Directeur van een Almelose textielfabriek die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog financieel-economisch woordvoerder van de CHU-Senaatsfractie was. Voorzitter van de Kamercommissies financiën en Economische Aangelegenheden. Hield zich ook bezig met buitenlandse zaken en defensie en was actief als vicevoorzitter van de Vergadering van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Was tevens kantonrechter. Hield als Kamerlid filosofische betogen. Ondanks zijn mindere oratorische talenten, werd graag naar hem geluisterd.
CHU
functie(s) in de periode 1946-1963: lid Eerste Kamer, lid EGKS-parlement
technisch employé bij de N.V. "katoenmaatschappij v/h Gebr. Scholten en Co." te Almelo, van 1904 tot 1916
procuratiehouder bij de N.V. "katoenmaatschappij v/h Gebr. Scholten en Co." te Almelo, van 1916 tot 1933
lid Raad van Bestuur N.V. "katoenmaatschappij v/h Gebr. Scholten en Co." te Almelo, van 1933 tot 7 maart 1949
rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Almelo, van 28 december 1945 tot 1 april 1954
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 23 juli 1946 tot 11 januari 1963 (in 1956 beëdigd op 13 november; in 1960 op 27 september)
lid Gemeenschappelijke Vergadering van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, van 10 september 1952 tot 10 oktober 1957 (aangewezen door de Staten-Generaal)
Partijpolitieke functies
overzicht
adviserend lid hoofdbestuur en Unieraad CHU, van 1946 tot 11 januari 1963
lid redactie CHU-weekblad "De Christelijk-Historische Nederlander", omstreeks 1955
vicefractievoorzitter CHU Eerste Kamer der Staten-Generaal, van april 1959 tot 11 januari 1963
Nevenfuncties
kantonrechter-plaatsvervanger, kanton Almelo, van 1 maart 1938 tot 1942
plaatsvervangend lid Raad van Beroep voor de Directe Belastingen te Almelo, vanaf 3 januari 1939
voorzitter Nederlandse Weversvereniging te Almelo, tot 1948
lid Legercommissie, van 16 juni 1947 tot juli 1948
lid Defensiecommissie, van 9 juli 1948 tot 1960
gedelegeerd commissaris N.V. "katoenmaatschappij v/h Gebr. Scholten en Co." te Almelo, vanaf 1949
kerkvoogd Nederlandse Hervormde kerk te Almelo
lid bestuur "Christelijk Lyceum" te Almelo
voorzitter Rotaryclub te Almelo
lid Assemblee ad hoc in Straatsburg ter voorbereiding van een Europese Grondwet (Europees Statuut), van september 1952 tot maart 1953
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter vaste commissie voor Internationale Economische Samenwerking (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 10 oktober 1950 tot september 1957
lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 4 april 1951 tot 18 september 1951
vicevoorzitter Gemeenschappelijke Vergadering van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, van 1952 tot 1958
plaatsvervangend lid Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa en West-Europese Unie, van 26 mei 1952 tot 30 april 1957
lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 14 april 1953 tot 15 september 1953
voorzitter commissie van rapporteurs voor de Economische Zaken 1955 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), januari 1955
lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 3 juli 1956 tot 18 september 1956
voorzitter commissie van rapporteurs voor de begroting van Buitenlandse Zaken 1957 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van januari 1957 tot februari 1957
voorzitter commissie van rapporteurs voor de begroting van Binnenlandse Zaken 1957 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), maart 1957
lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 24 april 1957 tot 17 september 1957
lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 24 maart 1959 tot 20 september 1960
voorzitter vaste commissie voor Financiën (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 12 april 1960 tot 11 januari 1963
lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 10 januari 1961 tot 11 april 1961
lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 19 september 1961 tot 11 januari 1963
voorzitter commissie van rapporteurs voor de algemene financiële beschouwingen over de begroting 1963 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van november 1962 tot december 1962
Opleiding
voortgezet onderwijs
vijfjarige h.b.s., "Christelijke Hogere Burgerschool" te Almelo en Deventer
staatsexamen
hoger beroepsonderwijs
Hogere Textielschool te Enschede
academische studie
Nederlands recht, Rijksuniversiteit Utrecht, tot juni 1923
Activiteiten
als parlementariër
Hield zich in de Eerste Kamer vooral bezig met defensie, sociale zaken, economische zaken en financiën
opvallend stemgedrag
Behoorde in 1953 tot de minderheid van zijn fractie die tegen een wetsvoorstel over de uitbreiding van de gemeente Utrecht stemde
Wetenswaardigheden
algemeen
Sinds 1960 het oudste lid in jaren en als zodanig plaatsvervangend voorzitter van de Eerste Kamer
uit de privésfeer
Zijn echtgenote was geboren in Heidelberg (Dld.)
verkiezingen
Werd in 1946, 1948, 1951, 1952, 1956 en 1960 gekozen door Groep II: Gelderland, Overijssel, Groningen en Drenthe
woonplaats(en)/adres(sen)
Almelo, Adastraat 9, omstreeks juli 1946 (nog in 1949)
Holten, de Blikhorst Hb 36, omstreeks 1950 (nog in 1962)
ridderorden
Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 29 april 1949
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1955