KVP
functie(s) in de periode 1948-1952: minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Franciscus Josephus Theodorus (Theo)
titulatuur en naam
Dr. F.J.Th. Rutten Franciscus Josephus Theodorus (Theo)
geboorteplaats en -datum
Schinnen, 15 september 1899
overlijdensplaats en -datum
Lopik, 21 april 1980
levensbeschouwing
Rooms-Katholiek
Partij/stroming
partij(en)
KVP (Katholieke Volkspartij)
Hoofdfuncties/beroepen
- leraar R.K. "Sint Ignatius College" te Amsterdam
- assistent Psychologische Laboratoria te Utrecht, van 1925 tot 1926
- assistent Psychologisch Laboratorium, Katholieke Universiteit Nijmegen, van juli 1926 tot 1928
- hoofdassistent Psychologisch Laboratorium, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1928 tot 1 februari 1932
- buitengewoon hoogleraar empirische en toegepaste zielkunde, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1 februari 1932 tot 1 september 1933
- hoogleraar empirische en toegepaste zielkunde, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1 september 1933 tot 7 augustus 1948
- rector magnificus Katholieke Universiteit Nijmegen, van september 1941 tot september 1942
- minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 7 augustus 1948 tot 2 september 1952
- buitengewoon hoogleraar algemene en empirische psychologie, sociale psychologie en bedrijfspsychologie, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1 september 1952 tot 1 oktober 1969
gevangenschap/internering
gevangenschap polizeiliches durchgangslager te Amersfoort (korte tijd)
Nevenfuncties
- redacteur "Tijdschrift voor Zielkunde en Opvoeding"
- docent, Psychologisch-paedologisch instituut, R.K. Leergangen te Tilburg, vanaf 1927
- docent "Wetenschappelijk Instituut tot opleiding van R.K. Jeugdleider" te 's-Hertogenbosch, vanaf 1928
- voorzitter Staatscommissie bedrijfsorganisatie in de mijnindustrie, van 1933 tot 1945
- honorair adviseur ministerie van Sociale Zaken, vanaf 1933
- lid Algemeen college van toezicht, bijstand en advies voor Rijkstucht- en opvoedingswezen, vanaf 28 juni 1937 (nog in 1946)
- gedelegeerde op de Internationale arbeidsconferentie te Parijs, 1944
- lid delegatie uit het bevrijde Zuiden naar koningin Wilhelmina (de zgn. Heren XVII) te Londen, januari 1945
- lid Staatscommissie reorganisatie van het hoger onderwijs (Staatscommissie-Reinink), van 1 mei 1946 tot juli 1948
- lid Onderwijsraad, tot 1948
- lid redactie katholieke tijdschrift "Dux"
- gedelegeerde 14e internationale congres van psychologen te Montreal, 1953
- voorzitter adviescommissie voorzieningen voor studenten, vanaf 1953
- onderzoeker voor de EGKS naar ongevallen, van 1959 tot 1961
- lid commissie van onderzoek wijziging rechtsvorm van de onderneming (commissie-Verdam), van april 1960 tot 1965
- voorzitter R.K. Centrum "studie en research"
Opleiding
voortgezet onderwijs
- gymnasium juvenaat der Redemptoristen te Roermond, tot 1921 (onderbroken door opleiding aan Kweekschool)
hoger beroepsonderwijs
- Kweekschool voor onderwijzers
- akte lichamelijke opvoeding
academische studie
- psychologie: experimentele psychologie (faculteit letteren en wijsbegeerte), Rijksuniversiteit Utrecht, van 1921 tot 2 juli 1926 (cum laude)
- Germaanse filologie, Universiteit van Leuven, 1925
promotie
- Nederlandse Letteren, Universiteit van Leuven, 15 februari 1928 (summa cum laude)
- letteren en wijsbegeerte, Rijksuniversiteit Utrecht, 1 februari 1929 (cum laude)
eredoctoraten
- filosofie, Universiteit van Athene, mei 1952
Activiteiten
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- De door hem in 1949 ingediende wetsvoorstellen over de bescherming van de titel van architect en inzake de journalistieke verantwoordelijkheid werden in 1960 ingetrokken (1.124 & 1.179)
- Bracht in 1950 samen met staatssecretaris Cals de Kunstnota uit. De nota legt nadrukkelijk vast dat de overheid taken heeft op het gebied van de kunsten, zoals het bewaren, verzorgen en vermeerderen van het kunstbezit, sociale en geografische cultuurspreiding, verheffing van de kunst en steun aan kunstenaars, alsmede presentatie van Nederlandse kunst in het buitenland. De eerste verantwoordelijkheid voor de kunst ligt wel bij particulieren. De staatstaak moet beperkt blijven om pluriformiteit te waarborgen.
- Verbeterde in 1951 de salarispositie van het onderwijzend personeel. De ontwikkeling van hun salaris werd gekoppeld aan die van het overheidspersoneel.
- Bracht in 1951 de Nota betreffende onderwijsvoorzieningen (eerste Onderwijsnota) uit. Deze nota was als discussienota bedoeld over reorganisatie van het gehele onderwijs, vanaf het kleuteronderwijs tot en met het voorbereidend hoger onderwijs. Gedacht werd aan de indeling kleuteronderwijs, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Er moest betere aansluiting komen van de diverse schooltypen en de selectie van opleidingen diende te worden verbeterd. Onderwijs moest minder intellectualistisch en meer algemeen vormend worden, inclusief technische vorming. In een nota over het technisch onderwijs werd eveneens benadrukt dat gewerkt moest worden aan algemene vorming. (2.233)
- Diende in 1952 wetsvoorstellen over regeling van het algemeen middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs en een ontwerp-Hogeronderwijswet in (2.594, 2.595 & 2.597)
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1950 de Wet bevordering zuiver-wetenschappelijk onderzoek (Stb. K 5) tot stand. Deze wet stelt de Nederlandse organisatie voor zuiver-wetenschappelijk onderzoek (ZWO) in die voorstellen aan de minister van wetenschappen over onderzoek kan doen en het beheer krijgt over een fonds. Tevens wordt een raad ingesteld met vertegenwoordigers van onder meer universiteiten en hogescholen en ambtenaren, die richtlijnen geeft over het bestuur van de ZWO en toezicht houdt op de financiën. (1.200)
- Bracht in 1950 een wijziging (Stb. K 14) van de Lager-onderwijswet 1920 tot stand waardoor de achtjarige leerplicht opnieuw werd ingevoerd. De zesjarige lagere school is regel, de achtjarige uitzondering. Voor ambachtscholen kwam er een voorbereidingsjaar en daarnaast kreeg het v.g.l.o. (voortgezet gewoon lager onderwijs) een wettelijke basis. (1.253)
- Bracht in 1950 een wijziging van de Middelbaar-onderwijswet en de Hoger-onderwijswet tot stand, waardoor het mogelijk werd de Middelbare Meisjesscholen onderdeel te laten worden van een Rijks Hogere Burgerschool (1.724)
- Bracht in 1950 de Tijdelijke Wet Monumentenzorg (Stb. K 23) tot stand. Hierdoor was sloop of verandering van monumenten alleen toegestaan na ministeriële toestemming en werd overtreding hiervan strafbaar gesteld. (1.304)
- Bracht in 1952 de Kweekschoolwet (Stb. 355) tot stand, die een regeling bevatte voor de vorming van onderwijzers en onderwijzeressen voor het algemeen vormend lager onderwijs en van de bevoegdheden, verbonden aan de akten van bekwaamheid tot het geven van onderwijs. Er komen volledig bevoegde onderwijzers, die ook schoolhoofd mogen worden en onderwijzers. U.l.o. blijft gehandhaafd als vooropleiding voor de kweekschool. De wet voert financiële gelijkstelling in tussen openbare en bijzondere kweekscholen. (1.676)
Wetenswaardigheden
algemeen
- Geen politieke activiteiten bekend; wel gekandideerd voor de Tweede Kamer door de KVP-kring Limburg in 1946, maar die kandidatuur werd door Rutten niet aanvaard
uit de privésfeer
- Gehuwd met een Belgische, van welgestelde komaf
- Ontkwam tijdens de oorlog als gijzelaar op het laatste moment aan executie, toen bleek dat zij die in mei 1940 in het leger hadden gediend gespaard bleven.
- Was bevriend met Frans Wijffels en studiegenoot van Jan de Quay
- In april 1969 werd in de Havenvakschool te Rotterdam een door Wim Verbon vervaardigd borstbeeld onthuld
anekdotes en citaten
- Trachtte zich in augustus 1948 aan een komend ministerschap te onttrekken door 'onder te duiken' op Schiermonnikoog. Werd echter opgespoord en alsnog minister.
woonplaats(en)/adres(sen)
- Nijmegen, Mesdagstraat 53, omstreeks 1931
- Nijmegen, Pater Brugmansstraat 1, omstreeks 1955
ridderorden
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 26 september 1952
hobby's
bridge
militaire dienst
- commandant grenswachtcompagnie te Beek (Lb.) (tijdens Duitse inval)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "De bepaling der gehoorscherpte" (samen met Prof. Roels, 1925)
- "Felix Timmermans" (dissertatie, 1928)
- "Psychologie der waarneming, een studie over gezichtsbedrog" (dissertatie, 1929)
- "De psychiater in het opvoedingswezen", in: Tijdschrift voor zielkunde en opvoedingsleer (1929)
literatuur/documentatie
- J.F.M.C. Aarts, "Rutten, Franciscus Josephus Theodorus (1899-1980)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 480
- E.J.H. Planken, scriptie basisdoctoraal RU Leiden (1982)
- R. Abma, "Methodisch zonder confessie. Uit de geschiedenis van de Nijmeegse psychologie" (1983)
- P.B. van der Heiden, "In de schaduw van de Mammoet. Het onderwijsbeleid van F.J.Th. Rutten (1948-1952), 2004
- P.B. van der Heiden, "'Ik heb gemeend vooral getuigenis te moeten afleggen van de breedheid van het katholicsime'. De 'politieke geloofsbelijdenis' van minister Rutten", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2005, 114
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
archivalia
archief-F.J.Th. Rutten, KDC Nijmegen
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, 15 januari 1927
echtgeno(o)t(e)/partner
H.C.E. Leën, Hilda Cornelia Elisabeth
kinderen
1 zoon en 4 dochters
vader
R. Rutten, Reinierus
geboorteplaats en/of -datum
Broeksittard, 16 oktober 1842
beroep vader
hoofdonderwijzer
moeder
M.J.H. Douven, Maria Josepha Hubertina (tweede echtgenote)
geboorteplaats en/of -datum
Nuth, 24 maart 1858
broers en zusters
6 broers en/of zusters (de jongste)
beroep grootvader (moederskant)
landbouwer
familierelaties