Drs. J.F. (Hans) Hoogervorst MA

foto Drs. J.F. (Hans) Hoogervorst MAvergrootglas Behendig, zelf- en doelbewust VVD-politicus, die al na vier jaar Tweede Kamerlidmaatschap tot het kabinet toetrad. Was medewerker en tekstschrijver van Frits Bolkestein en werd als Kamerlid financieel woordvoerder. Als staatssecretaris van Sociale Zaken in het kabinet-Kok II bracht hij onder meer de Wet poortwachter tot stand, die snelle reïntegratie van zieke en arbeidsongeschikte werknemers moest bevorderen. Minister van Financiën in het kabinet-Balkenende I. Als minister van Volksgezondheid in het kabinet-Balkenende II voerde hij een nieuw zorgstelsel in, waardoor het ziekenfonds verdween en er meer marktwerking kwam. Debater die soms licht geraakt was en fel reageerde, maar die ook goed kon incasseren. Was in 2007-2011 bestuursvoorzitter van de AFM en is nu voorzitter van de International Accounting Standards Board te Londen.

VVD
in de periode 1994-2007: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister

voornamen (roepnaam)

Johannes Franciscus (Hans)

personalia

geboorteplaats en -datum
Haarlem, 19 april 1956

partij/stroming

partij(en)
  • PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 1978 (nog in 1982)
  • VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 1986

partij waarop werd gestemd
stemde in het verleden PvdA

hoofdfuncties en beroepen

  • medewerker National Bank of Washington te Washington D.C., van 1983 tot 1986
  • beleidsmedewerker ministerie van Financiën, van 1986 tot 1987
  • beleidsmedewerker voor financieel-economisch beleid, VVD-fractie Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1988 tot 1994
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 mei 1994 tot 3 augustus 1998
  • staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (belast met sociale zekerheid en arbeidsomstandigheden), van 3 augustus 1998 tot 22 juli 2002
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 mei 2002 tot 22 juli 2002
  • minister van Financiën, van 22 juli 2002 tot 27 mei 2003
  • minister van Economische Zaken, van 16 oktober 2002 tot 27 mei 2003
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 januari 2003 tot 27 mei 2003
  • minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 27 mei 2003 tot 22 februari 2007
  • voorzitter bestuur AFM (Autoriteit Financiële Markten), van 15 september 2007 tot 1 april 2011
  • voorzitter IASB (International Accounting Standards Board) te Londen, vanaf 1 juli 2011

activiteiten

als parlementariër
  • Was financieel woordvoerder van de VVD-Tweede Kamerfractie

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 2002 namens het kabinet een standpunt uit over een SER-advies over herziening van de WAO. Doel daarbij is vermindering van de instroom in de WAO door preventie en begeleiding en het scheppen van betere voorwaarden voor reïntegratie.
  • Bracht in 2003 een notitie uit over de introductie per 1 januari 2005 van DBC's (Diagnose Behandeling Combinaties). Dat is een nieuw bekostigingssystematiek in ziekenhuizen, waarbij een relatie wordt gelegd tussen het door het ziekenhuis en de medisch specialist geleverde prestaties en de kosten. De prestaties worden vastgelegd in 'zorgproducten'. Het systeem vervangt de budgetbekostiging van ziekenhuizen. Het moet zorgen voor transparantie van de bedrijfsvoering van ziekenhuizen. De zorgvraag wordt gekoppeld aan prestaties (begeleiding, diagnostiek en behandeling); kosten van ziekenhuis en werklast van specialist worden aan de zorgproducten toeberekend. (29.248, 29.248)
  • Stelde in maart 2003 als minister van Financiën een commissie in die een gedragscode moest opstellen voor beursgenoteerde bedrijven. Deze commissie stond onder leiding van oud-Shell-topman Tabaksblatt en publiceerde in december 2003 een gedragscode.
  • Kondigde in september 2003 als minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport samen met staatssecretaris Ross-Van Dorp bezuinigingen aan op subidies voor organisaties, oplopend van 59 miljoen euro in 2004 tot 127 miljoen euro in 2007.
  • Bracht in 2005 een beleidsbrief uit over alcoholgebruik onder jongeren. De ontwikkeling daarvan wordt zorgwekkend genoemd, zowel wat jonge beginleeftijd als genuttigde hoeveelheden betreft. Aangestuurd wordt op aanscherping van naleving van leeftijdsgrenzen, intensievere controle en maatregelen tegen ondernemingen die bepalingen herhaaldelijk overtreden. Daarnaast wordt voorlichting aan jongeren en ouders uitgebreid en worden reclameregels aangescherpt. (27.565)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1999 als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Wet beperking export uitkeringen (Stb. 250) tot stand, die export van uitkeringen op grond van socialeverzekeringswetten aan criteria bindt. Hiermee moet fraude met sociale zekerheid in het buitenland worden tegengegaan. (25.757)
  • Bracht in 1999 de Arbeidsomstandighedenwet 1998 (Stb. 184) tot stand, die een strenger Arbo-regime invoert dan in de Arbo-wet 1981. Er komen doelvoorschriften en vaste verplichte onderdelen zoals risico-inventarisatie. De Arbo-diensten krijgen meer bevoegdheden en er komt een regeling voor het opleggen van een bestuurlijke boete. Het wetsvoorstel was in 1998 ingediend door staatssecretaris De Grave. (25.879)
  • Bracht in 1999 samen met staatssecretaris Vermeend de Wet fiscale behandeling pensioenen (Stb. 211) tot stand. Diverse belasting- en sociale verzekeringswetten worden gewijzigd om fiscale maatregelen voor de flexibilisering en individualisering van pensioenregelingen in te voeren. Enkele maatregelen zijn: de mogelijkheid om pensioen op te bouwen wordt ook fiscaal niet langer afhankelijk gesteld van een verplichte werkgeversbijdrage. Werknemers kunnen voortaan zelf keuzes maken uit verschillende modules voor aanvullende pensioenopbouw; werkgevers en werknemers kunnen hierover samen afspraken maken in het arbeidsvoorwaardenoverleg. Behalve voor de voldoening van lijfrentepremies kan het spaarloon voortaan ook gebruikt worden voor de voldoening van de premie van de aanvullende pensioenopbouw. Uitgangspunt is een pensioen tot 70 procent van het eindloon, opgebouwd in 35 dienstjaren en de maximale opbouw is daarom 2 procent per jaar; bij opbouw op basis van middelloon is dit maximaal 2,25 procent. (26.060)
  • Bracht in 1999 de Wet socialeverzekeringsrechten gedetineerden (Stb. 595) tot stand. De uitkeringsgerechtigdheid op grond van een aantal socialezekerheidswetten vervalt bij wettelijke vrijheidsberoving, aangezien voor gedetineerden reeds door de Staat wordt voorzien in de kosten van levensonderhoud. (26.063)
  • Bracht in 2000 de Wet beslistermijn sociale zekerheid (Stb. 627) tot stand. De termijn waarbinnen een uitvoeringsorgaan een beschikking moet geven wordt verkort van dertien naar in principe maximaal acht weken. (27.248)
  • Bracht in 2000 de Wet verplichte deelneming in een bedrijftakpensioenfonds 2000 (Stb. 628) tot stand. Hiermee wordt de afbakening tussen pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen vormgegeven en wordt de wetgeving aangepast aan de gemoderniseerde pensioenwetgeving. (27.073)
  • Bracht in 2001 samen met minister Vermeend de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Stb. 624) tot stand. Er komen twee landelijke organisaties voor de sociale zekerheid en arbeidsvoorziening, te weten het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en de Organisatie Centra Werk en Inkomen (CWI). Daardoor komt er één loket voor mensen die op zoek zijn naar werk en voor het aanvragen van een uitkering. (27.588)
  • Bracht in 2001 de Wet verbetering poortwachter (Stb. 628) tot stand. Hierdoor moeten betere voorwaarden worden geschapen voor reïntegratie van (deels) arbeidsongeschikte werknemers. De wet bevat talrijke concrete maatregelen. Ziekmelding wordt vervroegd naar zes weken, de werknemer wordt geïnformeerd via de Arbodienst, administratieve rompslomp wordt verminderd, er komt een reïntegratieverslag, de werknemer moet zelf de WAO-uitkeringen aanvragen, het moment van WAO-beoordeling wordt geflexibiliseerd en die beoordeling kan desgewenst worden uitgesteld en er komen sancties als onvoldoende wordt meegewerkt aan reïntegratie. (27.678)
  • Bracht in 2001 een wijziging (Stb. 695) van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen tot stand over de zelfstandigheidsverklaring. Door invoering van een zelfstandigenverklaring krijgen zelfstandigen zonder personeel (ZZP'ers) en hun opdrachtgevers meer rechtszekerheid over de verzekeringsplicht van hun arbeidsrelatie. Aan deze zekerheid is steeds grotere behoefte ontstaan door de toegenomen diversiteit aan arbeidsrelaties en vormen van zelfstandig ondernemerschap. (27.686)
  • Bracht in 2003 als minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een wijziging van de Tabakswet in het Staatsblad (Stb. 89), waardoor de productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten aan strengere regels wordt gebonden. Tabaksfabrikanten en -importeurs krijgen een informatieverplichting ten opzichte van de overheid. (28.401)
  • Bracht in 2004 een wijziging (Stb. 725) van de Ziekenfondswet tot stand waardoor verzekerden van 18 jaar en ouder na afloop van een kalenderjaar een no-claimteruggaaf ontvangen wanneer zij in dat jaar geen of weinig gebruik hebben gemaakt van zorg waarop op grond van de wet aanspraak bestaat. Kosten voor huisarts, kraamzorg, verloskundige hulp en zorg voor kinderen onder 18 jaar tellen niet mee. Doel van de regeling is de verzekerden aan te zetten tot een meer afgewogen gebruik van medische voorzieningen. (29.483)
  • Bracht in 2005 de zgn. WTG ExPres (Wijziging Wet tarieven gezondheidszorg in verband met experimenten en prestatiebekostiging) (Stb. 24) tot stand. Door de wet moet de overgang van aanbodsturing naar vraagsturing worden bevorderd, waardoor in de zorg de behoeften van patiënten en cliënten centraler komen staan. Onnodige bureaucratie en administratieve lasten moeten worden verminderd en fraude moet beter worden voorkomen. (29.379)
  • Bracht in 2005 de Wet herziening overeenkomstenstelsel zorg (Stb. 27) tot stand. De herziening past in de overgang van een centraal aanbodgericht bekostigingssysteem naar een decentraal vraaggericht stelsel. Hiermee wordt beoogd dat direct betrokken partijen beter gebruik maken van de mogelijkheden die zorgovereenkomsten bieden. De regierol van verzekeraars wordt versterkt en de speelruimte voor onderhandelaars wordt groter. (28.994)
  • Bracht in 2005 de Zorgverzekeringswet (Stb. 358) tot stand. Deze voert per 1 januari 2006 één ziektekostenverzekering (basisverzekering) in voor alle ingezetenen, ongeacht leeftijd, gezondheidstoestand of inkomen. Iedereen moet zo vrij toegang krijgen tot de noodzakelijke zorg. Burgers kunnen zich bijverzekeren, waardoor een grotere keuzevrijheid bestaat bij het bepalen van het zorgpakket. Meer marktwerking tussen verzekeraars moet tot kostenbeheersing en kwaliteitsvergroting leiden. Via de Wet op de zorgtoeslag (Stb. 369) wordt een inkomensafhankelijke tegemoetkoming ingevoerd om te voorkomen dat burgers een te groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan ziektekostenpremies. (29.763, 29.762)
  • Bracht in 2005 de Wet toelating zorginstellingen (Stb. 571) tot stand. Hiermee moet de marktwerking in de zorg worden vergroot. Er worden door de centrale overheid alleen nog randvoorwaarden gesteld bij de toelating van zorginstellingen, waardoor die beter kunnen inspelen op de vraag in de markt. De wet vervangt de Wet ziekenhuisvoorzieningen en Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening. (27.659)
  • Bracht in 2006 de Wet marktordening gezondheidszorg (Stb. 415) tot stand. De wet regelt de oprichting van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) waarin het College tarieven gezondheidszorg (CTG) en het College van toezicht op de zorgverzekeringen (CTZ) opgaan. De Wet tarieven gezondheidszorg wordt ingetrokken. (30.186)
  • Bracht in 2006 samen met minister Hirsch Ballin een wijziging (Stb. 680) van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, waardoor zelfbinding wordt geïntroduceerd in die wet. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid tot opname, verblijf en behandeling van psychiatrische patiënten zonder bereidheid daartoe, indien zij zich daartoe eerder, in een wilsbekwame periode, wel bereid hebben verklaard. Het wetsvoorstel was in 2002 ingediend door de ministers Borst en Korthals en in 2005 medeverdedigd door minister Donner. (28.283)
  • Bracht in 2007 een nieuwe Geneesmiddelenwet (Stb. 93) tot stand, die de verouderde wet uit 1963 vervangt. De wet wordt primair van toepassing op het product geneesmiddel en de vervaardiging en distributie daarvan en bevat geen bepalingen inzake de beroepsuitoefening van de apotheker. De overzichtelijkheid van de regelgeving met betrekking tot de geneesmiddelenvoorziening is verbeterd door een groot aantal bepalingen die nu geregeld zijn via algemene maatregelen van bestuur, in de wet op te nemen. Er komt een balans tussen het waarborgen van de kwaliteit, veiligheid en beschikbaarheid van geneesmiddelen en het zo min mogelijk belemmeren van de marktwerking. (29.359)

wetenswaardigheden

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • "de kleine Napoleon"
  • "het kleine keffertje van de VVD"

uitgebreide versie

uitgebreide versie
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding, wetenswaardigheden etc. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft. reageer

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.