrs. J.W.W. van der Hoeven, J.J. Fokma, J.J.M. Kaulingfreks, A.D. Mijs, H.C.G.L Polak en F. Korthals Altes; na 1 januari 1962 mede-vennoot in dit kantoor te Rotterdam), van 5 maart 1958 tot 4 november 1982
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 4 november 1982
  • minister van Justitie, van 4 november 1982 tot 7 november 1989
  • tijdelijk waarnemend minister van Binnenlandse Zaken, van 20 februari 1986 tot 12 maart 1986 (na het overlijden van minister Rietkerk)
  • minister van Binnenlandse Zaken ad interim, van 26 januari 1987 tot 3 februari 1987 (tijdens ziekte van minister Van Dijk)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 11 juni 1991
  • advocaat maatschap Nauta Dutilh, advocaten, notarissen en belastingadviseurs, van 1 april 1990 tot 1 januari 1994
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 juni 1991 tot 2 oktober 2001
  • voorzitter maatschap Nauta Dutilh, advocaten, notarissen en belastingadviseurs, van 1 januari 1994 tot 1 januari 1997
  • fractievoorzitter VVD Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 juni 1995 tot 11 maart 1997
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 maart 1997 tot 2 oktober 2001

ambtstitel
  • minister van staat, vanaf 26 oktober 2001

nevenfuncties

afgeleide functies, presidia etc.
  • plaatsvervangend voorzitter vaste commissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 23 juni 1981 tot 4 november 1982
  • voorzitter vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse- en Arubaanse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 november 1989 tot 11 juni 1991
  • lid College van Senioren (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 13 juni 1995 tot 11 maart 1997
  • voorzitter College van Senioren (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 11 maart 1997 tot 2 oktober 2001
  • voorzitter Huishoudelijke Commissie (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 11 maart 1997 tot 2 oktober 2001

activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich als Eerste Kamerlid onder meer bezig met Antilliaanse aangelegenheden, binnenlandse zaken, justitie (vennootschapsrecht) en defensie. Was in de periode 1991-1995 woordvoerder milieubeleid, justitie en binnenlandse zaken.

opvallend stemgedrag
  • Stemde in 1994 als enige van zijn fractie vóór de pkb Betuwelijn
  • In 2000 stemden hij en Van Eekelen als enigen van hun fractie tegen het wetsvoorstel dat adoptie door gehuwde personen van het zelfde geslacht mogelijk maakte

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Was eerstverantwoordelijke voor het dereguleringsbeleid. Stelde de commissie-Geelhoed in en bracht in 1984 het kabinetsstandpunt deregulering van overheidsregelingen uit. (17.931)
  • Diende in 1983 een wetsvoorstel in tot afschaffing van de bijkomende straf van plaatsing in een rijkswerkinrichting en tot verhoging van de strafmaat vanwege souteneurschap. In 1989 diende hij in samenhang hiermee een wetsvoorstel in tot opheffing van het absolute bordeelverbod. Alleen het wetsvoorstel over het souteneurschap werd (in gewijzigde vorm) door zijn opvolger Hirsch Ballin in het Staatsblad gebracht. (18.202, 21.027)
  • Bracht in 1985 samen met staatssecretaris Korte-van Hemel de Nota "Samenleving en criminaliteit" uit. Hierin werd de bouw van vijf nieuwe gevangenissen aangekondigd van elk 250 cellen. Ook werd aangestuurd op versterking van het justitiële apparaat. Dit vanwege een verviervoudiging van de 'kleine' criminaliteit' in de periode 1970-1983. (18.995)
  • Stelde in 1985 de commissie-Mulder in, die moest onderzoeken hoe de rechterlijke macht kon worden ontlast door administratieve afhandeling van verkeersboetes
  • Bracht in 1985 de Nota overheidsbeleid en homoseksualiteit uit. In deze 'overzichtsnota' worden knelpunten bij het beleid ten aanzien van homoseksualiteit in kaart gebracht. Onderwerpen die aan de orde komen, zijn: bestrijding van discriminatie, zedelijkheidswetgeving, arbeid en inkomen, welzijn en volksgezondheid, veiligheid, huisvesting, personen- en familierecht, internationaal beleid en onderwijs. Gesteld wordt dat nagenoeg alle departementen bij het beleid betrokken zijn. (19.504)
  • Diende in 1987 samen met minister Brinkman een wetsvoorstel in over de hulpverlening door een geneeskundige die zich beroept op overmacht bij levensbeëindiging op uitdrukkelijk en ernstig verlangen van een patiënt. Het wetsvoorstel werd in 1992 ingetrokken. (20.383)
  • Bracht in 1988 samen met minister Brinkman een brief uit waarin namens het kabinet werd gereageerd op het rapport van de Staatscommissie-Jeukens over het vraagstuk van euthanasie. Gemeld werd dat het kabinet meer na- dan voordelen zag aan wetgeving, maar daarover wel een parlementaire discussie wilde aangaan. (19.359)
  • Verdedigde in de Tweede Kamer met succes het op 27 januari 1989 genomen besluit om de "Twee van Breda" (Fischer en Aus der Funten) gratie te verlenen en als ongewenste vreemdeling over de grens te zetten (21.005)
  • Tijdens zijn ministerschap kwamen enkele spraakmakende ontvoeringen voor, zoals van Freddy Heineken en diens chauffeur, en van Ahold-topman Gerrit-Jan Heijn
  • Verdedigde in 1989 samen met minister Bolkestein met succes in de Tweede Kamer wetsvoorstellen tot herziening van het militair straf-, strafproces- en tuchtrecht. De wetsvoorstellen werden door hun opvolgers in het Staatsblad gebracht. (16.813, 16.813, 16.813, 17.804, 17.804, 17.804, 17.804)
  • Diende in 1989 samen met minister Van Dijk het wetsvoorstel Algemene wet bestuursrecht in. Dit voorstel werd in 1992 door de ministers Hirsch Ballin en Dales in het Staatsblad gebracht. (21.221)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1983 de Wet vermogenssancties in het Staatsblad (Stb. 153). Het opleggen van een boete (transactie) wordt mogelijk bij alle strafbare feiten, uitgezonderd misdrijven waarop zes jaar of meer gevangenisstraf staat. Elke bijkomende straf kan zonder combinatie met een andere straf worden opgelegd. Het wordt in alle gevallen mogelijk om als boete op te leggen de betaling van het gehele verkregen voordeel uit een misdrijf. Bij het opleggen van een geldboete moet rekening worden gehouden met de draagkracht van de veroordeelde. Dit wetsvoorstel was in 1978 ingediend door minister De Ruiter en door hem in 1982 in de Tweede Kamer verdedigd. (15.012)
  • Bracht tussen 1984 en 1989 diverse invoeringswetten van boeken van het nieuwe Burgerlijk Wetboek tot stand
  • Bracht in 1984 samen met staatssecretaris De Graaf een wet in het Staatsblad (Stb. 631) die verhaal door gemeenten van verleende bijstand mogelijk maakt ook als er een alimentatieregeling is getroffen. Het wordt voor scheidende partijen onmogelijk om via een 'nihilbeding' te ontkomen aan de wettelijke onderhoudsverplichting (alimentatie). Het wetsvoorstel was in 1976 ingediend door minister Van Agt en staatssecretaris Meijer en in 1982 in de Tweede Kamer verdedigd door de ministers Van der Louw en De Ruiter. (14.134)
  • Bracht in 1985 een wet (Stb. 243) tot stand die het transseksuelen mogelijk maakt om de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte te laten wijzigen. (17.297)
  • Bracht in 1985 een wijziging (Stb. 385) van het artikel over pornografie (art. 240) van het Wetboek van Strafrecht tot stand. Met een liberalere omschrijving wordt betere handhaafbaarheid nagestreefd. Handel in kinderporno blijft verboden. Het wetsvoorstel was in 1979 ingediend door minister De Ruiter. (15.836)
  • Bracht in 1985 invoeringswetten tot stand van boeken 3-6 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek tot stand
  • Bracht in 1985 samen met staatssecretaris Van der Reijden een wet (Stb. 495) tot nadere wijziging van de Opiumwet tot stand. Daardoor worden voorbereidingshandelingen voor de handel in heroïne en andere harddrugs strafbaar gesteld. Iedereen die vanuit het buitenland dergelijke drugs in Nederland poogt in te voeren of die invoer voorbereidt, is in Nederland, ongeacht zijn nationaliteit, vervolgbaar. (17.975)
  • Bracht in 1986 samen met minister Van den Broek de Wet wapens en munitie (Stb. 41) tot stand. Deze wet vervangt de Vuurwapenwet en wet tot wering van ongewenste handwapenen. Het wetsvoorstel was in 1973 ingediend door minister Van Agt en staatssecretaris Kooijmans. (14.413)
  • Bracht in 1986 de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (Stb. 464) tot stand. Deze wet regelt de overname door Nederland van de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafrechtelijke beslissingen voor zover dat via verdragen is geregeld. Voor overdracht van de tenuitvoerlegging van Nederlandse strafvonnissen naar het buitenland is geen verdragsgrondslag vereist. Tegen die overdracht is wel beroep mogelijk. (18.129)
  • Bracht in 1986 samen met staatssecretaris Koning wetgeving (Stb. 584) tot stand inzake het tegengaan van misbruik van rechtspersonen (zoals de oprichting van 'lege' BV's) (16.530)
  • Bracht in 1986 een wet (Stb. 593) tot herziening van de regeling betreffende voorwaardelijke veroordeling en voorwaardelijke invrijheidstelling tot stand. Onder meer vanwege behoefte bij de rechterlijke macht worden de mogelijkheid tot voorwaardelijke veroordeling en voorwaardelijke invrijheidstelling vergroot. Tevens wordt daarmee een ontlasting van de druk op de capaciteit van het gevangeniswezen en van de werklast van de reclassering beoogd. Ook een veroordeling tot een gevangenisstraf van langere duur dan één jaar (tot maximaal drie jaar) kan gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. (18.764)
  • Bracht in 1987 samen met minister Van Dijk de Tijdelijke wet Kroongeschillen (Stb. 317) tot stand. Daardoor werd voor de meeste gevallen waarin volgens een bestaande wet kroonberoep mogelijk was, die beslissing op beroep overgedragen aan de afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens had in 1985 de bestaande wijze van kroonberoep strijdig genoemd met de Europese mensenrechtenconventie, omdat de Kroon geen onafhankelijk gerecht was. (19.497)
  • Bracht in 1987 samen met staatssecretaris Korte-van Hemel wetten (Stbb. 333 en 334) tot stand waardoor de leeftijd voor meerderjarigheid wordt verlaagd van 21 naar 18 jaar. Jongeren worden vanaf 18 jaar handelingsbekwaam en krijgen het recht om tot volksvertegenwoordiger te worden gekozen. De zorgplicht van ouders blijft wel tot het 21e jaar doorlopen. (15.416, 15.417)
  • Bracht in 1987 een wet (Stb. 590) inzake nieuwe regeling van het bewijsrecht in burgerlijke zaken tot stand. Rechters krijgen grotere vrijheid om nieuwe bewijsmiddelen wel of niet te accepteren, het bewijsrecht wordt overgebracht van het Burgerlijk Wetboek naar het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het wetsvoorstel was in 1969 ingediend door minister Polak. (10.377)
  • Bracht in 1987 met minister De Korte een wet (Stb. 484) tot stand waardoor ontwikkelaars van halfgeleiderproducten (microchips) worden beschermd tegen namaak van hun producten (19.919)
  • Bracht in 1987 wetten tot vaststelling en invoering van artikel 7.1 (koop en ruil) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek tot stand
  • Bracht in 1988 samen met minister Van Dijk de Bekendmakingswet (Stb. 18) tot stand. Deze bevat regels over de uitgifte van het Staatsblad en de Staatscourant, en over de bekendmaking van wetten, algemene maatregelen van bestuur en koninklijke besluiten waarbij algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld. (19.583)
  • Bracht in 1988 een wet (Stb. 104) tot wijziging van bepalingen over verboden rechtspersonen tot stand. Een rechter kan op vordering van het Openbaar Ministerie een rechtspersoon verboden verklaren en daarna laten ontbinden. De verbodenverklaring wordt beperkt tot 'werkzaamheid in strijd met de openbare orde of goede zeden'; doelomschrijving op zich kan wel reden zijn tot verbod, maar niet tot ontbinding. Het scheppen en verdiepen van tegenstellingen tussen groepen Nederlanders op grond van hun herkomst is reden voor verbodenverklaring. Het wetsvoorstel was in 1982 ingediend door minister De Ruiter. (17.476)
  • Bracht in 1988 samen met minister Van Dijk de Wet openbare manifestaties (Stb. 157) tot stand. Deze wet regelt de uitoefening van de (grondwettelijke) vrijheid van godsdienst en het recht op vergadering en betoging en vervangt de Wet Vereniging en Vergadering uit 1855. Het formeel nog bestaande processieverbod wordt opgeheven. Beperking van manifestaties is alleen geoorloofd op grond van bescherming van de gezondheid, het belang van het verkeer en de bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Het wetsvoorstel was in 1986 door hem en minister Rietkerk ingediend. (19.427)
  • Bracht in 1988 samen met minister Van Dijk een wet (Stb. 576) tot wijziging van de Politiewet tot stand. Daarbij werd de grens voor overgang van rijks- naar gemeentepolitie verhoogd van 25.000 naar 40.000 inwoners. Commissaris van de Koningin en minister kregen een aanwijzingsbevoegdheid voor burgemeesters bij grensoverschrijdende ordeverstoringen. Verder werd een wettelijke basis gegeven aan veiligheidsfouillering bij bijvoorbeeld sportwedstrijden. (19.535)
  • Bracht in 1988 samen met minister Van Dijk de Wet persoonsregistaties (Wpr) (Stb. 665) tot stand, die regels bevatte over het registreren van privégevoelige gegevens in elektronische databanken. Het wetsvoorstel was in 1985 door hem en minister Rietkerk ingediend. (19.095)
  • Bracht in 1989 samen met staatssecretaris Korte-van Hemel een wet (Stb. 6) tot stand die verzekerde bewaring van asielzoekers op Schiphol-oost mogelijk maakte (20.972)
  • Bracht in 1989 een wet (Stb. 7) tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht tot stand die ernstige vormen van milieuverontreiniging tot delict verklaart, waardoor de verjaringstermijn op 15 jaar komt en strengere bestraffing mogelijk wordt. (19.020)
  • Bracht in 1989 een wet (Stb. 16) tot stand die misbruik van voorwetenschap bij effectenhandel strafbaar stelt (19.935)
  • Bracht in 1989 samen met minister De Koning een wet (Stb. 168) tot stand waardoor alle wetgeving inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen (o.a. inzake aanstelling en ontslag en beloning) worden samengevoegd in één wet. Er wordt één (nieuwe) commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij arbeid ingesteld, worden de bevoegdheden van die commissie vergroot, en de werking van de wet wordt uitgebreid tot het militaire overheidspersoneel. (19.908)
  • Bracht in 1989 de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Stb. 300) tot stand. Bestraffing van lichte verkeersovertredingen via een administratieve sanctie wordt mogelijk. Tegen de straf kan in beroep worden gegaan, maar dan moet wel door de overtreder zeker worden gesteld dat de opgelegde boete zal worden betaald. Gebeurt dit niet dan wordt het beroepschrift niet in behandeling genomen. Door de wet moet de werklast van de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht worden verminderd. De effectiviteit bij de inning van boeten moet worden vergroot. Het rapport van de commissie-Mulder lag ten grondslag aan de wet. (20.329)
  • Bracht in 1989 samen met staatssecretaris Korte-van Hemel een wet (Stb. 482) tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht met de straf van onbetaalde arbeid tot stand. Een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van minder dan zes maanden, dan wel een vrijheidsstraf van waarvan het onvoorwaardelijke deel minder is dan zes maanden, kan door de rechter worden omgezet in een verplichting tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte (taakstraf). Een voorwaardelijke vrijheidsstraf van minder dan zes maanden kan eveneens worden omgezet in een taakstraf. Er worden regels gesteld over het aantal als straf te verrichten uren en aan de aard van de werkzaamheden. Bij niet naar behoren uitvoeren van de taakstraf kan deze op vordering van het OM alsnog in een geheel of gedeeltelijke vrijheidsstraf worden omgezet. (20.074)

als (in)formateur
  • Kreeg op 15 april 2003 samen met R.J. Hoekstra het verzoek te onderzoeken met welke derde partij CDA en VVD een meerderheidskabinet konden vormen. Op 29 april werden de besprekingen met ChristenUnie en SGP afgebroken en werd besloten verder te praten met D66. Op 14 mei bereikten de drie partijen een akkoord over de financiële paragraaf en een dag later kwam een ontwerp-regeerakkoord tot stand. Op 21 mei brachten hij en Hoekstra eindverslag uit, waarin zij adviseerden demissionair premier Balkenende tot formateur te benoemen.

wetenswaardigheden

woonplaats
Rotterdam

ridderorden
  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 13 mei 1981
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 20 november 1989

buitenlandse onderscheidingen
  • Grootlint Order of the Sacred Treasure (Japan), 12 mei 2000
  • Grootkruis Ordre national du Mérite (Frankrijk), 28 februari 2000
  • Gra-Cruz da Ordem do Mérito (Portugal), 2 oktober 1989
  • Grosses Verdienstkreuz des Verdienstordens der Bundesrepublik Deutschland, 30 mei 1985
  • Grand Officier de l'Ordre national de la Légion d'Honneur (Frankrijk), 6 februari 1984

overige onderscheidingen en prijzen
  • Prof.Mr. E.M. Meijerspenning van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Leiden, 28 september 1988
  • Rijkspolitie Award, 27 februari 1990

militaire dienst
  • dienstplichtig militair, van 3 oktober 1951 tot 1 oktober 1953

publicaties/bronnen

publicaties
  • diverse artikelen in "Liberaal Reveil"
  • diverse artikelen in "Vrijheid en Democratie"
  • diverse bijdragen in gelegenheidsbundels

literatuur/documentatie
  • F.L.M. Lafort, "F. Korthals Altes - De organisator", in: W.J.A. van den Berg e.a. (red.), "Kopstukken van de VVD. 16 Biografische schetsen" (1988), 122
  • Trouw, 31 maart 1990
  • Raymond van den Boogaard en Floris van Straaten, "Een professionele pleitbezorger neemt afscheid", in: NRC Handelsblad, 17 september 2001
  • Ned. Patriciaat, 2006

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

familierelaties

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met een redactioneel profiel, beroepen, partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.