Mr.Dr. J. (Jan) Donner

foto Mr.Dr. J. (Jan) Donnervergrootglas Eminent antirevolutionair jurist, die minister van Justitie en president van de Hoge Raad was. Al jong topambtenaar en minister ('het kind van staat'). Stond goed aangeschreven bij de Kamerleden. Bracht onder meer de Ambtenarenwet tot stand. Werd na zijn aftreden als minister in 1933 raadsheer in de Hoge Raad. Tijdens de oorlog betrokken bij het kerkelijk verzet en enige tijd geïnterneerd. Nam ontslag als raadsheer, zonder overigens afstand te nemen van het beleid van de Hoge Raad tijdens de bezetting. Werd desondanks vanwege zijn houding in de oorlog in 1946 benoemd tot president van ons hoogste rechtscollege. Was tevens lange tijd voorzitter van de Kiesraad. Werd in 1971 minister van staat.

ARP
in de periode 1926-1933: minister, minister van staat

voornaam (roepnaam)

Jan (Jan)

personalia

geboorteplaats en -datum
Assen, 3 februari 1891

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 2 februari 1981

levensbeschouwing
Gereformeerd

partij/stroming

partij(en)
ARP (Anti-Revolutionaire Partij)

hoofdfuncties en beroepen

  • commies-redacteur ter secretarie, gemeente Deventer, van 1916 tot 1917
  • hoofdcommies ter secretarie, gemeente Rotterdam, van 1917 tot 1 januari 1922
  • directeur Centraal Bureau voor Voorbereiding van Ambtenarenzaken te 's-Gravenhage, van 1920 tot 1 januari 1922
  • raadadviseur straf- en administratief recht, ministerie van Justitie, van 1 januari 1922 tot 8 maart 1926
  • tijdelijk ambtenaar ministerie van Financiën, in verband met voorbereiding wetgeving inzake bezuiniging op pensioenen, van 1925 tot 1926
  • minister van Justitie, van 8 maart 1926 tot 26 mei 1933
  • raadsheer Hoge Raad der Nederlanden, van 5 september 1933 tot 13 maart 1944 (benoemd bij K.B. van 31 juli 1933, ontslag op eigen verzoek op 4 februari 1944)
  • raadsheer Hoge Raad der Nederlanden, van 5 mei 1945 tot 1 februari 1947
  • president Hoge Raad der Nederlanden, van 1 februari 1947 tot 1 maart 1961 (benoemd bij K.B. van 8 november 1946, beëdigd 31 januari 1947)

ambtstitel
  • minister van staat, van 16 december 1971 tot 2 februari 1981

gevangenschap/internering
  • geïnterneerd strafgevangenis te Scheveningen, van 20 maart 1941 tot 22 maart 1941
  • geïnterneerd strafgevangenis te Scheveningen, van 2 april 1941 tot 27 mei 1941
  • geïnterneerd politiek doorgangskamp te Schoorl (N.H.), van 30 juni 1941 tot 21 augustus 1941
  • geïnterneerd gijzelaarskamp te Buchenwald, van 22 augustus 1941 tot 15 november 1941
  • geïnterneerd gijzelaarskamp te Haaren, van 16 november 1941 tot 11 mei 1942
  • geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint-Michielsgestel, van 11 mei 1942 tot 20 april 1943

partijpolitieke functies

  • lid illegale seniorenconvent ARP, vanaf 1943
  • erelid ARP, van 28 oktober 1961 tot 11 oktober 1980

nevenfuncties

  • lid hoofdbestuur en hoofdredacteur studentenblad "Eltheto"
  • diaken Gereformeerde Kerk te Rotterdam, tot 1922
  • lid commissie tot regeling toekenning wachtgeld aan burgerlijke ambtenaren, vanaf oktober 1922
  • lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 1 juni 1933 tot 1945
  • voorzitter Rijksbeurzencommissie, vanaf 15 december 1933
  • voorzitter Commissie van Toezicht op de hypotheekbanken, vanaf maart 1935
  • lid Staatscommissie voor onderzoek van het probleem van de revolutionaire volksvertegenwoordigers, van 12 februari 1934 tot 16 juni 1934
  • voorzitter Staatscommissie onderzoek nadere wettelijke voorzieningen m.b.t. de houding van de overheid tegenover vreemdelingen, van januari 1936 tot 1937
  • voorzitter Crisispachtwet-commissie, vanaf 1936
  • voorzitter Commissie van beroep inzake wachtgelden, vanaf 1936
  • lid bestuur Nederlandsche Middernachtzendingvereeniging
  • lid algemeen bestuur Christelijke Vereeniging voor geestes- en zenuwzieken
  • lid (later voorzitter) Pensioenraad
  • voorzitter Stichtingen en verenigingen van barmhartigheid op gereformeerde grondslag
  • voorzitter Calvinistische Juristenvereeniging
  • voorzitter Vereniging tot bevordering van de geestelijke volksgezondheid op gereformeerde grondslag
  • lid Commissie Ontwikkeling en Ontspanning (voor gemobiliseerde militairen)
  • lid Raad van Commissarissen OLVEH (Onderlinge Levensverzekeringsmaatschappij 'Eigen Hulp') te 's-Gravenhage, van 1937 tot 1948
  • plaatsvervangend voorzitter Raad voor de Luchtvaart, omstreeks 1937 en nog in 1938
  • voorzitter Commissie tot Centralisatie inzake Afstand van Kinderen van de F.I.O.M. (Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder en haar Kind), van 1940 tot 1965
  • lid Nationaal Comité ter ondersteuning van de Nederlandse Unie, van 1940 tot 13 juli 1940
  • vertegenwoordiger Gereformeerde Kerken in het Convent der Kerken, van oktober 1940 tot januari 1941
  • voorzitter Interkerkelijk Overleg
  • voorzitter Convent der Kerken
  • voorzitter Vaderlandsch Comité, van 1943 tot januari 1944
  • lid Vaderlandsch Comité, van april 1944 tot mei 1945 (na de arrestatie van V.H. Rutgers)
  • lid Nationale Advies Commissie (adviescollege voor de samenstelling van de Voorlopige Staten-Generaal), van 20 juli 1945 tot 16 november 1945
  • voorzitter College van Curatoren Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1945 tot 1966
  • voorzitter Centrale Raad voor de zuivering van het bedrijfsleven, van november 1945 tot 1949
  • lid Centraal Stembureau (vanaf 1950 Kiesraad), van 1 januari 1946 tot april 1963
  • voorzitter FIOM (Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder en haar Kind), van 1946 tot 1963
  • voorzitter Raad van Commissarissen OLVEH (Onderlinge Levensverzekeringsmaatschappij "Eigen Hulp") te 's-Gravenhage, van 1948 tot 1975
  • lid Raad van Commissarissen verzekeringsmaatschappij "De Nederlanden van 1845", van 1949 tot 1962
  • voorzitter Hof van Arbitrage van de Nederlands-Indonesische Unie, vanaf 19 mei 1950
  • voorzitter commissie van bijstand voor personeelszaken van de buitenlandse dienst, omstreeks 1952
  • voorzitter commissie van advies coördinatie culturele betrekkingen Nederland-Zuid-Afrika (in de jaren '50 en '60)
  • vicevoorzitter (later voorzitter) Staatscommissie inzake het kiesstelsel, van 23 januari 1953 tot 8 juni 1958
  • voorzitter onderzoekscommissie in de zaak-Schokking, 1956
  • president Raad van Commissaris verzekeringsmaatschappij "Nationale-Nederlanden", van 1962 tot 1966
  • plaatsvervangend voorzitter Kiesraad, van 3 april 1963 tot januari 1966
  • voorzitter commissie van advies taakverdeling tussen departementen, vanaf 2 april 1964
  • voorzitter Kiesraad, van januari 1966 tot januari 1976
  • lid bestuur Stichting tot bevordering van de Christelijke Pers

afgeleide functies, presidia etc.
  • lid strafkamer (Hoge Raad der Nederlanden), van 1933 tot 1944
  • lid belastingkamer (Hoge Raad der Nederlanden), van 1933 tot 1944
  • lid burgerlijke kamer (Hoge Raad der Nederlanden), van 1946 tot februari 1961

opleiding

voortgezet onderwijs
  • Openbaar Gymansium te Amersfoort, van 1902 tot 1903
  • Gereformeerd Gymnasium te Kampen, van 1903 tot 1908

academische studie
  • rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Utrecht, van 1907 tot 16 oktober 1912
  • staatswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Leiden, 1 juli 1919

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Onthield in 1927 de Neo-Malthusiaanse Bond goedkeuring van de statuten
  • Voerde in 1928 de door Heemskerk tot stand gebrachte Psychopatenwetten in
  • Bracht een nieuwe regeling voor de arbeidsovereenkomsten van zeelieden tot stand

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1927 met minister Slotemaker de Bruïne een wet inzake de civielrechtelijke regeling van collectieve arbeidscontracten (Stb. 415) tot stand, waardoor individuele arbeidscontracten daaraan ondergeschikt werden gemaakt
  • Bracht in 1928 een wijziging van het Wetboek van Strafrecht tot stand, waardoor flessentrekkerij beter bestreden kan worden
  • Bracht in 1928 een wijziging van het Wetboek van Koophandel tot stand waardoor de positie van aandeelhouders in Naamloze Vennootschappen werd versterkt. Er komt een enquêterecht en grotere openbaarheid. Het wetsvoorstel was in 1910 ingediend door minister Nelissen.
  • Bracht in 1929 de Ambtenarenwet (Stb. 530) tot stand, waardoor voor geschillen tussen ambtenaren en de overheid een aparte rechtspraak werd ingevoerd (ambtenarengerechten en Centrale Raad van Beroep)
  • Bracht in 1929 een wet tot stand inzake nadere voorzieningen betreffende de voorwaardelijke veroordeling en de voorwaardelijke invrijheidstelling. De rechter kreeg ruimere bevoegdheid tot voorwaardelijke veroordeling. Dit werd ook mogelijk bij veroordeling tot een geldboete. Tevens werd gedeeltelijke voorwaardelijke en gedeeltelijk onvoorwaardelijke veroordeling mogelijk. $O (Stb. 360), kamerstuk 257
  • Bracht in 1932 een wet tot stand die openbare smadelijke godslastering in woord of beeld bestrafte met een gevangenisstraf (resp. maximaal 1 en 3 maanden) of een geldboete (max. f 100,- en f 150,-)
  • Bracht in 1932 een wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie tot stand, waardoor rechters en raadsheren in de Hoge Raad op hun 70ste ontslag krijgen

wetenswaardigheden

algemeen
  • Maakte in mei 1932 indruk in de Tweede Kamer met de verdediging van zijn wetsvoorstel over strafbaarstelling van smadelijke godslastering. Aan het slot van zijn betoog zei hij: "Doch, wat de uitslag zij, Mijnheer de Voorzitter, ik heb ook in deze mondelinge verdediging het uiterste willen geven van wat ik te geven heb, opdat als ik eens rekenschap zal hebben te geven van mijn leven en dan ook zal hebben te verantwoorden wat ik toen, terwijl mij mede het rechtsbestel was toebetrouwd, heb gedaan om naar de mate van de in het rechtsbestel gelegen mogelijkheden dit gruwelijk bedrijf te weren, ik zal mogen hooren: Gij deed uw plicht." Een deel van de Kamer reageerde hierop met applaus.
  • Na aanneming van een motie-Boon waarin de door hem voorgestelde opheffing van vier rechtbanken en veertig kantongerechten werd afgewezen, vroeg hij op 9 februari 1933 om schorsing van de beraadslaging. Deze stap werd op 15 februari 1933 gevolgd door het kabinetsbesluit tot Kamerontbinding.
  • Passeerde in 1946 bij zijn benoeming tot president van de Hoge Raad vier raadsheren die hem in anciënniteit voorafgingen

uit de privésfeer
  • Een broer van hem, J.H. Donner, was wethouder van Rotterdam (1939-1942)
  • Zijn vader was gereformeerd predikant
  • Eén van zijn zoons (Reynout) was hoogleraar aan de VU, een andere (Jan-Hein) een bekende schaker

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Justitie, juni 1945 (geweigerd vanwege opstelling ARP en zuiveringsprocedure van leden van de Hoge Raad)

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
'Kind van Staat' (bijnaam i.v.m. jonge leeftijd als minister)

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Assen, tot 1897
  • Amersfoort, van 1897 tot augustus 1903
  • Zwolle, van 31 augustus 1903 tot 1908 (bij zijn grootouders Hessels)
  • Amersfoort, van 1908 tot 1916
  • Deventer, van 1916 tot 1917
  • Rotterdam, van 1917 tot 1922
  • 's-Gravenhage, Bentinckstraat 127, vanaf 1922
  • 's-Gravenhage, Statenlaan 110, omstreeks 1938 en nog in 1955
  • Voorburg, Prinses Mariannelaan (inwonend) (tijdens de Tweede Wereldoorlog)
  • Scheveningen, Scheveningseweg 86b, omstreeks 1973

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1925
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 17 september 1946
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 28 april 1951
  • Grootkruis Orde van Oranje-Nassau, 28 februari 1961

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
  • lid (later preses) SSR (Societas Studiosorum Reformatorum) te Utrecht, van 1908 tot 1912
  • lid Calvinistische Juristenvereniging
  • lid NCSV (Nederlandsche Christen-Studenten Vereeniging), vanaf 1912
  • lid SSR (Societas Studiosorum Reformatorum) te Leiden, vanaf 1912
  • lid KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen)

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • G.A.M. Beekelaar, "Donner, Jan (1891-1981)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 145
  • J. de Ruiter, "Jan Donner, jurist. Een biografie" (2003)
  • T.M. Schelhaas e.a. (red.), "De afgescheidenen van 1834 en hun nageslacht" (Kampen, 1984)

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia
familiearchief bij A.M. Donner

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amersfoort, 13 juni 1916

echtgeno(o)t(e)/partner
G.W. van den Burg, Golida Wilhelmina (Go)

kinderen
3 zoons en 3 dochters

vader
A.M. Donner, Andreas Matthias

geboorteplaats en/of -datum
Leiden, 20 mei 1859

moeder
G. Hessels, Gezina

geboorteplaats en/of -datum
Bolsward, 29 april 1864

beroep grootvader (moederskant)
predikant

familierelaties
  • Kleinzoon van J.H. Donner, Tweede Kamerlid
  • Vader van A.M. Donner, voorzitter Staatscommissie en Europees rechter
  • Grootvader van J.P.H. Donner, staatsraad, minister, Tweede Kamerlid en vicepresident Raad van State

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.