Haarlemse advocaat en rechter, die vier jaar Tweede Kamerlid was. Zoon van een predikant, later hoogleraar theologie in Franeker. Behalve rechterlijke functies bekleedde hij het ambt van schout en secretaris van Spaarndam en daarnaast was hij raadslid in Haarlem. Toen hij rechtbankpresident werd, verliet hij de Tweede Kamer. Publiceerde over juridische kwesties en over de weeskamers. Steunde in 1848 de belangrijkste herzieningen van de Grondwet.