Telg van een voorname Bossche familie, die vooral actief was op het gebied van het onderwijs. Na gemeentesecretaris van Den Bosch te zijn geweest vanaf 1857 inspecteur van het onderwijs in Brabant. In 1866 Tweede Kamerlid voor het district Tilburg. Toen hij in 1880 inspecteur van het lager onderwijs in Brabant, Limburg en Gelderland werd, verliet hij de Tweede Kamer. In de Eerste Kamer waarvan hij vanaf 1883 lid was, was hij één van de voornaamste katholieke woordvoerders bij de behandeling van de herziening van de grondwettelijke onderwijsbepalingen.