Drs. W.J. (Wim) Deetman

foto Drs. W.J. (Wim) Deetmanvergrootglas Vooraanstaande in Den Haag geboren politicus van CHU-huize. Begon zijn loopbaan bij een protestants-christelijke onderwijsorganisatie. Werd al na vier jaar de CDA-onderwijswoordvoerder in de Tweede Kamer te zijn geweest staatssecretaris van voortgezet onderwijs. Minister van Onderwijs en Wetenschappen in de kabinetten-Lubbers. Had daar de lastige taak omvangrijke bezuinigingen door te voeren en kwam zwaar onder vuur te liggen van studenten en leerkrachten. Bracht de Wet op de studiefinanciering tot stand, waarvan de uitvoering aanvankelijk veel problemen kende. Werd na dit ministerschap 'beloond' met het voorzitterschap van de Tweede Kamer. Van 1996 tot 2008 burgemeester van Den Haag. Was daarna staatsraad. Krachtige, pragmatische bestuurder en taai onderhandelaar, die uitstekend zijn stad wist te promoten.

CDA
in de periode 1978-2015: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, staatssecretaris, minister, lid Raad van State, burgemeester van 's-Gravenhage

voornamen (roepnaam)

Willem Joost (Wim)

personalia

geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 3 april 1945

levensbeschouwing
Protestants

partij/stroming

partij(en)
  • CHU (Christelijk-Historische Unie), van 1963 tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • medewerker VBPCO (Vereniging Besturenraad Protestants-Christelijk Onderwijs in Nederland), van 1968 tot 1972
  • directeur afdeling v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-opleidingsonderwijs, VBPCO, van 1972 tot 1 februari 1978
  • lid gemeenteraad van Gouda, van 3 september 1974 tot juni 1981
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 januari 1978 tot 11 september 1981
  • staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen (belast met voortgezet onderwijs), van 11 september 1981 tot 29 mei 1982
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1982 tot 4 november 1982
  • minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 29 mei 1982 tot 14 september 1989
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 14 juli 1986
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 1 december 1996
  • voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 1 december 1996
  • burgemeester van 's-Gravenhage, van 1 december 1996 tot 1 januari 2008
  • lid Raad van State, van 1 januari 2008 tot 1 mei 2015

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris belast met aangelegenheden op het terrein van 1. het directoraat-generaal voor het Voortgezet Onderwijs; 2. de directie Scholing i.o.; 3. het Plan van Scholen ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs; 4. het bouwbeleid van het ministerie; 5. automatisering; met dien verstande dat niet tot zijn taak werden gerekend: a. de coördinatie van het beleid met betrekking tot achterstandsgroepen, b. de coördinatie van het beleid met betrekking tot de volwasseneneducatie, c. de eerste verantwoordelijkheid voor het beleid met betrekking tot het geïntegeerd voortgezet onderwijs.

activiteiten

als parlementariër
  • Was in de periode 1978-1981 onderwijswoordvoerder van de CDA-Tweede Kamerfractie. Hield zich ook bezig met milieubeleid en wetenschapsbeleid. Was voorts in 1980 woordvoerder bij de behandeling van de wetsvoorstellen inzake abortus.
  • Tijdens zijn voorzitterschap werd (28 april 1992) de nieuwbouw van de Tweede Kamer in gebruik genomen en kwam een wijziging van het Reglement van Orde tot stand, waarbij nieuwe vormen van overleg werden ingevoerd (wetgevingsoverleg, algemeen overleg en nota-overleg); de procedure voor schriftelijke voorbereiding van de behandeling van wetsvoorstellen werd bekort.

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in juli 1982 de Nota Herziening van de Onderwijssalarisstructuur (HOS-nota) uit. Herziening van het systeem wordt nodig geacht vanwege de (vermoedelijk) te hoge bezoldiging in vergelijking met andere groepen (semi)overheidspersoneel, vanwege de noodzaak tot bezuinigingen en het gegeven dat de begroting van O&W voor 83 procent uit personele kosten bestaat. Uitgangspunten voor het nieuwe systeem zijn eenvoud, samenhang, inzichtelijkheid, beheersbaarheid, uitvoerbaarheid en de mogelijkheid tot flexibele aansluiting bij de organieke onderwijskundige doelstellingen. Er wordt zoveel mogelijk aansluiting gezicht bij het bezoldigingssysteem dat geldt voor het overheidspersoneel. In het nieuwe/gesaneerde onderwijssalarissysteem moeten de kosten per arbeidsplaats niet onnodig hoog zijn; de kosten per arbeidsplaats worden verlaagd. Koppelingen met bepaalde ambtelijke functies vormen geen uitgangspunt meer. De verworven rechten van zittend personeel worden bij de invoering van een nieuw systeem niet als onaantastbaar beschouwd. (17.497)
  • Bracht in oktober 1982 de Nota taakverdeling en concentratie hoger onderwijs uit. Daarin werd voor de periode 1983-1987 een bezuiniging van f 258 miljoen aangekondigd. Instellingen van hoger onderwijs kregen de opdracht een plan op te stellen over welke studierichtingen bij welke instellingen moesten worden opgeheven. Hiertoe riepen zij de Taakverdelingscommissie in het leven. (17.649)
  • Bezuinigde als minister in de kabinetten-Lubbers I en II sterk op de uitgaven voor Onderwijs en Wetenschappen (in 1983 bijvoorbeeld bijna f 1,2 miljard). Voerde per 1 januari 1983 een extra korting van 1,85% op de onderwijssalarissen door en verhoogde de leerlingenschalen. (17.678)
  • Vroeg in 1983 de WRR advies uit te brengen over inhoud, duur en structuur van de basisvorming in het voortgezet onderwijs
  • Bracht in 1983 de Nota volwasseneneducatie uit. Volwasseneneducatie moet vooral gericht zijn mensen uit een andere cultuur, mensen met een educatieve achterstand en vrouwen. Vooral taal- en rekenvaardigheid moet daarbij aandacht krijgen, en daarnaast sociale vaardigheden (samenwerken, plannen, (be)oordelen en initiatief nemen). Ingegaan wordt onder meer op educatief verlof en scholing met behoud van uitkering. (18.042)
  • Bracht in 1983 de Nota Schaalvergroting, taakverdeling en concentratie in het hoger beroepsonderwijs uit. Naast bezuinigingen wordt een grotere vrijheid voor instellingen om gelden te besteden aangekondigd. Er komt ruimte voor experimenten en voor tweede-fase-opleidingen. Door de HBO-raad zal een proces van fusies worden voorbereid. (18.049)
  • Bracht in 1984 de Nota 'Hoofdlijnen van een nieuw stelsel van studiefinanciering' uit (18.441)
  • Bracht in 1984 de beleidsbrief Universitaire lerarenopleiding uit (18.712)
  • Verlaagde in 1985 de aanvangssalarissen van leraren
  • Bracht in 1987 de Nota Hoger onderwijs, autonomie en kwaliteit (HOAK-nota) uit, waarin onder meer een gelimiteerd inschrijvingsrecht van in totaal zes jaar voor het gehele hoger onderwijs wordt aangekondigd (19.253)
  • Diende in 1987 samen met staatssecretaris Ginjaar-Maas een wetsvoorstel over invoering van de basisvorming in het voortgezet onderwijs en over vaststelling van eindtermen in het basisonderwijs in. De wet werd in 1992 door staatssecretaris Wallage in het Staatsblad gebracht. (20.381)
  • Schafte in februari 1988 de aanvullende studiebeurs af en verhoogde het collegegeld
  • Trachtte in 1989 tevergeefs een OV-jaarkaart voor studenten in te voeren

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1981 als staatssecretaris de Wet basisbepalingen omtrent de medezeggenschap in het kleuter-, lager- en voortgezet onderwijs (Stb. 778) tot stand. Op grond van die wet moeten scholen een medezeggenschapsraad instellen, waarin ouders, personeel en leerlingen vertegenwoordigd zijn, en een medezeggenschapsreglement opstellen. Dat reglement moet iedere vijf jaar worden herzien om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. Scholen krijgen grote vrijheid bij de wijze waarop ze de medezeggenschap vormgeven, bijv. ten aanzien van het aantal te benoemen buitenleden. Het wetsvoorstel was in 1981 ingediend door minister Pais. (16.606)
  • Bracht in 1982 een wet waardoor het onderscheid tussen gymnasium alfa en beta en tussen atheneum alfa en beta kwam te vervallen in het Staatsblad (Stb. 196). Leerlingen krijgen hierdoor meer vrijheid bij het samenstellen van hun vakkenpakket. Het wetsvoorstel was ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris De Jong. (16.535)
  • Bracht in 1982 de Wet invoering van het middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs (MDGO) (Stb. 579) tot stand. De wet geeft het middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs en het middelbaar sociaal-pedagogisch onderwijs een bredere onderwijsdoelstelling en brengt deze onder in een nieuwe onderwijsvorm. (16.719)
  • Bracht in 1982 een wijziging (Stb. 589) van de Wet op het voortgezet onderwijs tot stand, houdende regeling en invoering van de opleidingsscholen voor leraren basisonderwijs. Vanwege de invoering van het basisonderwijs per 1 augustus 1985 komt er een afzonderlijke lerarenopleiding (PABO), die de opleiding voor kleuterleidsters en de pedagogische academie vervangt. Het wetsvoorstel was in 1981 ingediend door minister Pais. (16.795)
  • Bracht in 1983 een wijziging (Stb. van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs en van de Collegewet hoger beroepsonderwijs tot stand, waardoor het collegegeld vanaf 1983/1984 verhoogd en het tevens mogelijk werd het collegegeld jaarlijks bij AMvB aan te passen aan de ontwikkeling van lonen en prijzen. (17.791)
  • Bracht in 1984 de Wet op de Open Universiteit (Stb. 573) tot stand, die het onderwijs aan deze instelling regelt. Via de Open Universiteit ontstaat voor iedereen boven de 18 jaar (zonder dat een specifieke vooropleiding vereist is) de mogelijkheid om een universitaire (deel)studie te volgen. De wet regelt de onderwijskundige vormgeving, het organisatorische kader en de financiering, medezeggenschap en toezicht, en titulatuur. (18.227)
  • Bracht in 1984 een wet (Stb. 692) tot invoering van een arbeidsmarktcriterium in de Machtigingswet inschrijving studenten tot stand. (18.163, 18.163)
  • Bracht in 1985 de Wet op het hoger-beroepsonderwijs (Stb. 80) tot stand, die gefaseerd een wettelijk stelsel in het leven roept voor het hogerberoepsonderwijs en de Open Universiteit. De wet treedt via een in 1986 tot stand gekomen aparte wet inwerking. Het wetsvoorstel was in 1981 ingediend door minister Pais. (16.803)
  • Bracht in 1985 een wet (Stb. 408) tot stand tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, houdende een herziene regeling met betrekking tot het gradenstelsel en in verband daarmee ook wijziging van de Overgangswet WVO. In het voortgezet onderwijs wordt een tweegradenstelsel ingevoerd ter vervanging van het driegradenstelsel. Conrector en adjunct-redacteur worden zelfstandige functies. Verder wordt een nieuw salarissysteem ingevoerd. (18.525)
  • Bracht in 1985 samen met minister Braks de Wet op het wetenschappelijk onderwijs (WWO) 1985 (Stb. 562) tot stand. Hiermee werd de bestaande wet herzien en onder andere de bepalingen overgenomen uit de Wet universitaire bestuurshervorming. Er kwam een inspectie voor het wetenschappelijk onderwijs. Verder kwam de WWO te vallen onder het regime van de Wet AROB, waardoor in beginsel tegen alle beschikkingen beroep kon worden ingesteld. Het onderscheid tussen universiteiten en hogescholen kwam te vervallen en de functie van lector werd afgeschaft. Het wetsvoorstel was in 1981 ingediend door minister Pais. (16.802)
  • Bracht in 1985 de TNO-wet (Stb. 762) tot stand. Deze moderniseert de bestuursstructuur van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO uit 1930. Er komt een raad van bestuur, een raad van toezicht en een raad voor het defensie-onderzoek. (18.393)
  • Bracht in 1986 de Wet horizontale doorstroming HBO-WO (Stb. 232) tot stand. Deze wet regelde dat in het studiejaar 1985/86 (vooruitlopend op de Wet HBO) het goed doorlopen van de propedeuse-fase in het HBO toegang gaf tot het propedeuse examen in het WO. (19.050)
  • Bracht in 1986 de Lesgeldwet voor boven 17-jarigen (Stb. 250) tot stand, waarbij lesgeld werd ingevoerd voor 17-jarigen in het voortgezet onderwijs. De wet werd in 1987 vervangen door een nieuwe Les- en cursusgeldwet. (19.123)
  • Bracht in 1986 de Wet op de studiefinanciering (Stb. 252) tot stand. Deze regelt de studiefinanciering voor studerenden die volledig onderwijs volgen. Er komt voor studerenden tussen de 18 en 30 jaar een basisbeurs die verschillend is voor thuiswonenden en voor uitwonenden. Daarnaast kan een aanvullende beurs in de vorm van een rentedragende lening worden verleend, die verschilt per onderwijsvorm. De bijdragen van ouders worden in mindering gebracht op de aanvullende financiering. Inkomen van een studerende of van diens partner wordt gedeeltelijk in mindering gebracht. De rentedragende lening moet worden terugbetaald, waarbij een aanloop- en een aflosfase worden onderscheiden. (19.125)
  • Bracht in 1986 samen met staatssecretaris Van Leijenhorst een wet (Stb. 257) tot stand tot wijzigingen in het bekostigingsstelsel voor het basisonderwijs. Hiermee worden de voorstellen van werkgroep-Londo doorgevoerd. Er wordt niet meer uitgegaan van de werkelijke uitgaven van scholen in voorgaande jaren, maar van noodzakelijke kosten (de normatieve onderwijskosten). Het financiële beheer van scholen moet daardoor worden verbeterd en de kosten voor het basisonderwijs beter beheersbaar worden. Het Londo-stelsel wordt met terugwerkende kracht per 1 augustus 1985 ingevoerd. (19.054)
  • Bracht in 1986 de Wet op de Onderwijsverzorging (Stb. 635) tot stand, die schoolbegeleidingsdiensten, landelijke pedagogische centra, het Centraal Instituut Toetsontwikkeling (CITO) en de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) een uniforme wettelijke basis geeft (18.770)
  • Bracht in 1987 de Les- en cursusgeldwet (Stb. 343) tot stand. Deze wet breidt de plicht tot betaling van les- of cursusgeld in het voortgezet, speciaal onderwijs en speciaal voortgezet onderwijs uit tot de groep 16- tot 18 jarigen, vervangt de Lesgeldwet voor boven 17-jarigen, en trekt de School- en cursusgeldwet 1972 in. (19.879)
  • Bracht in 1987 een wet (Stb. 355) inzake maatregelen betreffende groei en krimp van de universiteiten en academische ziekenhuizen in de periode 1987-1991 tot stand (19.876)
  • Bracht in 1987 de Wet de op Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (Stb. 369) tot stand. Er komt een nieuwe wettelijke basis voor het Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek. Uitgangspunt van de wet is het scheppen van goede voorwaarden voor toekomstige ontwikkeling van het wetenschappelijk onderzoek, waardoor slagvaardig kan worden ingespeeld op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Het werkterrein van de organisatie (NWO) wordt uitgebreid tot toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek. Het topbestuur van de NWO wordt verder geprofessionaliseerd. (19.031)
  • Bracht in 1988 de Harmonisatiewet collegegelden en inschrijvingsduur (Stb. 334) tot stand, waardoor de maximale inschrijvingsduur voor zowel het wetenschappelijk onderwijs en hogerberoepsonderwijs zes jaar wordt en ook in het hbo collegegeld wordt ingevoerd. Door verhoging van de eigen bijdragen van studenten en beperking van het beroep dat op studiefinanciering wordt gedaan, moet het beslag op de rijksmiddelen voor het hoger onderwijs worden beperkt. Na zes jaar blijft er een recht op inschrijving, maar dan met een hogere eigenbijdrage. (20.469)

wetenswaardigheden

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
"Onze Deet" (koosnaam als burgemeester)

woonplaats
's-Gravenhage

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.