Mr. J. (Jacob) Kohnstamm

foto Mr. J. (Jacob) Kohnstammvergrootglas Vooraanstaande D66-politicus. Zoon van een bekende voorvechter van de Europese gedachte. Advocaat en op betrekkelijk jonge leeftijd Tweede Kamerlid. Nadat hij in 1982 niet was herkozen enige tijd partijvoorzitter. Keerde in 1986 terug in de Tweede Kamer en was daarvan een gerespecteerd lid dat onder meer een initiatiefvoorstel over euthanasie verdedigde. Hield zich als Kamerlid verder bezig met politie, justitie en binnenlands bestuur. In 1994 staatssecretaris van onder meer het grotestedenbeleid in het kabinet-Kok I. Eindigde zijn politieke loopbaan als senator. Is nu voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens. Humanist met grote culturele belangstelling.

D66
in de periode 1981-2004: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, staatssecretaris

voornaam (roepnaam)

Jacob (Jacob)

personalia

geboorteplaats en -datum
Wassenaar, 14 november 1949

partij/stroming

partij(en)
D66 (Democraten 1966), vanaf 1970

loopbaan

  • kandidaats-assistent juridische faculteit, Universiteit van Amsterdam, van 1975 tot 1977 
  • advocaat en procureur (advocatenkantoor Boekel, Van Empel en Drilling) te Amsterdam, van 1 februari 1978 tot 1 mei 1981 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 16 september 1982 
  • advocaat en procureur te Amsterdam, van 1 januari 1983 tot 1 juni 1986 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 22 augustus 1994 
  • staatssecretaris van Binnenlandse Zaken (belast met onder meer grotestedenbeleid, veiligheid, kiesrecht en het informatievoorzieningsbeleid), van 22 augustus 1994 tot 3 augustus 1998 
  • ambteloos, sabbatical year (ging zeilen op de Middellandse Zee) 
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1999 tot 7 september 2004 
  • associé BCG ("Boer & Croon") Proces Managers B.V., vanaf 1999 
  • voorzitter Regieraad ICT en Politie, vanaf december 1999 
  • voorzitter CBP (College Bescherming Persoonsgegevens), vanaf 1 augustus 2004 

partijpolitieke functies

overzicht
  • voorzitter selectiecommissie kandidaten Tweede-Kamerverkiezingen 2006 

vorige
  • vicevoorzitter D66 afdeling Amsterdam, van 1976 tot 1978 
  • vicevoorzitter adviesraad D66, van 1977 tot 1978 
  • voorzitter adviesraad D66, van 1978 tot 1981 
  • voorzitter D66, van 30 oktober 1982 tot mei 1986 

nevenfuncties

huidige
  • lid Stichting Kunst en meerwaarde, vanaf 1999 
  • voorzitter bestuur Humanistische Omroep, vanaf 1999 
  • lid en plaatsvervangend voorzitter Commissie voor de Binnengemeentelijke Decentralisatie van de gemeente Amsterdam, vanaf 2000 
  • lid en waarnemend voorzitter onderzoekscommissie besluitvorming verzelfstandiging ARBO-dienst van de GG&GD Amsterdam, vanaf 2000 
  • lid Raad van Toezicht NOS (Nederlandse Omroep Stichting), vanaf 2000 
  • voorzitter organisatie ex art. 39f Mediawet (Kerken en genootschappen op geestelijke grondslag aan welke landelijke zendtijd is toegewezen), vanaf 2000 
  • voorzitter Raad van Toezicht Woningcorporatie "Het Oosten" te Amsterdam, vanaf februari 2001 
  • voorzitter Platform Urgentiegeneeskunde, vanaf 2000 
  • voorzitter Programmaraad Sociale Cohesie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, vanaf 2001 
  • voorzitter Stichting Stimuleringsfonds Openbare Gezondheidszorg, vanaf 2001 
  • bestuursvoorzitter GIW (Garantie Instituut Woningbouw), vanaf januari 2004 (aanvankelijk als interim-voorzitter) 

vorige
  • lid algemeen bestuur juridische faculteit, Universiteit van Amsterdam, van 1971 tot 1974 
  • lid dagelijks bestuur juridische faculteit, Universiteit van Amsterdam, van 1973 tot 1974 
  • lid faculteitsraad juridische faculteit, Universiteit van Amsterdam, van 1974 tot 1977 
  • secretaris onderwijscommissie juridische faculteit, Universiteit van Amsterdam, van 1975 tot 1977 
  • lid bestuur Amsterdamse Theaterschool, van 1986 tot 1988 
  • lid bestuur Stichting Indigo, van 1985 tot september 1994 
  • lid bestuur Aids-fonds 
  • lid adviescommissie FIOM 
  • voorzitter NVVE (Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie), van maart 2000 tot maart 2006 
  • voorzitter werkgroep staatsrechtelijke verantwoordelijkheid ZBO's, 2004 

afgeleide functies, presidia etc.
  • ondervoorzitter vaste commissie voor de Politie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 8 juni 1982 tot 12 september 1982 
  • voorzitter vaste commissie voor de Nationale Ombudsman (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 18 september 1986 tot 7 december 1989 
  • plaatsvervangend lid Presidium (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 14 september 1989 tot 17 mei 1994 
  • voorzitter vaste commissie voor de Politie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 7 december 1989 tot 17 mei 1994 
  • ondervoorzitter subcommissie onderzoek besluitvorming volksgezondheid uit de vaste commissies voor Volksgezondheid en Rijksuitgaven (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1 december 1993 tot mei 1994 
  • lid Presidium (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 17 mei 1994 tot 22 augustus 1994 (zevende ondervoorzitter) 
  • voorzitter bijzondere commissie voor de JBZ-raad (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 26 oktober 1999 tot 1 augustus 2004 

opleiding

lager onderwijs
  • Europese School te Luxemburg 

voortgezet onderwijs
  • h.b.s.-b, Europese school te Brussel, van 1961 tot juli 1968 

academische studie
  • Nederlands recht, Universiteit van Amsterdam, van 1970 tot 14 december 1977 

activiteiten

als parlementariër
  • Was woordvoerder binnenlandse zaken, justitie, politie en volksgezondheid van de D66-Tweede Kamerfractie 
  • Interpelleerde op 21 april 1988 minister Van Dijk over de gevolgde procedure bij de benoeming van de burgemeester van Tilburg (oud-staatssecretaris Brokx) 
  • Verdedigde in 1993 zonder succes een initiatiefwetsvoorstel (oorspronkelijk ingediend door Elida Wessel-Tuinstra) inzake de euthanasie. De Tweede Kamer verwierp het voorstel. 
  • Diende in 1993 een initiatiefwetsvoorstel in over beperking van de verplichte medische aanstellings- en verzekeringskeuringen. Dit voorstel werd, verdedigd door Roger van Boxtel, in 1997 wet. 
  • In de Eerste Kamer hield hij zich onder meer bezig met justitie, buitenlandse zaken, volksgezondheid en Europese samenwerking 

opvallend stemgedrag
  • In 1982 stemden hij en Louise Groenman als enigen van hun fractie tegen een wijziging van de Algemene Bijstandswet inzake verhaalsrecht van gemeenten i.v.m. verleende bijstand 

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris belast met aangelegenheden betreffende 1. het beleid ten aanzien van de grote steden; 2. het beleid ten aanzien van de sociale vernieuwing; 3. het algemeen informatievoorzieningsbeleid; 4. het beleid inzake reisdocumenten; 5. de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens; 6. het integraal veiligheidsbeleid; 7. de Algemene wet bestuursrecht; 8. de Kieswet; 9. de Wet nationale ombudsman; 10. de sanering van adviesorganen; 11. de verdragen van de Raad van Europa inzake streektalen en talen van minderheden en inzake deelname van buitenlanders aan het openbare leven; 12. onderwerpen die van geval tot geval werden toegewezen. 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Ontwikkelde in 1994 een grotestedenbeleid dat gericht was op het benutten en vergroten van kansen in plaats van het bestrijden van achterstanden. Koos daarbij voor een geïntegreerde aanpak voor specifieke delen van de stad. Met de 4 grote en 24 middelgrote steden werden hierover convenanten gesloten. Er kwam geld voor projecten gericht op bestrijding van langdurige werkloosheid, leefbaarheid en bestrijding van overlast. 
  • Bracht in 1995 de Nota Veiligheidsbeleid 1995-1998 uit. Daarin worden maatregelen aangekondigd voor het terugdringen van onveiligheid veroorzaakt door jongeren, bestrijding van overlast door drugsgebruik en vergroting van de veiligheid in de leefomgeving. Behalve voor de overheid is hierbij ook een taak weggelegd voor burgers (ouders), maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. 
  • Presenteerde in 1995 de hoofdlijnen van een nieuw adviesstelsel. Daarbij werd aangesloten bij het advies van de commissie-De Jong (vraagpunten adviesorganen). Als adviesraden worden voorgesteld: de VROM-raad, de Raad voor Verkeer en Waterstaat, de Raad voor het Landelijk Gebied, de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, de Raad voor het Openbaar Bestuur, de Onderwijsraad, de Raad voor Cultuurbeleid, de Raad voor de Zorgsector, de Raad versterking technologische ontwikkeling en de Algemene Energieraad. De WRR en de SER blijven bestaan. 
  • Bracht in 1995 een notitie uit over hervorming van het kiesstelsel voor de Tweede Kamer. Kern daarvan was invoering van een tweestemmenstelsel, waarbij de helft van de leden landelijk en de andere helft in vijf districten zouden worden gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging. 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1995 een wijziging (Stb. 302) van de Algemene Wet Bestuursrecht tot stand, waardoor in die wet regels betreffende het taalgebruik in het bestuurlijk verkeer worden opgenomen. Het gebruik van de Nederlandse taal is regel. Een uitzondering kan worden gemaakt voor het Fries of wanneer gebruik van een andere taal van belang is voor goede contacten met personen die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Fries is de enige taal die krachtens de wet een andere positie heeft dan het Nederlands. 
  • Bracht in 1995 samen met minister Sorgdrager de Wet afschaffing adviesverplichting (Stb. 355) tot stand. Het vragen van advies door de rijksoverheid, zoals opgenomen in diverse wetten, vervalt. Tevens wordt er een dwingende termijn opgenomen waarbinnen advisering moet plaatsvinden. Door aanneming van een amendement-B.M. de Vries vervalt ook de verplichte advisering door de Sociaal-Economische Raad. 
  • Bracht in 1996 de Herzieningswet adviesstelsel (Stb. 377) en de Kaderwet adviescolleges (Stb. 378) tot stand. Vaste adviescolleges worden voortaan als regel bij wet ingesteld, waarbij de adviestaak wordt omschreven. Een adviescollege bestaat uit een voorzitter en ten hoogste negentien leden. Zij worden voor ten hoogste vier jaar benoemd en kunnen twee keer worden herbenoemd. Adviescolleges adviseren op schriftelijk verzoek van een minister of van één van de Kamers der Staten-Generaal, maar kunnen ook uit eigen beweging adviseren. De Kaderwet bepaalt dat jaarlijks vóór 1 april een verslag moet worden uitgebracht aan de minister en de beide Kamers. 
  • Bracht in 1997 samen met staatssecretaris Van de Vondervoort een wijziging (Stb. 132) van de Gemeentewet tot stand, waardoor de burgemeester de bevoegdheid krijgt om panden van waaruit overlast plaatsvindt (drugspanden) te sluiten. Een afzonderlijke wettelijke regeling was nodig vanwege strijdigheid van regeling via gemeentelijke verordening met de Grondwet. 
  • Bracht in 1997 twee wijzigingen (Stbb. 298 en 299) van de Kieswet tot stand. De voorkeursdrempel bij verkiezingen wordt verlaagd van 50 naar 25 procent van de kiesdeler en stembureaus blijven in plaats van tot 19.00 tot 20.00 uur open. 
  • Bracht in 1997 een wet (Stb. 527) tot stand tot aanpassing van Kieswet, Gemeentewet en Provinciewet in verband met de invoering van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) en tot aanpassing aan het geïntegreerd vreemdelingenbeleid. Actief kiesrecht voor gemeenteraden zal alleen toekomen aan vreemdelingen die op de dag van de kandidaatstelling en de vijf voorafgaande jaren aan verblijfsrechtelijke voorwaarden hebben voldaan. Illegalen worden zodoende uitgesloten van kiesrecht. 
  • Bracht in 1998 een wijziging (Stb. 356) van de Wet Nationale Ombudsman en De Wet openbaarheid van bestuur tot stand. De bevoegdheidsomschrijving van de Nationale Ombudsman wordt aangepast en dit opent de mogelijkheden van vrijwillige aansluiting door gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen bij de klachtvoorziening die de Wet Nationale Ombudsman biedt. 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd in 1999 door de gemeenteraad als eerste op de voordracht gezet voor het burgemeester van Utrecht, maar het kabinet gaf de voorkeur aan Annie Brouwer-Korf (PvdA) 

uit de privésfeer
Zijn vader was rector van een Universitair Instituut en Europees ambtenaar

woonplaats
Amsterdam

ridderorden
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, 30 oktober 1998

overige onderscheidingen en prijzen
Jan Glastra van Loon-penning, 7 oktober 2006

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
  • lid Amsterdamsch Studentencorps (tijdens studie) 
  • lid Humanistisch Verbond 
  • lid Stichting Nederlandse Bachvrienden 

hobby's
  • tennis, hockey, zeilen 
  • cello-spelen 

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
T. van Rijckevorsel en H. Enkelaar, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1988)

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
ongehuwd samenwonend (leefgemeenschap)

vader
Drs. M. Kohnstamm, Max

moeder
K. Sillem, Kathleen

beroep grootvader (vaderskant)
hoogleraar pedagogiek te Amsterdam en Utrecht

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.